Executiegeschil. Uitleg van een vonnis in kort geding.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 438 Rv
Genoemd in 1.147 uitspraken · Officiële wettekst
1.147 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Executiegeschil (kort geding) na inbeslagname en verkoop auto door Ontvanger Belastingdienst. Ontvankelijkheid eiser, nu vordering niet is ingesteld tegen de Ontvanger, maar 'de Belastingdienst'. Vorderingen afgewezen omdat executie al is voltooid.
Merkrecht. Executiegeschil. Vordering tot opheffing dwangsom ten aanzien van opgavebevel. Afgewezen. Eiser verkeert niet in de onmogelijkheid om aan de veroordeling te voldoen in de zin van artikel 611d Rv
kort geding. Uitleg vonnis uit 2012 waarin is bepaald dat gemeenschappelijke woning verkocht moet worden. Gedaagde kan geen rechten ontlenen aan opmerking in vonnis dat partijen ervoor kunnen kiezen dat gedaagde woning overneemt voor getaxeerde waarde. Beslissing was dat woning v
Kort geding. Bevel tot medewerking aan het doorlopen van de procedure van prijsgeving, splitsing en wederuitgifte bij de DIP en schorsing executie boetebeding.
Kort geding, schorsing executieveiling woning, recht van parate executie, geen misbruik van recht.
Kort geding. Executiegeschil. Vordering ziet op opheffen van beslagen op onroerend goed en twee exclusieve voertuigen. Toepassing Zeester-arrest. In het vonnis van de rechtbank is de uitvoerbaarverklaring gemotiveerd en er staat nog een rechtsmiddel open.
Executiegeschil (kort geding). Schorsen arrest van het hof? Belangenafweging, Geen kennelijke misslag. Arrest nog niet onherroepelijk, uitvoerbaarheid bij voorraad niet gemotiveerd. Wel nieuwe feiten en omstandigheden, maar die rechtvaardigen niet dat van het arrest wordt afgewek
Kort geding. Verbod verdere executie verstekvonnis hangende het verzet.
Op een woning zijn verschillende beslagen gelegd. De eigenaar heeft ook een betalingsachterstand bij de hypotheekbank. De bank heeft de hypothecaire geldlening opgeëist en de woning in beheer genomen. De woning is ontruimd en de executoriale veiling was gepland voor 8 mei 2025. D
Een dwangbevel van DUO kan ook hier te lande ten uitvoer worden gelegd.
Vordering schorsing ten uitvoerlegging. Verhouding tot uitspraak Hof op verzoek schorsing tenuitvoerlegging.
Derde executie kort geding. Verkapt hoger beroep.
Executiegeschil over dwangsommen.
Schorsing executie geen misslag
Vordering opheffing enz van dwangsomveroordeling (611d lid 1 Rv) afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de gestelde onmogelijkheid tot eerder nakomen.
Personen- en familierecht. Kort geding. Executiegeschil in verhuiszaak. Dwangsom. Wel of niet terugverhuisd? Het hof oordeelt dat moeder en kinderen wel zijn terugverhuisd, aangezien zij weer in de oude woonplaats staan ingeschreven, de kinderen daar naar school gaan en moeder da
Artikel 351 Rv: afwijzing incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Naast kort geding schorsing van de executie ook onderhavig schorsingsverzoek; geen concreet gestelde feiten en omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
Executiegeschil in kort geding. Tenuitvoerlegging van door de gemeente Zundert uitgevaardigde dwangbevelen tegen Fort Oranje BV en hypotheekhouder Divine Investments Limited, ter inning van kosten van beheer die de gemeente stelt te hebben gemaakt nadat zij bij bestuursrechtelijk
Een Duits cosmeticaconcern mag de 65.000 euro aan dwangsommen niet opeisen van een in Amsterdam gevestigd cosmeticabedrijf dat internationaal handelt in originele parfumflessen.
In deze zaak is eerder een kop-staart vonnis gewezen wegens het zeer spoedeisende karakter van de zaak. Het betreft een executiegeschil. De vordering wordt toegewezen.
Kort geding. Intellectuele eigendom. Executiegeschil. Misbruik van bevoegdheid door (te dreigen met) de inning van dwangsommen die niet zijn verbeurd. Voldaan aan (doel en strekking van) opgaveverplichting, waaronder nettowinstberekening.
Incident 351 Rv schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad. Geen sprake van een kennelijke misslag.
Kort Geding. Executiegeschil. In dit kort geding gaat het om de vraag of het verstekvonnis ten uitvoer mag worden gelegd of niet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit alleen mag als zekerheid wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie.
Degene ten laste van wie derdenbeslag is gelegd is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet geschaad door de vermelding van een verkeerde titel, daar voor hem duidelijk is op grond van welke titel het beslag is gelegd. Geen nietigheid ingevolge artikel 475 lid 1 sub c Rv