Art. 3:27 BW. Art. 3:302 BW. Art. 433 Rv. Verkrijging eigendom door verjaring? Erkenning eigendom. Ontstaan erfdienstbaarheid door verjaring? Art. 3:105 BW juncto art. 3:306 BW. Ondubbelzinnig bezit.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 433 Rv
Genoemd in 208 uitspraken · Officiële wettekst
208 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Uitspraak als bedoeld in lid 1 van artikel 3:301 BW (uitspraak die in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte) is in eerste aanleg niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Inschrijving in het rechtsmiddelenregister is desondanks vereist (3:301 lid
Aanvang verjaring, overige vereisten verjaring
Familierecht. Echtscheiding; een beschikking houdende echtscheiding waartegen hoger beroep is ingesteld, gaat pas in kracht van gewijsde in de zin van art. 1:163 lid 3 BW, nadat de appelbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan, ook in de gevallen dat het hoger beroep wellicht
Het hof is van oordeel dat de man niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep voorzover dit betreft de toedeling van de woning aan hem(..). De tweede grief kan wel in de beoordeling worden betrokken omdat dit geen onderwerp betreft ten aanzien waarvan de rech
Hoger beroep van een vonnis dat in de plaats treedt van verkopen bij de levering van een pand, dat niet is ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Appellant ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard.
Gevoegde zaken. 1. Gevolgen van door de gemeente gemaakte saneringskosten na afbranden boerderij. Wilsovereenstemming. Bewijs. Onrechtmatige daad? Windmill-arrest, gevaarlijke stoffen. Zaakwaarneming en ongerechtvaardigde verrijking. 2. Vordering terzake van paulianeus handelen o
Art 3:301 lid 2 BW, inschrijving van het ingestelde beroep in het rechtsmiddelenregister
Hoger beroep niet ingeschreven in register bedoeld in art. 433 Rv. Omvang niet-ontvankelijkheid
Overeenkomstenrecht. Tussen particulier en gemeente gesloten koopovereenkomst met betrekking tot een perceel. Algemene voorwaarden voor de verkoop van bouwgrond. Bouwplicht. Kwam gemeente een beroep op ontbinding toe? Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. (81 RO).
artikel 3:301 BW
Erfrecht. Keuzelegaat. Uitspraak die in de plaats treedt van de tot levering van registergoede-ren bestemde akte (3:300 lid 2 BW), ontvankelijkheid cassatieberoep, overgangsrecht, uitleg testament, aan legaat verbonden tijdsbepaling geen afzonderlijke verplichting; 81 RO
Procesrecht. De valkuil van art. 3:301 lid 2 BW
Het niet tijdig inschrijven van het hoger beroep inzake 3:301 lid 2 BW in het register van artikel 433 Rv leidt nog steeds tot niet-ontvankelijkheid.
Artikel 3:43 BW, artikel 17 lid 1 Wet op het notarisambt en toewijzen van nakosten.
Onduidelijk is gebleven wanneer het medegebruik precies is gestart. Volgens [appellanten] maakte gemotoriseerd verkeer (het hof begrijpt:) van en naar het achterste deel van het perceel van [familie A] al vanaf 1962 gebruik van de grintweg (akte d.d. 9 februari 2007 houdende reac
Gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid hoger beroep vanwege verzuim het rechtsmiddel tijdig in te schrijven in het in artikel 433 Rv bedoelde register. Belang bij incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bestreden vonnis.
Tweede poging van verkoopster van onroerende zaak om koopovereenkomst te vernietigen. Afgewezen wegen gezag van gewijsde; beroep van kopers op verjaring overigens afgewezen.
In het onderhavige geval bevatte het dictum van het beroepen vonnis naast (1) een leveringsverplichting, (2) de hoofdelijke veroordeling tot betaling van een boete van € 20.000,-- en (3) de afwijzing van de reconventionele vorderingen van [appellanten], bestaande uit (3a) een ver
Het in rov. 2.4 overwogene brengt mee dat de primaire vordering van [geïntimeerden] uitleg behoeft teneinde vast te kunnen stellen of zij bedoeld hebben een verklaring voor recht uit hoofde van artikel 3:302 BW te vorderen die alleen in de rechtsverhouding tussen partijen (en hun
Noodweg. Verkrijging erfdienstbaarheid door verjaring.
Voor het geval [appellant] heeft bedoeld zich (ook) in dit verband te beroepen op art. 5:75 lid 4 BW overweegt het hof dat naar zijn oordeel de weg op zichzelf genomen niet een gebouw, werk of beplanting is, als waarop deze bepaling ziet. Indien dit anders zou zijn, zou die bepal
Goederenrecht. Erfdienstbaarheid; legalisering gepleegde overbouw; begrip grove schuld uit art. 5:54 lid 3 BW; fout van architect; misbruik van bevoegdheid, art. 3:13 BW.
Huwelijksvermogensrecht. Schadevergoeding wegens onrechtmatige daden gepleegd tijdens het huwelijk; echtelijke woning.
Huwelijksvermogensrecht. Schadevergoeding wegens onrechtmatige daden gepleegd tijdens het huwelijk; echtelijke woning.