Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Vertegenwoordiging van partij door advocaat ter terechtzitting, art. 279 lid 3 Rv. Omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0760, NJ 2006/660.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 429 Rv
Genoemd in 80 uitspraken · Officiële wettekst
80 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Voorlopige machtiging (art. 2 Wet Bopz). Afwijzing verzoek tot aanhouding. Gevaar.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Procesrecht. Art. 384 lid 1 Rv. Ondanks appelverbod wordt hoger beroep ingesteld met een beroep op een doorbrekingsgrond. Het hof wijst dit beroep af, waarna de eiser herroeping vordert wegens bedrog (art. 382 Rv). Wie is de in art. 384 lid 1 Rv
Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Verzoek nieuwe voorwaardelijke machtiging; art. 14c lid 2 Wet Bopz. Bereidheid betrokkene tot naleving voorwaarden.
Procesrecht. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsanering. Overschrijding appeltermijn. Verzuim rechtbank? HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:413. Art. 3.1.4.1 Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken.
Partneralimentatie. Echtscheidingsconvenant. Art. 1:159 lid 2 BW. Vervalt niet-wijzigingsbeding van rechtswege indien echtscheidingsconvenant gesloten meer dan drie maanden voor indiening echtscheidingsverzoek? Ambtshalve toepassing? HR 13 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC3205, NJ
Bopz. Verzoek voorlopige machtiging op de voet van art. 2 Wet Bopz. Stoornis van de geestvermogens in de zin van art. 1 lid 1, aanhef en onder d, Wet Bopz.
Art. 81 lid 1 RO. Bopz-zaak. Machtiging voortzetting inbewaringstelling, geneeskundig onderzoek, art. 21 lid 3 Wet Bopz. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 29 lid 5 Wet Bopz.
Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Verzoek om voorlopige machtiging.
Niet-ontvankelijkheid, art. 80a RO. Ontheffing van ouderlijk gezag.
Niet-ontvankelijkheid, art. 80a RO. Ontheffing van ouderlijk gezag.
Art. 81 RO. Bopz, Voorwaardelijke machtiging met betrekking tot onder curatele gestelde persoon, art. 14a en 14c Wet Bopz.
Art. 81 RO. Ontheffing uit ouderlijke macht.
Familierecht; art. 1:247, 253a BW, art. 815 Rv. Gezamenlijk verzoek om echtscheiding zonder overeenstemming over ouderschapsplan. Verzoek moeder op de voet van art. 1:253a BW om met kinderen naar Spanje te mogen verhuizen. Oordeel hof dat rechtbank dit verzoek ten onrechte heeft
BOPZ. Voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Voldoet geneeskundige verklaring aan eisen art. 5 lid 1 Wet Bopz? (art. 81 RO)
Nieuwe feiten in geding na verwijzing, uitzondering.
Art 1:253o BW, wijziging eenouder gezag in gezamenlijk gezag; in casu oordeelt het hof dat er sprake is van onjuiste/onvolledige gegevens in de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht omdat de rechter bij het toekennen van eenhoofdig gezag bij de echtscheiding niet heeft ond
Bopz; machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis, maximale geldigheidsduur twee jaren, daadwerkelijk verblijf gedurende vijf onafgebroken jaren (81 RO).
Bopz. Verlening van voorlopige machtiging; vervolg op HR 21 december 2007, NJ 2008, 29; geding na verwijzing, nieuwe geneeskundige verklaring (art. 5 lid 1 Wet Bopz); obiter dictum.
Klachtprocedure ex art. 41 Wet Bopz; ongegrond bevonden klachten tegen dwangbehandeling als bedoeld in art. 38 lid 5 Wet Bopz; beoordeling door de rechter op de voet van art. 41a: toetsing ‘ex tunc’ van de rechtmatigheid van dwangbehandeling en toetsing ‘ex nunc’ van de voortzett
Geding betreft vaststelling kinderalimentatie; in cassatie is alleen de bijdrage over een beperkte periode betrokken waardoor hof na verwijzing alleen daarover had te oordelen.
23 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/076HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk t e g e n [Verweerster], wonende t
9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/076HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr.
14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/025HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], als wettelijk vertegenwoordigster van: [betrokkene 1] en [betrokkene 2], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. R. Paardekooper, t e g
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,