Wvggz. Zorgmachtiging. Hoor- en onderzoeksplicht van art. 6:1 lid 1 Wvggz bij niet verschenen betrokkene.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 426 Rv
Genoemd in 458 uitspraken · Officiële wettekst
458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest. Art. 426 lid 4 Rv, art. 401a Rv.
-
Procesrecht. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht; overgangsrecht. Art. 200 Rv van toepassing op het instellen van een rechtsmiddel tegen de uitspraak op een inzageverzoek (of verzoek om andere voorlopige bewijsverrichtingen) indien het verzoek is gedaan vóór 1 januar
Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud de korte cassatietermijn van acht weken (art. 200 lid 2 Rv) die de nieuwe wet voor
WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 F.; ontvankelijkheid in cassatie, bewindvoerder niet bevoegd om cassatieberoep in te stellen; strekking van art. 360 F., geen toepasselijkheid van art. 426 Rv.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ondernemingskamer heeft concernenquête gelast naar beleid en gang van zaken van zowel SNS Reaal als haar dochtervennootschap SNS Bank. Maatstaf voor concernenquête. Verwijzing naar oordeel in zaak 18/04509 (ECLI:NL:HR:2020:478).
11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/034HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: De stichting MENTRUM, instelling voor geestelijke gezondheidszorg te Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verwee
Faillissementsrecht. Machtiging ex art. 68 lid 3 Fw om te procederen. Mee te wegen belangen. Beoordelingsvrijheid r-c. Is wederpartij voorgenomen procedure partij bij verlening van de machtiging? Verrekening ex art. 53 lid 1 Fw en art. 24 Iw 1990 van teruggave tijdens faillisseme
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Enquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie is aangemerkt als belanghebbende is een tussenbeschikking; eiseres niet-ontvankelijk cassatieberoep.
Familierecht; verzoek tot benoeming van bijzonder curator in verband met verzoek tot verlening van vervangende toestemming voor de erkenning van een kind door de vader. Procesrecht, niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen een tussenbeschikking niettegenstaande beroep in cassatie o
11 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/063HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. A. Vijftigschild, t e g e n STICHTING EIGEN HAARD OLYMPUS WONEN, gevestigd te Amsterdam, VE
Wvggz. Zorgmachtiging verleend zonder dat betrokkene, die een zwervend bestaan leidt, is gehoord. Onderzoeksplicht naar bereidheid betrokkene gehoord te worden. Medische verklaring opgemaakt zonder dat betrokkene persoonlijk is onderzocht.
Wvggz. Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Wie is procespartij in beroep tegen crisismaatregel? Ontvankelijkheid cassatieberoep. Toelaatbaarheid nieuwe crisismaatregel met aanvullende vormen van verplichte zorg tijdens de geldigheidsduur van de machtiging tot voortzett
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Ontvankelijkheid cassatieberoep; verhouding tussen Wvggz en Rv. Voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz dat psychiater die medische verklaring afgeeft, minimaal één j
Procesrecht. Herroeping beschikking i.v.m. gepleegd bedrog (art. 382, onder b, Rv). Cassatieberoep ingesteld na einduitspraak in het heropende geding. Ontvankelijkheid cassatieberoep voor zover gericht tegen de beslissing tot heropening van het geding. Uitleg art. 388 lid 2 Rv.
Procesrecht. Beschikking met in dictum voorlopige beslissing partneralimentatie; tussenbeschikking; niet-ontvankelijkheid cassatieberoep op grond van art. 401a lid 2 jo. 426 lid 4 Rv.
Huurrecht. Procesrecht. Oordeel appelrechter dat appelverbod van art. 7:230a lid 8 BW wordt doorbroken gevolgd door terugverwijzing van de zaak naar de kantonrechter in het dictum is tussenbeschikking in de zin art. 401a lid 2 Rv.; niet-ontvankelijkheid in cassatie; overweging t
Internationale kinderontvoering; vervolg op HR 20 januari 2006, nr. R05/083, NJ 2006, 545. Worteling kind in nieuwe omgeving geen reden teruggeleiding te weigeren op grond van art. 3, 13 lid 1, aanhef en onder b, art. 12 lid 2 en art. 20 HKOV; gewone verblijfplaats van het kind e
Procesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenbeschikking waarin niet aan het geding omtrent de verzochte faillietverklaring met een uitdrukkelijk dictum een einde is gemaakt.
Naamrecht. Geschil tussen vader en moeder van een minderjarig kind over de wijziging van de bij geboorte verkregen geslachtsnaam van de moeder; toepassing van art. 1:5 lid 2 BW, strijd met art. 7 lid 1 IVRK en art. 8 en 14 EVRM?; mogelijkheid wijziging geslachtsnaam bij meerderja
Procesrecht. Voorlopig getuigenverhoor. Getuigen beroepen zich voorafgaand aan verhoor op verschoningsrecht (art. 165 lid 2 sub a Rv) en willen niet als getuige verschijnen (HR 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8273). Beslissing rechter-commissaris einduitspraak? Ontvankelijkh
Wvggz. Actualiteit Medische Verklaring.
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Ontslag(besluit) inzake stichtingbestuurder.