Procesrecht. Hoger beroep. Art. 337 lid 2 Rv. Openstelling tussentijds hoger beroep tussenvonnis; ontvankelijkheid tussentijds hoger beroep eerder tussenvonnis. Hoge Raad komt gedeeltelijk terug van HR 23 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL7051 (Ponteecen/Stratex).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 426 Rv
Genoemd in 458 uitspraken · Officiële wettekst
458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Sprongcassatie in rekestprocedure mogelijk? Voorlopig getuigenverhoor; verschoningsrecht voor advocaat in dienstbetrekking.
Procesrecht. Beroep tegen beslissing op verzoek tot wraking. Ontvankelijk? Art. 39 lid 5 Rv; doorbrekingsleer.
Procesrecht; huwelijksvermogensrecht. Verzoek tot afgifte stukken in eerste aanleg afgewezen in dictum. Ontvankelijkheid hoger beroep; deelbeschikking of tussenbeschikking? Heeft het verzoek betrekking op de inzet van het geding of op de instructie of voortgang van de zaak (vgl.
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest. Art. 426 lid 4 Rv, art. 401a Rv.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ondernemingskamer heeft concernenquête gelast naar beleid en gang van zaken van zowel SNS Reaal als haar dochtervennootschap SNS Bank. Maatstaf voor concernenquête. Verwijzing naar oordeel in zaak 18/04509 (ECLI:NL:HR:2020:478).
Enquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie is aangemerkt als belanghebbende is een tussenbeschikking; eiseres niet-ontvankelijk cassatieberoep.
Familierecht; verzoek tot benoeming van bijzonder curator in verband met verzoek tot verlening van vervangende toestemming voor de erkenning van een kind door de vader. Procesrecht, niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen een tussenbeschikking niettegenstaande beroep in cassatie o
Procesrecht. Herroeping beschikking i.v.m. gepleegd bedrog (art. 382, onder b, Rv). Cassatieberoep ingesteld na einduitspraak in het heropende geding. Ontvankelijkheid cassatieberoep voor zover gericht tegen de beslissing tot heropening van het geding. Uitleg art. 388 lid 2 Rv.
Procesrecht. Beschikking met in dictum voorlopige beslissing partneralimentatie; tussenbeschikking; niet-ontvankelijkheid cassatieberoep op grond van art. 401a lid 2 jo. 426 lid 4 Rv.
Huurrecht. Procesrecht. Oordeel appelrechter dat appelverbod van art. 7:230a lid 8 BW wordt doorbroken gevolgd door terugverwijzing van de zaak naar de kantonrechter in het dictum is tussenbeschikking in de zin art. 401a lid 2 Rv.; niet-ontvankelijkheid in cassatie; overweging t
Procesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenbeschikking waarin niet aan het geding omtrent de verzochte faillietverklaring met een uitdrukkelijk dictum een einde is gemaakt.
Procesrecht. Voorlopig getuigenverhoor. Getuigen beroepen zich voorafgaand aan verhoor op verschoningsrecht (art. 165 lid 2 sub a Rv) en willen niet als getuige verschijnen (HR 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8273). Beslissing rechter-commissaris einduitspraak? Ontvankelijkh
Verschoningsrecht art. 52 Wjsg en art. 67 AWR. Vervolg op HR 07-09-18, ECLI:NL:HR:2018:419.
Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen tussenbeschikking. Art. 426 lid 4 Rv; art. 401a lid 2 Rv. HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2578 en HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2306.
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 399 Rv. Klacht over verzuim te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. Mogelijkheid voor partijen om rechter te verzoeken zijn uitspraak aan te vullen; art. 32 Rv. (Vgl. HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:38.)
Faillissementsrecht. Procesrecht. Verzet van belanghebbende tegen faillietverklaring van vennootschap afgewezen. Tijdens hoger beroep van belanghebbende wordt zij zelf failliet verklaard; curatoren nemen geding over (art. 27 lid 3 Fw). Oordeel hof dienaangaande is einduitspraak t
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Geschillenregeling. Hoofdverblijfplaats en inschrijving BRP. Art. 23, 32 en 399 in verbinding met 426 lid 4 Rv.
Procesrecht. Hoger beroep tegen een beschikking waarin niet reeds door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde aan het geding is gemaakt - dus tegen een tussenbeschikking - niet-ontvankelijk (op grond van art. 401 lid 2 Rv. in verbinding met art. 4
Caribische zaak. Personen- en familierecht. Procesrecht. Art. 1 lid 1 Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad. Art. 426 lid 4 Rv. Art. 401a lid 2 Rv. Tussenbeschikking. Niet-ontvankelijkheid in cassatie.
Cassatieberoep op grond van beweerde doorbrekingsgrond tegen beslissing van de wrakingskamer van gerechtshof Den Haag. Ontvankelijkheid. Tussenuitspraak?
Verzoek van advocaten (pro se) om voorlopig getuigenverhoor en/of voorlopig deskundigenonderzoek e.a. naar gang van zaken bij het strafrechtelijk onderzoek van door O.M. en FIOD onder cliënt in beslag genomen computerbestanden, terwijl het strafrechtelijk onderzoek nog gaande is.
Procesrecht. Olieverontreiniging in Rotterdamse haven door ms ‘Bow Jubail’. Beperking redersaansprakelijkheid. Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (Trb. 1973, 101, nadien aangepast); art. 3 l
Procesrecht. Wraking (art. 36 e.v. Rv). Partij verzoekt verwijzing naar ander hof, dan wel wraking als verwijzing wordt afgewezen. Hof wijst verzoek tot verwijzing af en geeft eindbeslissing. Vervolgens heeft de wrakingskamer de partij niet-ontvankelijk verklaard. Schorsende werk