Faillissementsrecht; afgewezen verzoek van gewezen curator tot vaststelling van salaris op de voet van art. 71 F. (81 RO).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 426 Rv
Genoemd in 458 uitspraken · Officiële wettekst
458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Faillissementsrecht; afgewezen verzoek van gewezen curator tot vaststelling van salaris op de voet van art. 71 F. (81 RO).
Faillissementsrecht; afgewezen verzoek van gewezen curator tot vaststelling van salaris op de voet van art. 71 F. (81 RO).
Bestemmingsplanonteigening; schadeloosstelling. Procesrecht; ontvankelijkheid cassatieberoep tegen vonnis tot vervroegde onteigening, niet betekenen van (tijdig) afgelegde verklaring als bedoeld in art. 52 lid 3 Ow. is voor herstel vatbaar vormverzuim ingeval van tijdige dagvaard
WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 F.; ontvankelijkheid in cassatie, bewindvoerder niet bevoegd om cassatieberoep in te stellen; strekking van art. 360 F., geen toepasselijkheid van art. 426 Rv.
Bopz; machtiging tot voortgezet verblijf; nodige bereidheid; gevaarscriterium (81 RO).
Nationaliteitsrecht. Procesrecht; beroep niet-ontvankelijk wegens overschreden cassatietermijn.
Nationaliteitsrecht. Procesrecht; beroep niet-ontvankelijk wegens overschreden cassatietermijn.
Uithuisplaatsing. Duur rechterlijke machtiging verstreken; cassatieberoep niet-ontvankelijk; maatstaf dat de ouder(s) niet ongeschikt of onmachtig is (zijn) het kind te verzorgen en op te voeden en terugplaatsing geen bedreiging vormt voor de zedelijke of geestelijke belangen van
Familierecht. Gedwongen ontheffing van ouderlijk gezag op voet van art. 1:266 en 268 lid 2, aanhef en onder a, BW; duurzame bereidheid van met gezag belaste ouder het kind in pleeggezin te laten opgroeien; belang van het kind. HR komt terug van eerdere rechtspraak.
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij afwikkeling van hun huwelijk over de verrekening en verdeling volgens huwelijkse voorwaarden van verbouwingskosten voor de echtelijke woning; wettelijke rente, verschuldigdheid, ingangsdatum; HR doet zelf de zaak af.
Bopz, nieuwe voorwaardelijke machtiging; wijziging van geldigheidsduur bij herstelbeschikking; toepasselijkheid van art. 31 Rv., hoorplicht rechter.
Familierecht. Ondertoezichtstelling; uithuisplaatsing in justitiële jeugdinrichting; cassatieberoep kind niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang wegens verstrijken termijn.
Procesrecht. Verzet op voet van art. 5:26 lid 2 jo. art. 5:33 Awb tegen dwangbevel tot invordering van bestuurlijke dwangsommen volgens regels van dagvaardingsprocedure. Cassatie, verkeerde rechtsingang (beroepschrift), verwijzing naar rolzitting voor voortprocederen.
Familierecht. geschil tussen voormalige echtelieden bij verdeling van de huwelijksgemeenschap over kostenverrekening volgens huwelijkse voorwaarden (81 RO).
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van eerder vastgestelde omgangsregeling tussen vader en zijn minderjarige kinderen; eenhoofdig gezag moeder (81 RO).
Klachtprocedure ex art. 41 Wet Bopz; ongegrond bevonden klachten tegen dwangbehandeling als bedoeld in art. 38 lid 5 Wet Bopz; beoordeling door de rechter op de voet van art. 41a: toetsing ‘ex tunc’ van de rechtmatigheid van dwangbehandeling en toetsing ‘ex nunc’ van de voortzett
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van de partneralimentatie aan de vrouw wegens vermindering van de draagkracht bij de man (81 RO).
Faillissementsrecht. Afwijzing van het verzoek tot ontslag van een curator op de voet van art. 73 F., motivering (81 RO).
Erfrecht. Geschil tussen gezamenlijke erfgenamen over een verzocht bevel tot boedelbeschrijving van de nalatenschappen van hun ouders; cassatieberoep niet-ontvankelijk voorzover gericht tegen een mede-appellant; geen doorbreking van rechtsmiddelenverbod ex art. 672 lid 1 Rv. (81
Bopz, klachtprocedure ex art. 41 oud Wet Bopz; voorlichting van de rechter-commissaris door behandelaar buiten tegenwoordigheid van de betrokkene, beslissing van rechtbank mede op basis van een brief waarop betrokkene en haar advocaat niet hebben kunnen reageren; art. 5 EVRM, beg
Bopz-zaak; cassatie, ontvankelijkheid van het beroep, overschrijding van beroepstermijn ex art. 426 lid 1 Rv. (drie maanden).
Bopz-zaak; cassatie, ontvankelijkheid van het beroep, overschrijding van beroepstermijn ex art. 426 lid 1 Rv. (drie maanden).
3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/084HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G. Sertkaya-Aydin, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P
29 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/010HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM, gevestigd te Ro