Cassatieprocesrecht. Art. 426 lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding termijn voor instellen cassatieberoep.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 426 Rv
Genoemd in 458 uitspraken · Officiële wettekst
458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Beslag- en executierecht. Levert een schikking ex art. 89 lid 1 Rv die een boetebeding bevat, een executoriale titel op voor de beweerdelijk ingevolge dat beding verbeurde boetes? Eisen te stellen aan executoriale titel. Vergelijking met regeling dwangsom (art. 611c tweede zin Rv
Faillissementsrecht. Verzoek tot wijziging vrij te laten bedrag als bedoeld in art. 21, aanhef en onder 2, Fw. Art. 69 Fw deugdelijke grondslag? Beschikking in brief. Recofa-richtlijnen recht in zin van art. 79 RO? Vrijheid r-c.
Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Procedurele vragen; wie is belanghebbende in de procedure? Opeenvolgende crisismaatregelen toelaatbaar? Wijzen van horen door of namens de burgemeester als bedoeld in art. 7:1 lid 3 Wvggz.
Financieel recht, procesrecht. Vraag of cassatieberoep openstaat tegen uitspreken overdrachtsregeling (art. 3:159ij Wft). Afwijking van gewone cassatietermijn (art. 426 Rv) in verband met spoedeisend karakter; aansluiting bij cassatietermijn van 14 dagen van art. 3:191 lid 6 Wft.
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
Wvggz. Is sprake van een observatiemachtiging? Is voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg uit de Wvggz?
Personen- en familierecht. Verlenging OTS. Voorbehoud aanvulling PI. Overnemen gronden rechtbank. Motivering. Art. 3.3. Jeugdwet.
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Art. 426a lid 1 Rv.
Financieel recht, procesrecht. Vraag of cassatieberoep openstaat tegen uitspreken overdrachtsregeling (art. 3:159ij Wft). Afwijking van gewone cassatietermijn (art. 426 Rv) in verband met spoedeisend karakter; aansluiting bij cassatietermijn van 14 dagen van art. 3:191 lid 6 Wft.
Faillissementsrecht. Procesrecht. Verzoek van indirect bestuurder van gefailleerde vennootschap tot ontslag curator (art. 73 Fw) niet-ontvankelijk verklaard. Schending goede procesorde en beginsel van hoor en wederhoor?
Pensioenrecht; uitleg verplichtstellingsbesluit. Valt producent van vleesvervangers onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit voor het Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees?
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Concernenquête. Zorgvuldigheidsverplichting en art. 2:8 lid 1 BW. Onmiddellijke voorzieningen.
Familierecht. Jeugdzaak. Verlenging machtiging uithuisplaatsing; doorbrekingsgronden appelverbod art. 1:262b BW; afwijzing verzoek om contra-expertise; geldigheid onderzoeksrapport.
Jeugdrecht Beëindiging gezag ouders. Is art.1:266 BW in strijd met art. 8 EVRM? Proportionaliteit en subsidiariteit.
Wvggz. Zorgmachtiging verleend zonder dat bevindingen van de geneesheer-directeur waren overgelegd (art. 5:15 lid 2 en art. 17:3, onder e, Wvggz).
Jaarrekeningenrecht. Bevel van ondernemingskamer tot aanpassing van jaarrekening. Verlaging van balanspost eigen vermogen vanwege inkoop van eigen aandelen? Hoge Raad doet zelf de zaak af. Samenhang met zaak 19/01872.
Ondernemingsrecht; enquêterecht; procesrecht. Onderzoek naar beleid en gang van zaken van SNS-vennootschappen. Medewerkingsplicht. Mogen de vennootschappen inzage weigeren in notulen, bestuursbesluiten en correspondentie, voor zover daarin informatie staat die is uitgewisseld me
Enquêterecht; is middellijk aandeelhouder bevoegd een enquête te entameren?
Art. 81 lid 1 RO. Ruilverkaveling (art. 52 Wet inrichting landelijk gebied). Feitelijke grondslag. Belangenafweging. Onbegrijpelijk oordeel?
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij afwikkeling van hun huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden houdende een finaal verrekenbeding over vraag in hoeverre waarde van door man aangekochte echtelijke woning in afrekening moet worden betrokken; verrekening vo
12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/065HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de zoon], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n [de moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschene
5 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/093HR AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. 1. Het geding in feitelijke instanties
-
Faillissementsrecht. Moeten de gefailleerde en de schuldeisers worden gehoord over de salarisvaststelling van de curator ex art. 71 lid 1 Fw? Is Richtlijn (EU) 2019/1023 grond voor terugkomen van HR 19 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1009? Toepassing van art. 6 EVRM bij salarisva