Insolventierecht, procesrecht. Schorsing van geding wegens faillietverklaring (art. 29 Fw). Is art. 29 Fw van toepassing indien voor de dag van de faillietverklaring reeds uitspraak in eerste aanleg is gedaan, maar het hoger beroep tegen die uitspraak pas na de faillietverklaring
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 419 Rv
Genoemd in 388 uitspraken · Officiële wettekst
388 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
IPR, internationaal publiekrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake vorderingen tot opheffing van in België gelegd conservatoir derdenbeslag en verbod om opnieuw conservatoir beslag te leggen; vorderingen gegrond op immuniteit van executie van internationale organisatie. Is
Onrechtmatige rechtspraak? Vordering tegen Staat, gebaseerd op de stelling dat het arrest HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3367 (waarin eisers in het ongelijk zijn gesteld) jegens eisers onrechtmatig is omdat is nagelaten prejudiciële vragen aan het HvJEU te stellen. Verplichti
IPR, internationaal publiekrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake vorderingen tot opheffing van in België gelegd conservatoir derdenbeslag en verbod om opnieuw conservatoir beslag te leggen; vorderingen gegrond op immuniteit van executie van internationale organisatie. Is
Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Voorlopige machtiging. Horen psychiater. Overschrijding beslistermijn.
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Familierecht. Verzoek Nederlandse man en Braziliaanse echtgenote tot adoptie naar Nederlands recht van reeds in Brazilië geadopteerd kind. Bevoegdheid Nederlandse rechter? Art. 3 Rv. Forum necessitatis? Art. 9 Rv.
Arbitrage; Bilateraal Investeringsverdrag (BIT) tussen Ecuador en Verenigde Staten. Vordering tot vernietiging arbitrale vonnissen op de voet van art. 1065 lid 1, aanhef en onder a, Rv. Beoordeling bevoegdheid arbiters; maatstaf; geen terughoudende toetsing. Uitleg BIT; art. 31 e
Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad; beroepsaansprakelijkheid notaris; onzorgvuldig handelen bij opstellen van een akte; schadebeperking.
Faillissementsrecht. Plicht de zaak ten tweede male aan te houden bij nieuw verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling? (81 RO).
Onteigening. Schade die geen rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van de onteigening en daardoor niet als bijkomende onteigeningsschade voor vergoeding in aanmerking komt; Onteigeningswet voorziet niet in vergoeding van nadelen die niet door de onteigening of door het werk op h
Europees recht. Auteursrecht. Materiële reciprociteitstoets werken van toegepaste kunst (art. 2 lid 7 Berner Conventie); betekenis RAAP-arrest (HvJEU 8 september 2020, C-265/19, ECLI:EU:C:2020:677); ambtshalve bijgebrachte rechtsgrond; prejudiciële vragen?; vervolg op HR 23 septe
Wvggz. Na verwijzing HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123 niet vermelden ingangsdatum machtiging; onbegrijpelijk oordeel over einddatum? art. 422 en 424 Rv. Omvang behandeling geschil na cassatie en verwijzing?
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 11 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Samenhang met zaak 20/02014.
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv). Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassat
Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkt
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; u
Arbeidsrecht. Directe werking en doorwerking grondrechten in horizontale verhouding. Alcohol- en drugstest werknemer in kader van arbeidsovereenkomst in Aruba. Is contractuele verplichting daartoe verenigbaar met bepaling in Staatsregeling Aruba dat beperkingen van desbetreffende
Procesrecht. Voorlopig deskundigenbericht. Beroepsfout advocaat door het niet tijdig instellen van cassatieberoep in een strafzaak. Leent de vraag of een cassatieberoep tenminste een reële kans van slagen zou hebben gehad zich voor een voorlopig deskundigenbericht (art. 202 Rv)?
Financieel recht. Procesrecht. Arbeidsovereenkomst bankdirecteur beëindigd met overeengekomen vertrekvergoeding. Is die vergoeding in strijd met art. 1:125 lid 2 Wft en dus nietig op grond van art. 1:116 lid 3 Wft? Richtlijn 2013/36/EU (Vierde Richtlijn kapitaalvereisten). Overga
Goederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462, NJ 2009/137. Vermeerdering van eis na cassatie en verwijzing; tweeconclusieregel; toelaatbaarheid herhaalde eiswijziging nadat deze eerder niet was toegelaten; art
Dat dit in het onderhavige geval moet leiden tot het - buiten de grenzen van de rechtsstrijd - ambtshalve vernietigen van het beroepen verzetvonnis van 14 november 2007 en het alsnog niet-ontvankelijk verklaren van het verzet, lijkt afgeleid te moeten worden uit het arrest van de
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. C03/311HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], België, EISER tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n 1. [Verweerder 1], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten
7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/061HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n 1. [Verweerder 1], en 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDE
Ondernemingsrecht. Externe bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 6:162 BW van twee bestuurders van een B.V. jegens een schuldeiser wegens frustratie van betaling en verhaal i.v.m. een grotendeels onbetaald en onverhaalbaar gebleven terugbetalingsvordering van die derde op de B
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 11 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Samenhang met zaak 20/01494.