Procesrecht. Opheffing dwangsom. Art. 611d Rv. Is het de dwangsomrechter toegestaan om de dwangsom op te heffen omdat de hoofdveroordeling is uitgevoerd? Taakverdeling tussen dwangsomrechter en executierechter. Geen grief tegen onjuiste maatstaf vonnis voorzieningenrechter.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 402 Rv
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
beslag/instellen eis in hoofdzaak.
Vermogensrecht. Verjaring. BV verstrekt geldlening zonder zekerheid te bedingen. Gedeeltelijke terugbetaling lening, waarna schuldenares failleert. Aansprakelijkstelling bestuurder van BV op grond van onbehoorlijk bestuur. Is verjaring van de vordering (tijdig) gestuit? Art. 3:31
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Art. 843a Rv, vordering tot afgifte van bankrekeningafschriften. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking; HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB/Novisem) en HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834 (Synthon/Astellas). Rechtsbetrekking ui
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Procesrecht, beslagrecht. Conservatoir beslag. Art. 700 lid 3 Rv; eis in hoofdzaak tijdig ingesteld? Beoordeling tijdstip aanhangigheid buitenlandse procedure aan de hand van het desbetreffende buitenlandse recht. Bekendheid beslagdebiteur met aanhangigheid vereist?
Aanbestedingsrecht. Vraag of concessieovereenkomsten in regio Rotterdam openbaar moeten worden aanbesteed. ‘Duidelijk grensoverschrijdend belang’ (art. 1.7, onder c, Aanbestedingswet 2012); daaraan te stellen eisen; aansluiting bij rechtspraak HvJEU. Mee te wegen omstandigheden;
Aanbestedingsrecht. Vraag of concessieovereenkomsten in regio Rotterdam openbaar moeten worden aanbesteed. ‘Duidelijk grensoverschrijdend belang’ (art. 1.7, onder c, Aanbestedingswet 2012); daaraan te stellen eisen; aansluiting bij rechtspraak HvJEU. Mee te wegen omstandigheden;
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Vordering Belastingdienst tegen belastingplichtige tot het verstrekken van inlichtingen (art. 47 AWR) over buitenlandse bankrekening (KB-Lux). Omschrijving bevel. Restrictie t.a.v. gebruik gegevens. Redelijkheidsclausule voor dwangsomsanctie?
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht, procesrecht. Geding na cassatie en verwijzing door HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1056, NJ 2014/250. Weigering integriteitsverklaring onrechtmatig? Werknemer niet integer in de zin van de toepasselijke Integriteitscode?
In een zeer langlopende zaak, waarbij partijen (voormalige echtelieden) over en weer vele procedures tegen elkaar hebben gevoerd, komt de man net voor het wijzen van (eind)arrest erachter dat hij geen eigenaar meer is van een appartement, terwijl zowel de rechtbank als het hof da
Onteigening. Afzonderlijke onteigening van appartementsrecht niet mogelijk (HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8665, NJ 2013/474). Dient in administratieve fase het ontwerp van het onteigeningsbesluit aan de hypotheekhouder te worden gezonden?
Vermenging verpande en niet-verpande zaken. Pandrecht op vloeibaar aluminium. Oordeel hof over verhouding vermengde zaken; grenzen van de rechtsstrijd, motivering. Gevolgen vermenging verpande en niet-verpande zaken (vloeistoffen) van dezelfde eigenaar, indien hoofdzaak is aan te
In dit kort geding heeft de Belastingdienst van Nederlandse belastingplichtigen inlichtingen gevorderd over tegoeden in het buitenland. Ter discussie staat of deze eis in strijd is met het ‘nemo tenetur’-beginsel.
Art. 81 lid 1 RO. Executierecht. Vordering tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang ter incasso van kinderalimentatie, art. 585-590 Rv. Mogelijkheid tot verhaal; begrip ‘woonplaats’, art. 440 lid 1 onder a Rv, art. 1:10-11 BW. Feitelijke grondslag.
Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Verzoek tot uitvoerbaarverklaring civielrechtelijke veroordeling in vonnis van Belgische strafrechter. Begrip ‘burgerlijke of handelszaak’ in art. 1 EEX-Verordening (HvJEU 21 april 1993, ECLI:EU:C:1993:144, NJ 1995/207; HvJEU 28 maart 200
herroeping, bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd
Verzekeringsrecht. Beëindiging arbeidsongeschiktheidsverzekering. Persoonlijk onderzoek door verzekeraar naar verzekerde. Gedragscode Persoonlijk Onderzoek van het Verbond van Verzekeraars, geen recht in de zin van art. 79 RO. Afweging tussen ernst van inbreuk op het recht op eer
Art. 81 lid 1 RO. Samenhang met HR 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX8122. Vrijheid van meningsuiting. Onrechtmatige publicatie op internet. Onrechtmatige registratie domeinnaam en bevel tot overdracht. Belangenafweging. Art. 10 lid 2 EVRM. Executie dwangsom.
Verzoek om toestemming ontbindingsvergoeding niet-ontvankelijk, als ontbinding door andere instantie is uitegsproken (arbitragecommissie KNVB)
Door OM gelegd executoriaal derdenbeslag ter zake van dwangbevel tot betaling van strafrechtelijke boete. Vordering tot opheffing en verbod van nieuwe beslaglegging. Niet-ontvankelijkheid bij civiele rechter, mogelijkheid van verzet bij strafrechter vanaf de aanvang van de tenuit
Personen- en familierecht. Informatieverplichting met betrekking tot kind op straffe van verbeurte van dwangsommen. Maakt de man misbruik van bevoegdheid door de vrouw executiemaatregelen aan te zeggen? Art. 3:13 BW.
Internationaal familierecht. Tenuitvoerlegging Litouws vonnis waarbij “temporary place of residence (custody)” van zoon aan man is toegekend. Verordening (EG) 2201/2003, Pb EG 2003, L 338 (Brussel II-bis). HvJEU 15 juli 2010, nr. C-256/09, ECLI:NL:XX:2010:BN2220, NJ 2011/498 (Pur
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding cassatietermijn in kort geding; art. 339 lid 2, 402 lid 2 Rv.