Modellenrecht; inbreukvordering. Maatstaven beoordeling geldigheid gemeenschapsmodel, art. 4 lid 1 en art. 6 Gemeenschapsmodellenverordening; eigen karakter, algemene indruk geïnformeerde gebruiker, afstand tot soortgelijke modellen, vergelijking mogelijk met meer dan één anticip
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 402 Rv
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling. Wetswijziging die vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland voorwaardelijke invrijheidstelling onthoudt, art. 15 lid 3 onderdeel c Sr. Overgangsrecht, onm
Vreemdelingenrecht; Vw 2000; art. 3 IVRK, art. 3 en 8 EVRM, art. 17 en 31 ESH; Richtlijn 2003/9/EG (Opvangrichtlijn); Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn). Vordering in kort geding tegen de Staat dat uitgeprocedeerde moeder en haar, eveneens uitgeprocedeerde, minderjarige k
Art. 81 RO. Gezamenlijk uitgeoefend gezag; verbod moeder bij wie kind hoofdverblijf heeft om niet buiten een bepaalde afstand van vader te gaan wonen.
Medewerking administratiekantoor aan onderzoek door belastingdienst naar cliënten; omvang (afgeleid) verschoningsrecht. Administratiekantoor geen geheimhouder als bedoeld in art. 53a Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Kan zich beroepen op afgeleid verschoningsrecht geheimhoude
Verbintenissenrecht. De houder van een executoriale titel die het op executie laat aankomen terwijl bij voorbaat vaststaat dat de executie voor hem geen positieve opbrengst kan opleveren maakt niet zonder meer misbruik van recht, wanneer moet worden aangenomen dat de debiteur ove
Verbintenissenrecht. Vordering woningcorporatie wegens illegale onderverhuur. Schadebegroting op bedrag van de winst (art. 6:104 BW). Art. 6:104 BW geeft geen vordering tot winstafdracht, maar verleent de rechter een discretionaire bevoegdheid om de gevorderde schadevergoeding te
Overeenkomst. Dwaling ten aanzien van het ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geldende juridische kader waaraan de aanvraag voor een casinovergunningaanvraag getoetst zou moeten worden, betreft niet een uitsluitend toekomstige omstandigheid (art. 6:228 lid 2 BW).
Overheidsprivaatrecht. IPR. Zorgplicht ex art. 7:658 lid 4 BW. Rechtsmacht ex art. 1 EVRM. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Art. 4:84 Awb. Werknemers van Afghaans beveiligingsbedrijf dat ambassade in Kaboel beveiligde, vorderen dat de Staat hen evacueert naar Nederland
Kort geding. Unierecht. Ondernemingsrecht. Herstructurering concern met in kapitaalstructuur gesanctioneerde partijen; reële alternatieven voorhanden?; zorgvuldigheid besluitvorming?; proceskostenveroordeling. Samenhang met HR 21 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:922.
Ondernemingsrecht. Unierecht. Kort geding. Beperking van Russische vennootschap, die is opgenomen op sanctielijst bij Verordening (EU) nr. 269/2014, in uitoefening van vergader- en stemrechten als certificaathouder in certificaathoudersvergadering van STAK mede inzake wijziging v
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad en zekerheidstelling op de voet van art. 235 Rv. Art. 611a Rv. Opheffen van dwangsommen op de voet van art. 611d Rv.
Berustte de Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19 (Stcrt. 2021, 4191) op een deugdelijke wettelijke basis? Uitleg van art. 1 in verbinding met art. 8 van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.
Insolventierecht. Schuldsanering. Beschikking rechtbank op grond van art. 315 Fw. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 360 Fw. Termijn cassatieberoep.
Fiscaal verschoningsrecht (art. 53a AWR). Inlichtingenplicht advocaat als administratieplichtige derde (art. 47 AWR in verbinding met 52 lid 2, onder a en b, AWR). Strekt verschoningsrecht advocaat jegens belastingdienst zich uit tot informatie over derdengeldrekening?
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdzaak. Samenhang met HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 en HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1139.
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Is sprake van een teelpachtovereenkomst (art. 70f Pachtwet (oud)) dan wel van reguliere pacht? Dwingendrechtelijk vereiste van registratie?
Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Verstek en verzet. Werkt het door de ene gedaagde ingestelde verzet tegen een verstekvonnis ook door in de verhouding tussen de oorspronkelijk eiser en de andere gedaagden? Regel van openbare orde. Ambtshalve onderzoek in hoger beroep.
Procesrecht. Art. 419 lid 2 Rv. Afstemming kortgedinguitspraak op uitspraak bodemprocedure; HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128. Executiekortgeding, art. 438 lid 2 Rv. Juridische misslag. Misbruik van (executie)bevoegheid. HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoeks
Procesrecht. Opheffing dwangsom. Art. 611d Rv. Is het de dwangsomrechter toegestaan om de dwangsom op te heffen omdat de hoofdveroordeling is uitgevoerd? Taakverdeling tussen dwangsomrechter en executierechter. Geen grief tegen onjuiste maatstaf vonnis voorzieningenrechter.
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Art. 843a Rv, vordering tot afgifte van bankrekeningafschriften. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking; HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB/Novisem) en HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834 (Synthon/Astellas). Rechtsbetrekking ui
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Procesrecht, beslagrecht. Conservatoir beslag. Art. 700 lid 3 Rv; eis in hoofdzaak tijdig ingesteld? Beoordeling tijdstip aanhangigheid buitenlandse procedure aan de hand van het desbetreffende buitenlandse recht. Bekendheid beslagdebiteur met aanhangigheid vereist?
Aanbestedingsrecht. Vraag of concessieovereenkomsten in regio Rotterdam openbaar moeten worden aanbesteed. ‘Duidelijk grensoverschrijdend belang’ (art. 1.7, onder c, Aanbestedingswet 2012); daaraan te stellen eisen; aansluiting bij rechtspraak HvJEU. Mee te wegen omstandigheden;
Aanbestedingsrecht. Vraag of concessieovereenkomsten in regio Rotterdam openbaar moeten worden aanbesteed. ‘Duidelijk grensoverschrijdend belang’ (art. 1.7, onder c, Aanbestedingswet 2012); daaraan te stellen eisen; aansluiting bij rechtspraak HvJEU. Mee te wegen omstandigheden;