Op grond van artikel 1:207 lid 1 BW kan het vaderschap gerechtelijk worden vastgesteld op grond van het feit dat de man de verwekker is van de minderjarige of op grond dat de man als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 3 Rv
Genoemd in 184 uitspraken · Officiële wettekst
184 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Internationaal recht: bevoegdheid Nederlandse rechter; EEX-Verordening; Werknemer met de Finse nationaliteit is in dienst van een in Nederland gevestigde vennootschap. Werknemer verbleef ten tijde van het verrichten van zijn werkzaamheden meestentijds in hotels, onder meer in Dub
De rechtbank is van oordeel dat het de meest zuivere weg is om het huwelijk van partijen in te laten schrijven, zodat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Hierdoor zal de minderjarige staande het huwelijk zijn geboren, waardoor zij
Vast staat dat de man niet heeft meegewerkt aan het door de rechtbank bevolen DNA-onderzoek. De man - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - is evenmin ter zitting van 4 februari 2008 verschenen. Uit het uittreksel basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente [] van 26 feb
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ná erkenning.
Echtscheiding van partijen die hun gewone verblijfplaats op Malta hebben. Artikel 2 van Brussel II (EG-verordening nummer 1347/2000 van de Raad van 29 mei 2000) verhindert de vrouw feitelijk de toegang tot de rechter zodat het hofdeze bepaling buiten beschouwing laat.
Als gevolg van de wetswijziging d.d. 21 december 2000 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (welke wijziging per 1 april 2003 in werking is getreden) verkrijgt het kind dat na zijn geboorte door de man is erkend niet langer van rechtswege de Nederlandse nationaliteit. Het kind
Vaststaat dat de man en de moeder officieel in 1994 van tafel en bed zijn gescheiden. Hierdoor kan op grond van het Braziliaans Personen- en Familierecht de ontkenning door de man van het door huwelijk ontstane vaderschap van de minderjarige niet worden uitgesproken Op grond van
5.5 Gezien het bepaalde in artikel 1:207 lid 2 sub a BW kan gerechtelijke vaststelling van het vaderschap niet geschieden indien het kind twee ouders heeft. Nu in het onderhavige geval ten gevolge van de erkenning door de man, deze situatie zich thans voordoet, kan het vaderschap