Wrakingsverzoek afgewezen. Het verzoek tot wraking heeft als grondslag een rechterlijke beslissing en deels andere omstandigheden. Een verzoek tot wraking is niet bedoeld om een rechterlijke beslissing waarmee verzoeker het niet eens is aan de orde te stellen. Zelfs al zou een be
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 39 Rv
Genoemd in 595 uitspraken · Officiële wettekst
595 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Wrakingsverzoek afgewezen. Het verzoek tot wraking is gegrond op een rechterlijke beslissing. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een verzoek tot wraking niet is bedoeld om een rechterlijke beslissing waarmee verzoeker het niet eens is, aan de orde te stellen. Het gesloten syste
Wrakingsverzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek is gegrond op het verwijt dat de rechter – in de ogen van verzoekster ten onrechte – geweigerd heeft de gemachtigde als gemachtigde van gedaagde het woord voor de verdediging te geven, en voorts dat zij verstek heeft verleend tegen v
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op de gedachte dat verzoekster meent dat de rechter beslissingen heeft genomen ten gunste van de wedepartij van verzoekster. Volgens verzoekster is de rechter steeds tegemoet gekomen aan de wensen van de wederpart
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de desbetreffende zaak einduitspraak was gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te v
Wrakingsverzoek afgewezen. De gronden gericht tegen de rechtbank Amsterdam, dan wel alle rechters in de rechtbank Amsterdam, kunnen niet slagen, nu deze verwijten niet individueel op de gewraakte rechter zijn gericht. Uit de overige door verzoekers gestelde feiten en omstandighed
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig is gedaan.
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 512 Sv. Het verzoek is gedaan nadat een einduitspraak is gedaan. Het verzoek wordt buiten zitting afgedaan. De wrakingskamer oordeelt dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het
Het is aan de rechter om de orde van de zitting te bepalen. De rechter heeft het procesreglement op de gebruikelijke wijze toegepast en niet gebleken is dat verzoekers hierdoor op enigerlei wijze in een rechtens te respecteren belang zijn geschaad. Het is dan ook geen grond tot w
Mondeling verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op de dat de advocaat van verzoekster niet de gelegenheid kreeg om zijn verweer te voeren, omdat hij telkenmale door de rechter werd onderbroken met stellingen die er op duidden dat er reeds een oordeel was gevormd o
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op de gedachte dat de rechtbank aan het verweer, dat het aanvullende verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, voorbij is gegaan. Daarnaast voert verzoeker aan dat er naar aanleiding van he
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op de gedachte dat eisers gelet op het faillissement van een van de eisende partijen en de inhoud van het tussenarrest van het Gerechtshof hoe dan ook niet niet-ontvankelijk zijn. De rechter had dat al meteen op d
Mondeling verzoek tot wraking ex art. 36 Sv. Het verzoek berust op de gedachte dat de rechter met zijn houding op de zitting alsmede met zijn uitlatingen de indruk heeft gewekt dat zijn beslissing al vast stond voordat de zitting begonnen was. Voor verzoeker is het belangrijk da
Het verzoek berust in de kern op de gedachte dat de rechter, die in een hiërarchische verhouding staat tot een collega, in een herzieningsprocedure in een arbeidszaak waarin die collega al de ontbinding had uitgesproken, niet in vrijheid tot haar oordeel zou kunnen komen. Het wra
Het verzoek berust in de kern op de gedachte dat de rechter op grond van artikel 133 lid 4 Rv een akte van niet dienen had moeten verlenen en dat de beslissing van de rechter om deze akte niet te verlenen zozeer onbegrijpelijk is en in het nadeel van verzoeker is dat hieruit de s
Mondeling verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op een subjectieve grond en een objectieve grond. De subjectieve grond berust samengevat op de gedachte dat de rechter zonder redelijke grond bij monde van de griffier heeft laten weten geen kennis te willen nemen va
Het verzoek is ontvankelijk, omdat de termijn tussen 5 april 2012, de datum waarop het vonnis is gewezen dat aanleiding voor de wraking vormde en het tijdstip van indiening van het wrakingsverzoek, 18 april 2012, niet ontijdig is. Aan een verzoeker mag enige bedenktijd worden geg
Het wrakingsverzoek wordt afgewezen, omdat de rechter de regie op een zitting in handen heeft en het hem vrij staat om op basis van het aan hem voorgelegde dossier die vragen te stellen die hij van belang acht. Ook uit de wijze waarop de rechter die vragen heeft gesteld valt geen
De grondslag van het verzoek komt er in de kern op neer dat de rechter door haar houding ter zitting met betrekking tot de volmacht, de wijze waarop ter zitting met de door de wederpartij overgelegde, niet aan verzoeker bekende, stukken is omgegaan, door haar afwijzingen van het
De rechter heeft processuele beslissingen genomen. Vooringenomenheid is daaruit niet gebleken. De rechter bepaalt de gang van zaken op een zitting. Het staat een rechter vrij om een gemachtigde te onderbreken en/of aanwijzingen te geven. Zelfs als de rechter zou hebben gezegd dat
De rechter heeft een processuele beslissing genomen, die niet onbegrijpelijk is. Er bestaat geen grond voor de vrees van enige partijdigheid. De anti-misbruikbepaling wordt toegepast.
Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek is gedaan nadat de rechter mondeling uitspraak had gedaan. Op het moment dat zij werd gewraakt, had de rechter geen zaak meer in behandeling tegen verzoekster. Niet gebleken is dat verzoekster op de zitting daadwerkelijk
De rechter heeft een processuele beslissing genomen, die niet onbegrijpelijk is. Er bestaat geen grond voor de vrees van enige partijdigheid. De anti-misbruikbepaling wordt toegepast.
Zowel de gang van zaken op de comparitie, waarbij de rechter van een brief heeft geweigerd als toelichting op het tussenvonnis, als de wijze waarop is omgegaan met de producties, wijkt niet af van hetgeen gebruikelijk is en vormt geen aanwijzing van de schijn van partijdigheid.
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op de gedachte dat de rechter zich partijdig heeft getoond, door het laatste verzoek om uitstel af te wijzen. Op het moment dat zij haar verzoek deed, verbleef verzoekster in het ziekenhuis. Verzoekster noemt in h