Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd. Onevenredige bestraffing. Buitensporige last. Rechtsbescherming door de burgerlijke rechte
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 393 Rv
Genoemd in 231 uitspraken · Officiële wettekst
231 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Regeling in cao voor het middelbaar beroepsonderwijs over samenloop 'overige dagen' met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ongeoorloofd onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers? EU-richtlijnen over gelijke behandelin
Prejudiciële vragen over verzoek onderhoudsbijdrage jongmeerderjarige (art. 1:395a BW). Kan dit verzoek in de echtscheidingsprocedure tussen de ouders worden gedaan (art. 822 Rv en art. 827 Rv)?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Betekenis van gehomologeerd akkoord voor niet voor verificatie vatbare vorderingen (art. 157 Fw), in verband met regel dat tijdens faillissement lopende rente niet vatbaar is voor verificatie (art. 128 Fw).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Huurrecht. Procesrecht. Kan huurder/verhuurder zich na uitspraak voorzitter huurcommissie o.g.v. art. 7:262 BW rechtstreeks tot kantonrechter wenden zonder eerst in verzet te gaan bij huurcommissie en zo ja, binnen welke termijn?
Prejudiciële vragen. Overheidsprivaatrecht. Overdracht publiekrechtelijke vermogensrechten. Vallen verhuurde fosfaatrechten in het faillissement van de huurder? Titelvereiste art. 3:84 lid 1 BW en bijzondere regeling Meststoffenwet. Arresten Dircks/Dircks en Agin/Libosan q.q.
Prejudiciële vragen. Huurrecht. Heeft beslissing o.g.v. art. 7:267 lid 7 BW werking jegens de verhuurder? Is art. 7:267 lid 7 BW ook van toepassing op contractuele medehuur en, zo ja, heeft de beslissing op grond van die bepaling dan ook werking jegens de verhuurder?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Algemene voorwaarden. Arbitraal beding. Verlof tot tenuitvoerlegging arbitraal vonnis gewezen tegen consument. Ambtshalve beoordeling door voorzieningenrechter van eerlijkheid (arbitraal) beding? Ambtshalve beoordeling door voo
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen rekeninghouder van bank te vorderen heeft. Kan bank zich na het peilmoment van art. 54 Fw verhalen op betalingen door derden aan die rekeninghouder die in rekening-couran
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht; Wwz. Doorbetaling loon na terecht ontslag op staande voet? In behandeling nemen niet nodig vanwege uitspraak (vandaag) in de zaak met nummer 17/04244.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verzekeringsrecht (WAM). Art. 11 lid 1 en art. 13 lid 7 WAM. Is de in het RDW-register vermelde WAM-assuradeur jegens een benadeelde verplicht dekking te verlenen voor een schadevoorval dat heeft plaatsgevonden op de dag waarop volgens het regis
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten vakantiedagen (art. 7:641 BW) een boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw)? Geldt HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3819, NJ 2000/53 (LISV/Wilderink q.q.) nog na HR 19 april 20
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Invloed van kindgebonden budget op partneralimentatie (art. 1:157 BW). Vermindering van behoefte voor zover het ontvangen kindgebonden budget uitgaat boven aandeel in kosten kinderen? Vervolg op prejudiciële beslis
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Onrechtmatige overheidsdaad, strafrecht. Kort geding over rechtsbijstand bij politieverhoor. Uitleg van HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, NJ 2016/52 (strafkamer). Toetsing in kort geding van beleid (Beleidsbrief OM “Raadsman bij verhoor
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging executoriale titel. Betekening van die overgang aan de geëxecuteerde bij deurwaardersexploot (art. 431a Rv). Mogelijkheid voor verkrijgende rechts
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Vraag of art. 39 lid 1 Fw ook geldt voor de huur van roerende zaken. Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Procesrecht. Art. 384 lid 1 Rv. Ondanks appelverbod wordt hoger beroep ingesteld met een beroep op een doorbrekingsgrond. Het hof wijst dit beroep af, waarna de eiser herroeping vordert wegens bedrog (art. 382 Rv). Wie is de in art. 384 lid 1 Rv
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Beoordelingsvrijheid Hoge Raad, gebondenheid aan feitelijke beslissingen. Kan hypotheekakte na uitwinning dienen als executoriale titel in de zin van art. 430 Rv voor restantvorderingen? Uitleg HR 26 juni 1992, LJN ZC0646, NJ 1993/449 (Raboba