Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). IPR. Welk recht is van toepassing op een verbintenis tot schadevergoeding bij grensoverschrijdende inbreuk op Europees mededingingsrecht (art. 4 lid 1 Wet conflictenrecht onrechtmatige daad (oud))? Hoge Raad ziet af van beantwoording van de prej
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Tussenbeschikking. ECLI:NL:GHAMS:2018:115, ECLI:NL:GHAMS:2018:1292, ECLI:NL:GHAMS:2018:3104, ECLI:NL:GHAMS:2019:12.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten, art. 37-40 Fw. Fixatiebeginsel, art. 24 Fw. Mogelijkheid tot verificatie van vorderingen uit overeenkomst of andere rechtsverhouding die na ingaan van het faillissement zi
Vervolg van tussenarrest 9 mei 2017. Thans worden de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten vakantiedagen (art. 7:641 BW) een boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw)? Geldt HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3819, NJ 2000/53 (LISV/Wilderink q.q.) nog na HR 19 april 20
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met betrekking tot mogelijke strijdigheid (vanwege leeftijdsdiscriminatie) van het bepaalde in artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW met richtlijn 2000/78 EG
Boek ‘De gekooide recherche’; Vraag of er sprake is van een schending van het ambtsgeheim, schending van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en/of schending van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Vernietigbaarheid van een specifiek beding in een overeenkomst op grond van dwaling; daarvoor aan te voeren gronden. Instructie voor het verdere verloop van de procedure. Verzoek om kantoorverklaringen op te stellen en in te zenden.
Prejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van surseance van betaling tot aan de datum van een opvolgend faillissement over een vordering ten aanzien waarvan de surseance van betaling werkt in aanmerking voor verificatie
Het hof stelt een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de betekenis en toepassing van artikel 140 derde lid Rv: Verstekvonnis of vonnis op tegenspraak? Verzet of appel?
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is omzetting van kerkgenootschap in privaatrechtelijke rechtspersoon (of andersom) mogelijk? Overeenkomstige toepassing van art. 2:18 BW? Omvang rechterlijke toetsing.
Het hof stelt een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de betekenis en toepassing van artikel 140 derde lid Rv: Verstekvonnis of vonnis op tegenspraak? Verzet of appel?
bevoegdheidsincident; bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van vorderingen wegens inbreuken op Gemeenschaps- en Beneluxmerken en wegens onrechtmatige daad; zekerheidsstelling voor proceskosten; 97(5) GMVo; 6 EEX-Vo;
Kort geding. Verhoorbijstand. Eindvonnis na beantwoording prejudiciële vragen door de Hoge Raad. Uit oordeel Hoge Raad volgt dat de Beleidsbrief OM niet als strijdig met het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2015 kan worden aangemerkt. Gezien dit oordeel kan de Beleidsbrief
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Onrechtmatige overheidsdaad, strafrecht. Kort geding over rechtsbijstand bij politieverhoor. Uitleg van HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, NJ 2016/52 (strafkamer). Toetsing in kort geding van beleid (Beleidsbrief OM “Raadsman bij verhoor
Vraag of retentierecht rechtsgeldig is ingeroepen. Artikel 3:291 lid 2 BW en artikel 3:392 BW
Goederenrecht; insolventierecht. Overdracht assurantieportefeuille. Contractsoverneming. Uitleg. De overdragende tussenpersoon heeft geen eigendomsvoorbehoud op de portefeuille, wel een pandrecht op de provisievorderingen betreffende de verzekeringen.
Kort geding. Verhoorbijstand. Verwijzingsbeslissing van de voorzieningenrechter naar de Hoge Raad met prejudiciële vragen, zoals aangekondigd in het vonnis van de voorzieningenrechter van 31 maart 2016.
Kort geding. Verhoorbijstand. Vorderingen met betrekking tot buitenwerkingstelling / opschorting van de verbindendheid van de beleidsregel van de Raad voor de Rechtsbijstand tot verstrekking van subsidie aan advocaten die verhoorbijstand verlenen, afgewezen. Niet gebleken van onr
De rechtbank stelt voorop dat een vrijwaring slechts slaagt wanneer de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft een vr
Afwijzing verzoek om prejudiciële beslissing te vragen aan HR. Rechtsmiddel niet aangewend. Volgens vaste rechtspraak EHRM en HR voldoet stelsel van huur(prijs)bescherming aan door EHRM en HR bepaalde maatstaven
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging executoriale titel. Betekening van die overgang aan de geëxecuteerde bij deurwaardersexploot (art. 431a Rv). Mogelijkheid voor verkrijgende rechts
Dexia : Effectenlease. Waiver-zaak. Standpunten belegger ten aanzien van aankoop aandelen, onjuiste afrekenkoersen en beleggingstechnische gebreken verworpen. Nadere uitlating Dexia in verband met rol tussenpersoon; mogelijke bewijsopdracht belegger over concrete advisering tusse
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.