Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidia
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art 392 Rv), effectenleaseovereenkomst, ontbinding overeenkomst, verschuldigdheid resterende termijnen op grond van art. 6 Bijzondere voorwaarden. De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn: 1. is art. 6 Bijzondere voorwaarden in samenhang met art. 15 Bijzond
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv), effectenleaseovereenkomst; kan de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van rechtshandelingen collectief gestuit worden? De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn: - strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een co
Prejudiciële vraag aan HR: Hoe dient het toepasselijk recht op een verbintenis (schadevergoedingsvordering) wegens ongeoorloofde mededinging aan de hand van artikel 4 lid 1 WCOD te worden bepaald ingeval van een grensoverschrijdende inbreuk op de mededingingsregels? Zie voor uits
De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (artikel 392 Rv) naar aanleiding van het beroep op dwaling met betrekking tot een met een bank overeengekomen rentederivaat. De vragen zien op de omvang van mededelingsplicht van artikel 6:228 lid 1 onder b BW (verhouding to
De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (artikel 392 Rv) naar aanleiding van het beroep op dwaling met betrekking tot een met een bank overeengekomen rentederivaat. De vragen zien op de omvang van mededelingsplicht van artikel 6:228 lid 1 onder b BW (verhouding to
Handelsnaaminbreuk, bijkomende omstandigheden vereist? Vragen van uitleg aan de Hoge Raad.
Vervolg op Rb. Amsterdam 28 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Prejudiciële vragen over de buitengerechtelijke incassokosten (BIK). Inhoud en moment van ontvangst veertiendagenbrief. Stel- en bewijsplicht. Reparatie van onjuiste veertiendagenbrief mogelijk? Herberekening BIK bij gedeeltelijke betaling na incasso? Verstek of tegenspraak.
“Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad: is een perceel grond met de bestemming wonen (Wro) een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan in de zin van artikel 7:2 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek? En zo ja, onder welke voorwaarden of omstandigheden?”
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken gerechtshoven regels worden opgenomen over de omvang van p
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4617. Rechtbank stelt Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvraag: Kan een rechtspersoon in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW, uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende be
Kort geding over de limitering van de omvang van processtukken, zoals door de gerechtshoven vastgelegd in de civiele procesreglementen. De voorzieningenrechter stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De vordering die strekt tot opschorting van de bepalingen in afwachting van
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vordering tot schadevergoeding van gewezen verdachte op grond dat van zijn onschuld is gebleken. Is het gebleken onschuld-criterium in strijd met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM?
Omzetting kerkgenootschap in stichting. Art. 2:18 BW van overeenkomstige toepassing? Reikwijdte toetsing. Prejudiciële vragen aan de HR.
prejudiciële vraag, artikel 37 lid 1 Fw, ongerechtvaardigde verrijking
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidia
Tussenvonnis in kort geding over uitzetting van een gezin met jonge kinderen uit huurwoning na préjudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2025:21657. In dit vonnis worden de definitieve prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
Vervolg van tussenarrest 9 mei 2017. Thans worden de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met betrekking tot mogelijke strijdigheid (vanwege leeftijdsdiscriminatie) van het bepaalde in artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW met richtlijn 2000/78 EG
Prejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van surseance van betaling tot aan de datum van een opvolgend faillissement over een vordering ten aanzien waarvan de surseance van betaling werkt in aanmerking voor verificatie