Prejudiciële vragen samenloop art. 1:441 BW (beschermingsbewind bij opgekomen nalatenschap) en art. 4:193 BW (wettelijke vertegenwoordiging bij opgekomen nalatenschap).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Op afstand gesloten overeenkomst; informatieplicht; tekst op bestelknop; vereiste dat daaruit op niet voor misverstand vatbare wijze blijkt dat consument betalingsverplichting aangaat (art. 6:230v lid 3 BW). Gehele vernietiging
WHOA-zaak. Verzoek aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord. Voornemen prejudiciele vraag te stellen.
Kort geding over de limitering van de omvang van processtukken, zoals door de gerechtshoven vastgelegd in de civiele procesreglementen. De voorzieningenrechter stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De vordering die strekt tot opschorting van de bepalingen in afwachting van
Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2020:2779. Huurzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie na uitspraak van de huurcommissie. De huurcommissie heeft op basis van het aantal punten de redelijkheid van de aanvangshuurprijs vastgesteld en verder geoordeeld dat zij geen aanleiding ziet
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Voornemen tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Schriftelijke aanwijzing en beperking van contact tussen de ouder en de minderjarige. In deze zaak heeft de gecertificeerde instelling door middel van een schriftelijke aanwijzing een eerder door de rechter vastgestelde regeling gewijzigd. Over de reikwijdte van artikel 1:265f BW
Tussenvonnis. arbeidsongeschiktheidsverzekering; geschil over de (wijze van) vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid; uitlaten over prejudiciële vragen stellen.
Afsluiten WAM-verzekering motorrijtuig nadat daarmee ongeval heeft plaatsgevonden. Vermelding WAM-verzekeraar in RDW-register met ingang datum ongeval. Dient schade te worden gedragen door WAM-verzekeraar of door Waarborgfonds? Prejudiciële vragen aan HR.
De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad in een zogenoemde NAM-zaak. Partijen worden in de gelegenheid gesteld op de door de rechtbank voorgestelde vragen te reageren.
Effectenlease. Voornemen tot het stellen van een prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is art. 6 Bijzonder voorwaarden effectenlease een oneerlijk beding als bedoeld in de Richtlijn 93/13 EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten? Zie ECLI:NL:G
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurbemiddeling met betrekking tot huur van woonruimte, art. 7:425 BW. Plaatsing van een te verhuren woning op de website van een bemiddelaar. Is aanspraak op loon een noodzakelijke voorwaarde? ‘Dienen van twee heren’, art. 7:417 lid 4 en art. 7:
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking art. 6:44 BW (en art. 1433 (oud) BW). Bevoegdheid rechter om in B2B-relatie buite
Uitlaten voornemen prejudiciele vragen HR art 392 lid 2 RV. Ambtshalve toetsing of sprake is van koop op afbetaling bij een telefoontoestel plus abonnement waarvan de prijs van het toestel niet is bepaald. Leidt dit tot nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst ogv art
Schuldsanering na faillissement. Moet, indien een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling op de voet van artikel 15b Fw wordt gedaan, voorafgaand een poging worden ondernomen om met de schuldeisers tot een vergelijk te komen? Hof is voornemens prejudiciële vragen te
Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Consumentenrecht. Telefoonabonnement met ‘gratis’ mobiele telefoon. Koop op afbetaling (art. 7A:1576 BW)? Goederenkrediet (art. 1, aanhef en onder a en e, Wck (oud))? Kredietovereenkomst (art. 7:57 lid 1, aanhef en onder c, BW)? Strekking overeenk
Fraude bij Amerikaanse Ahold-dochter USF. Collectieve actie van de VEB tegen Nederlandse maatschap van accountants die (achteraf te rooskleurige) geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold van een goedkeurende verklaring heeft voorzien. Bevoegdheidsincident. Gevolgen van Amerikaans
Verzetzaak. Verzet ingesteld door beschermingsbewindvoerder tegen een bij verstek tegen de rechthebbende gewezen vonnis waarbij o.a. de door rechthebbende gesloten huurovereenkomst is ontbonden en de rechthebbende tot ontruiming van het gehuurde is veroordeeld. Tussenvonnis. De k
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidia
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Beschermingsbewind. Art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Heeft bewindvoerder recht op vergoeding voor werkzaamheden in verband met verhuizing van rechthebbende? Is r
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende beslissing door de kinderrechter en over een voorwaardelijk nieuw verzoek tot ondertoez
tussenbeschikking / prejudiciële vragen aan de Hoge Raad / Ziet het woord ‘making’ als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 aanhef en onder b BW op uitsluitend legaten of ook op erfstellingen? Indien het antwoord hierop is dat het woord ‘making’ ook ziet op erfstellingen, (a) hoe verho
Huurovereenkomst onbemand tankstation. Is er sprake van huur van een gebouwde onroerende zaak in de zin van de artikelen 7:230a en 7:290 BW? Voornemen om de zaak aan te houden in afwachting van te wijzen arresten van de Hoge Raad.
Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2025:21657. In dit vonnis worden de definitieve prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
Richtlijnen consumentenrechten. Aanvullende prejudiciële vragen over het beoordelen en sanctioneren van de informatieplichten van artikel 6:230m en 6:230v BW bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst.