Conclusie AG. Prejudiciële vraag rechtbank Overijssel over de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in strafzaken (§ 3), het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
“Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad: is een perceel grond met de bestemming wonen (Wro) een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan in de zin van artikel 7:2 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek? En zo ja, onder welke voorwaarden of omstandigheden?”
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Gelden de vereisten van arti. 3:84 BW voor de overgang van fosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de fosfaatrechten naar het vermogen van een ander? Betekenis van art. 27 Mw
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met mogelijkheid van aanvulling door partijen inzake de vraag in wiens vermogen de fosfaatrechten vallen die bij RVO op naam van huurder staan geregistreerd, de huurder of de verhuurder.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Is bij het boeken van accommodaties via een platform als dat van Airbnb sprake van bemiddeling (art. 7:425 BW)? Is het courtageverbod van art. 7:417 lid 4 BW, op grond waarvan de tussenpersoon in voorkomend geval geen recht heeft op loon jegens
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak huurcommissie. Moet gedaagde in een dergelijke procedure die zijnerzijds - evenals de eiser - een beslissing van de kantonrechter wenst over een punt waarover de huurcommissie om ee
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van beide
Effectenlease. Vernietiging van de leaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in verbinding met 1:89 BW. Als bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis is beslist dat de rechtsvordering tot vernietiging is verjaard in een procedure waarin één van de echtgenoten partij was, heeft d
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten beschouwing moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal publiekrecht. Conservatoir beslag op eigendommen van vreemde staten. Omvang immuniteit van executie. Verwijzing naar HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1387, NJ 2010/525 (Azeta/JCR en Staat), en HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:45
Beschikking met prejudiciële vragen over voorwaardelijke ontbinding.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenlease. Verbintenissenrecht. Ingangsdatum wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg (termijnbetalingen en aflossingen minus dividenduitkeringen). Dag van beëindiging effec
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4617. Rechtbank stelt Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvraag: Kan een rechtspersoon in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW, uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende be
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te nemen aan kansspelen; strekking van het verbod; kansspelen via internet; zijn kansspe
In deze zaak stelt eiser zich op het standpunt dat de aan hem opgelegde verhogingen van verkeersboetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) onrechtmatig zijn, omdat de wettelijke bepalingen op grond waarvan deze verhogingen zijn
Prejudiciële vragen samenloop art. 1:441 BW (beschermingsbewind bij opgekomen nalatenschap) en art. 4:193 BW (wettelijke vertegenwoordiging bij opgekomen nalatenschap).
Huurrecht; procesrecht. Prejudiciële vragen. Toetsing aanvangshuurprijs woning (art. 7:249 lid 1 BW en art. 11 en 12 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). Energieprestatie en waarderingsstelsel (art. 5 lid 1, onder a jo. bijlage I, onder A, Besluit huurprijzen woonruimte). Kan
Curator vs. Bank, betaling compensatie/veroordeling bank tot doen van nieuw UHK aanbod. Verrekening art. 53 Fw? Sprake van aanbod/aanvaarding? Civiele rechter treedt niet in uitvoering UHK - geen derdenbeding, rechtsvacuüm of R&B. Geen prejudiciële vragen.
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Voornemen tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Procesrecht. Vordering tegen meer gedaagden, die deels wel en deels niet in het geding verschijnen. Is art. 140 lid 3 Rv van toepassing, indien de zaak ten aanzien van de verschenen gedaagden wordt doorgehaald? Vonnis op tegenspraak of verst
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vervolg op HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2901, NJ 2014/428 en HvJEU 7 april 2016, ECLI:EU:C:2016:216. Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG. Moet ontslag
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). EU-Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG. Exhibitie. Art. 1019a, 1019b en 843a Rv. Wat zijn de maatstaven voor toewijzing van een exhibitievordering in verband met een beweerde IE-inbreuk? Prejudiciële vragen aan HvJEU over eventuele afwijkende maatsta
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Artikel 6:179 BW. Mede-bezitter van hond wordt gebeten door haar eigen hond Jengo. Heeft zij als mede-bezitter van de hond voor 50% aanspraak op dekking onder de AVP-verzekering? Vordering afgewezen; geen analogie met het Hangmat-arrest.