Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, art. 6:96 lid 2 onder c BW. ‘Veertiendagenbrief’, art. 6:96 lid 6 BW. Dubbele redelijkheidstoets; HR 16 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2740, NJ 1999/196. Normering hoogte verschuldigde vergoeding; Bes
Prejudiciële vraag, art. 392 Rv. Beschermingsbewind, taak bewindvoerder, beheer en beschikking, art. 1:438 en 441 BW. Procesbevoegdheid bewindvoerder in procedures over onder bewind gestelde goederen, instellen van rechtsmiddelen, overneming als formele procespartij van tegen rec
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling B
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (artikel 392 Rv) naar aanleiding van het beroep op dwaling met betrekking tot een met een bank overeengekomen rentederivaat. De vragen zien op de omvang van mededelingsplicht van artikel 6:228 lid 1 onder b BW (verhouding to
De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (artikel 392 Rv) naar aanleiding van het beroep op dwaling met betrekking tot een met een bank overeengekomen rentederivaat. De vragen zien op de omvang van mededelingsplicht van artikel 6:228 lid 1 onder b BW (verhouding to
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de prejudiciële vragen zoals op grond van de Tijdelijke wet Groningen door de Rechtbank Noord-Nederland gesteld bij tussenuitspraak van 28 april 2023, in zaak nr. 22/2463T, in het geding tussen [eiser] tegen het Instituut M
Art. 7:220 lid 5 en lid 6 BW, art. 392 Rv Prejudiciële beslissing verzocht aan de Hoge Raad over de vraag of een tijdelijke intrek in een door de verhuurder ter beschikking gestelde, volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning, moet worden aangemerkt als een verhuizing, zoal
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Zijn schulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving, aan te merken als boedelschulden, verifieerbare concurrente faillissementsschulde
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Handelsnaaminbreuk, bijkomende omstandigheden vereist? Vragen van uitleg aan de Hoge Raad.
Prejudiciële vragen op voet art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële dienste
Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57 lid 1 onder g en art. 7:58 lid 2 sub e BW. Verstrekken van informatie ‘geruime tijd
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling B
Noodregeling verzekeraar Ennia; vordering aandeelhouder tot schorsing; ontvankelijkheid; solvabiliteitstekort; begrip “verzekeraar”; beginselen van eerlijk proces en algemene beginselen van behoorlijk bestuur; artikel 843a Rv
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht, Wwz. Transitievergoeding (art. 7:673 BW). Uitsluiting van werknemers die AOW-leeftijd hebben bereikt van recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid 7, onder b, BW). Strijd met Richtlijn 2000/78/EG? Directe leeftijdsdiscriminatie;
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten vakantiedagen (art. 7:641 BW) een boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw)? Geldt HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3819, NJ 2000/53 (LISV/Wilderink q.q.) nog na HR 19 april 20
Bij beslissing van 9 maart 2017 heeft de Rechtbank Zeeland/West-Brabant de Hoge Raad ex artikel 27ga AWR verzocht om een prejudiciële beslissing. Belanghebbende heeft bij de inbreng van zijn registeraccountantskantoor in een BV een gerichte lijfrente in de zin van artikel 45a, li
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld (Marokka
RWN: kind uit bigaam huwelijk: Geschil betreft de vraag of bij toepassing van erkenningsregel van artikel 10:101 BW de geldigheid van het aan de afstamming ten grondslag liggende huweljk wel of niet een zelfstandig vereiste moet zijn. Prejudiciele vragen.
Octrooirecht, prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over uitleg 843a Rv bij inbreuk op octrooi.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Kinderalimentatie; kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop in aanmerking nemen bij behoefte of bij draagkracht?
Faillissementsgeschil over de vraag of opruimingskosten boedelkosten zijn. Rechtbank maakt onderscheid overeenkomstig arrest Koot Beheer/Tideman q.q. Rechtbank gaat ook in op verhouding beslissen van ABRvS en de civiele rechter met betrekking tot opruimverplichtingen. Rechtbank m