Hoger beroep gericht tegen een vonnis van de rechtbank waarbij is beslist over de heropening van het geding is niet-ontvankelijk. Vergelijk beschikking van de Hoge Raad van 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4896.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 388 Rv
Genoemd in 45 uitspraken · Officiële wettekst
45 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2016:4661. Kort geding. Huur woonruimte op grond van art. 15 Leegstandwet. Staking van executie van vonnis waarbij ontruimingsvordering is toegewezen, totdat in herroepingsprocedure is beslist. Nieuw feit in hoger beroep: leegstandwetvergunning blijkt te
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Vordering tot herroeping wegens bedrog. Casus bekend uit HR 29 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3762, NJ 2014/9. Faillissementspauliana (art. 42 Fw). Verzwijging? Grenzen rechtsstrijd.
Herroeping. Artikel 382 aanhef en onder a Rv.
Burenrecht. Beoordeeld moet worden of aan eerdere veroordelingen in kort geding is voldaan.
Arubaanse zaak; herroeping; cassatieberoep. Vraag of art. 80 lid 1 RO ook van toepassing is op een cassatieberoep tegen een beslissing van de Arubaanse rechter inzake de heropening van een geding tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Concordantiebeginsel. Verwerping klachte
Herroeping. Uitleg art. 388 lid 2 Rv. Reikwijdte. Mogelijkheid van doorbreking appelverbod op in rechtspraak erkende gronden? Aard van de beslissing. Mogelijkheid van cassatieberoep; art. 398 Rv. Omvang toetsing in cassatie; art. 80 lid 1 RO.
Art. 81 RO. Cassatieberoep tegen beschikking kantonrechter op verzoek tot herroeping; artt. 382, 388, 390, 391 Rv.
In hoger beroep komt appellante op tegen de afwijzing van de kantonrechter om een beschikking te herroepen. Gelet op het rechtsmiddelenverbod voert zij aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft nagelaten om de criteria van artikel 382 sub a en sub c Rv op een juiste manier toe
Procesrecht. Vordering tot herroeping op de voet van art. 382, aanhef en onder b, Rv. Oordeel rechtbank dat eiser redelijkerwijs in staat is geweest de bewuste valsheid tijdig te keren en had kunnen voorkomen dat in de eerdere procedure van de valse stukken gebruik zou worden gem
"verzoek werkgever om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden onder de voorwaarde 'dat de arbeidsovereenkomst met een andere werknemer niet wrodt ontbonden' is afgewezen. Een dergelijke voorwaarde verdraagt zich niet met de aard van de ontbidingsprocedure ex art. 7:685
Verzoek tot herroeping van een beschikking wegens bedrog(art. 382 jo 390 Rv). Tegen de beschikking van de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verweerder (de werknemer) hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft het beroep verworpen. Na een eerder inge
Arbeidsrecht, heropening ontbindingsprocedure.
Tussenbeschikking. Verzoek werkgeefster om herroeping van de (ontbindings-)beschikking voorzover het de hoogte van de toegekende vergoeding betreft. Kantonrechter heropent het geding.
Landinrichtingswet; vordering tot herroeping ex art. 382 Rv. van een vonnis tot afwijzing van bezwaren tegen plan van toedeling, geen doorbreking rechtsmiddelenverbod ex art. 186 LiW.
In deze zaak dient te worden bezien of het in art. 388 lid 2 Rv neergelegde appelverbod van de beslissing inzake de heropening van het geding is doorbroken doordat de kantonrechter fundamentele rechtsbeginselen heeft geschonden, aangezien hij in de bestreden beschikking in strij
ontbinding arbeidsovereenkomst. Herroeping van beschikking wegens "bedrog" (art. 390 en 382 Rv). Werknemer was uitgenodigd te solliciteren bij nieuwe werkgever nog voordat de ontbinding definitief was geregeld. Door dit niet aan de oude werkgever mee te delen is de vergoeding hog
Het hof is, anders dan de vrouw, van oordeel dat niet valt uit te sluiten dat de rechter die op het verzoek tot herroeping heeft te beslissen tot het oordeel komt dat de aard van een alimentatiebeschikking zich niet verzet tegen een verzoek tot herroeping. Naar het oordeel van he
23 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/188HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2] Beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS
19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/030HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n COÖPERATIEVE RABOBANK GORINCHEM U.A., gevestigd te Gorinchem,