Verzoek voorlopig getuigenverhoor afgewezen. Mogelijke vordering tot herroeping (art. 382 aanhef en onder a Rv). Aangevoerde gronden komen niet voor herroeping arrest in aanmerking. Geen belang bij verzoek voorlopig getuigenverhoor.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 383 Rv
Genoemd in 193 uitspraken · Officiële wettekst
193 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vordering tot herroeping Hof Amsterdam 11 november 2014, 200.131.346/01. Herroepingstermijn art. 383 lid 1 Rv. In het geding gepleegd bedrog art. 382 sub a Rv. Het verband tussen het gestelde bedrog en de beslissing in het arrest ontbreekt. Vordering tot herroeping afgewezen.
Betreft herroepingsverzoeken op grond van artikel 382 Rv, waarbij herroeping wordt verzocht van arresten van het hof uit 2019 waarbij – samengevat – is geoordeeld dat de betreffende bedrijven vallen onder de werkingssfeer van verplichtstelling van Bpf Bouw, de algemeen verbindend
Betreft herroepingsverzoeken op grond van artikel 382 Rv, waarbij herroeping wordt verzocht van arresten van het hof uit 2019 waarbij – samengevat – is geoordeeld dat de betreffende bedrijven vallen onder de werkingssfeer van verplichtstelling van Bpf Bouw, de algemeen verbindend
Betreft herroepingsverzoeken op grond van artikel 382 Rv, waarbij herroeping wordt verzocht van arresten van het hof uit 2019 waarbij – samengevat – is geoordeeld dat de betreffende bedrijven vallen onder de werkingssfeer van verplichtstelling van Bpf Bouw, de algemeen verbindend
Betreft herroepingsverzoeken op grond van artikel 382 Rv, waarbij herroeping wordt verzocht van arresten van het hof uit 2019 waarbij – samengevat – is geoordeeld dat de betreffende bedrijven vallen onder de werkingssfeer van verplichtstelling van Bpf Bouw, de algemeen verbindend
Betreft herroepingsverzoeken op grond van artikel 382 Rv, waarbij herroeping wordt verzocht van arresten van het hof uit 2019 waarbij – samengevat – is geoordeeld dat de betreffende bedrijven vallen onder de werkingssfeer van verplichtstelling van Bpf Bouw, de algemeen verbindend
Kort geding opheffing beslag en levering aandelen. Vordering 2:248 BW in dit geval wel overdraagbaar. Ratio van HR 17-9-1990, ECLI:NL:HR:2009:AB9949 gaat hier niet op.
Vordering tot herroeping vonnis o.g.v. artikel 382 Rv; afgewezen.
vordering tot herroeping vonnis: aanvang termijn van artikel 383 lid 1 Rv.
Toepassing artikel 46b Wet RO (verwijzing naar ander gerecht wegens betrokkenheid). President van de rechtbank was voornemens om een aan hem gerichte brief van eiser op informele wijze te behandelen. Door interventie van de behandelend rechter is hiervan afgezien en is alsnog de
Onteigening Hedwigepolder: hoogte van de schadeloosstelling. Nieuwe stukken in cassatie. Bodembestanddelen. Invloed van belang van de haven van Antwerpen op de werkelijke waarde. Eliminatieregel. Complexwaarde. Verwachtingswaarde. Rente van vrijkomend kapitaal. Middenweg tussen r
Herroeping. Bedrog. Eiser stelt dat uit latere getuigenverklaringen in zijn strafzaak blijkt van bedrog door wederpartij. Vordering te laat ingesteld, want termijn liep vanaf het afleggen van de verklaringen, waarbij hij aanwezig was. Eiser was bovendien tijdens eerdere procedure
Vordering tot herroeping wegens bedrog. Vordering niet goed onderbouwd en te laat gedaan.
herroeping art. 382 Rv, termijn herroeping art. 383 Rv
Vordering tot herroeping afgewezen. Geen verband tussen het gestelde bedrog en de beslissing.
Verzoek heropening ex art. 390 Rv, afgewezen.
Vordering tot herroeping gebaseerd op vervalste stukken en daarom afgewezen.
Herroeping vanwege bedrog en/of het achterhouden van stukken van beslissende aard (artikel 382 Rv). Zijn er feiten verzwegen die tot een voor de wederpartij gunstige afloop hadden kunnen leiden?
Vordering tot herroeping gebaseerd op vervalste stukken en daarom afgewezen. Misbruik van procesrecht. Veroordeling in volledige proceskosten.
Toewijzing verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Geschillenbeslechting, waaronder afwijzing tot het geven van vervangende toestemming op grond van artikel 7.3.11, vierde lid, Jeugdwet. Vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing. Aa
Verzoek tot herroeping beschikking; ontvankelijkheid. Bewijs van volmacht; art. 3:71 BW. Wet Bescherming Persoonsgegevens; proceskostenveroordeling; advocaat in loondienst.
Niet-ontvankelijk in verzoek ex artikel 390 Rv herroeping.
Burgerlijk procesrecht. Vordering tot herroeping van arrest dat hof Amsterdam op 12 april 2016 in eerder geding tussen partijen heeft gewezen wegens beweerdelijk door UWV in dat geding gepleegd bedrog. Overschrijding van de termijn van drie maanden waarbinnen de vordering tot her
Beroepsaansprakelijkheid van een advocaat. Causaal verband tussen de gestelde schade en het laten verstrijken van de termijn voor het starten van een herroepingsprocedure. Kansen in de procedure tot herroeping.