Na ontbinding arbeidsovereenkomst schooldirecteur bleek dat in een verslag over deze directeur door een extern ingehuurde adviseur het woord ‘concept’ was verwijderd door de (advocaat van de) school (werkgever). Geen herroeping ontbindingsbeschikking (art. 7:685 BW).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 383 Rv
Genoemd in 193 uitspraken · Officiële wettekst
193 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Een vordering tot herroeping dient te worden ingediend binnen drie maanden nadat de grond voor herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. Eiser tot herroeping heeft zijn vordering niet binnen deze termijn ingesteld en kan daarom in zijn vordering niet worden o
herroepingsprocedure, artikel 382 Rv
Vordering tot herroeping verstekvonnis waartegen niet tijdig verzet is ingesteld. Herroepingstermijn is van openbare orde. Kennis van de herroeping vorderende partij over het bestaan van een herroepingsgrond is bepalend voor de aanvang van deze termijn (art. 383 Rv).
De zaak betreft een herroeping van een eerder gewezen vonnis. Eerste vonnis was gebaseerd op onjuiste informatie. In dit vonnis heeft de rechtbank een aantal beslissingen genomen op het processuele vlak: heropening vindt plaats gelijk met de herroeping, eis in reconventie wordt n
Herroepingsprocedure. Geen nieuwe feiten
Herroepingsverzoek/ geen heropening nu geen sprake van bedrog noch van achterhouden stuk van beslissende aard als bedoeld in artikel 382 Rv? Bij kostenveroordeling hoofdzaak kostenveroordeling in incident betrokken.
Art. 80a RO. Afgewezen verzoek tot herroeping van arrest; stukken van beslissende aard, art. 382 aanhef en onder c Rv.
Vordering tot herroeping niet-ontvankelijk want niet ingesteld binnen de termijn van artikel 383 lid 1 Rv.
Herroeping wegens bedrog. Art. 383 Rv; aanvangstijdstip herroepingstermijn; “bekend worden” met bedrog; maatstaf. Art. 387 Rv; heropening geding; maatstaf.
Artt 67 en 69 Fw. Afwijzing van het verzoek van de gefailleerde tot het geven van een bevel aan de curator tot overname van een herroepingsprocedure.
Procesrecht. Vordering tot herroeping ingesteld binnen de termijn van art. 383 Rv.? (art. 81 RO).
Geen grond voor herroeping ex art. 382 Rv op grond van in brievenbus van eisers gedeponeerde geluidsband omdat inhoud ervan in essentie al bekend was.
Vordering tot herroeping van arrest op grond van bedrog
Herroeping; geen gedraging van één der partijen.
Betreft vordering tot herroeping. Deze wordt om meerdere redenen afgewezen. In de eerste plaats is de vordering te laat ingesteld, ten tweede bestaat er geen grond voor herroeping. Ook aanspraak op schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging wordt niet toegewezen, voor be
vordering tot herroeping (art. 382 Rv.) omdat de advocaat van gedaagden rechter-plaatsvervanger was in de rechtbank die de zaak heeft behandeld.
Verzoek tot herroeping van een beschikking wegens bedrog(art. 382 jo 390 Rv). Tegen de beschikking van de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verweerder (de werknemer) hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft het beroep verworpen. Na een eerder inge
Verzoek tot herroeping van een ontbindingsbeschikking krachtens artikel 382 jo 390 Rv. Beschikking nog niet in kracht van gewijsde, zodat de in artikel 383 lid 1 Rv genoemde termijn van indiening van het herroepingsverzoek nog niet is ingegaan. Verzoekster wordt niet ontvankelijk
Verzoekers stellen dat de bank bedrog heeft gepleegd in een verzoekschriftprocedure ex artikel 3:268 lid 2 BW juncto 548 Rv. Op de voet van artikel 390 Rv verzoeken zij thans de beschikking in die procedure te herroepen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek geweigerd omdat e
Het rechtsmiddel van herroeping heeft, gelet op de formulering van de desbetreffende bepalingen (Boek 1, Titel 10 Rv) betrekking op de consequenties van het handelen en nalaten van een procespartij. Het gaat uitsluitend om wat zich heeft afgespeeld tijdens een procedure die inmid
Appellanten had aan geïntimeerde op 25 juni 1999 percelen grond verkocht. Art. 13 van de koopovereenkomst bepaalde dat de koopovereenkomst werd ontbonden als op 9 februari 2000 geen bouwvergunning is ontvangen door de koper voor "minimaal 6 woningen tweekappers". Op 1 februari 20
19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/030HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n COÖPERATIEVE RABOBANK GORINCHEM U.A., gevestigd te Gorinchem,