Vordering tot herroeping verstekvonnis uit 2012. Uit stukken blijkt dat eiser al in september 2012 op de hoogte was van de gronden voor herroeping waarop hij zich nu beroept. Vordering is daarom te laat ingesteld. Ten overvloede: ook geen inhoudelijke gronden voor herroeping. Sch
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 383 Rv
Genoemd in 193 uitspraken · Officiële wettekst
193 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Eiser is niet-ontvankelijk in de vordering tot herroeping, omdat deze te laat is ingesteld. Als de vordering wel tijdig zou zijn ingesteld, zou deze zijn afgewezen omdat geen feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die zozeer de verdenking rechtvaardigen van bedrog dat eise
Herroepingsverzoek op grond van artikel 382 Rv in verbinding met artikel 390 Rv. De authenticiteit van de stukken die de aanleiding en/of basis zijn voor het herroepingsverzoek kan niet kan komen vast te staan, zodat het bestaan van een grond voor herroeping niet kan worden aange
Verzoek tot herroeping afgewezen. Geen herroepingsgronden aanwezig. Partij heeft stukken waarvan hij stelt dat die van beslissende aard zijn niet in handen. Niet ontvankelijk voor verzoek tot afgifte van stukken op grond van artikel 5:2 BW. Afwijzing verzoek tot vergoeding van be
Strijd met de beginselen van behoorlijke procesorde; verzoek tot herroeping van een vonnis; art. 382 Rv
Vordering tot herroeping. Beroep op artikel 382 onder a en onder c Rv. Driemaandentermijn van artikel 383 lid 1 Rv.
In deze zaak wordt wegens bedrog herroeping gevorderd van een arrest van dit hof. Het hof wijst deze vordering af, hoofdzakelijk op de grond dat het gestelde bedrog al tijdens de voorafgaande procedure met redelijkerwijs van de bedrogene te verwachten onderzoek had kunnen worden
Verzoek tot herroeping afgewezen. Art. 382 Rv. Geen sprake van bedrog.
Herroepingsprocedure (art. 382 Rv.). Burenrecht. Beroep op herroeping arrest van het hof slaagt niet.
Vordering tot herroeping vonnis en arrest. Vordering tijdig ingesteld (ambtshalve beoordeeld). Geen bedrog. Geen valse of achtergehouden stukken (van beslissende aard). Werkelijke proceskosten gedaagden niet toewijsbaar. NO in vordering herroeping vonnis. Afwijzing vordering herr
Art. 1068 en 1065a Rv; Vordering tot herroeping arbitrale vonnissen; bedrog door verzwijging van relevante informatie dat had kunnen leiden tot een andere uitkomst van de arbitrale vonnissen; bedrog ontdekt na de vonnissen: eerder nader onderzoek hoefde redelijkerwijs niet verwac
gezag van gewijsde, artikel 236 Rv, bindende kracht, aansprakelijkheid vereffenaar in nalatenschap
Art. 382, 383 Rv, art. 21 Rv Vordering tot herroeping arrest wegens bedrog. Eiseres ontvankelijk, maar arrest in hoofdprocedure berust niet op het (gestelde) bedrog; was niet van beslissende aard. Schending art. 21 Rv in herroepingsprocedure dat leidt tot proceskostenveroordeling
Vordering tot herroeping arrest 2015 wegens alsnog gevonden brief/ geen stuk van beslissende aard in licht eerder vastgestelde feiten/ afwijzing vordering en proceskostenveroordeling
Appartementsrecht. Vordering tot herroeping afgewezen.
Kort geding. Beroep op herroeping in de zin van artikel 382 Rv e.v. slaagt niet. Veroordeling in de daadwerkelijke/volledige proceskosten.
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2019:2902 en ECLI:NL:HR:2021:181; herroepingstermijn; geen herroepingsgronden aanwezig; geen veroordeling in de werkelijke proceskosten. Artikelen 237, 382, 383 en 384 Rv.
Verzoek tot herroeping op de a en c-grond van artikel 382 Rv van WWZ-beschikking (ontslag op staande voet) afgewezen.
Bekrachtiging beschikking rechtbank waarbij verzoek om voorlopig getuigenverhoor is afgewezen. Appellant heeft geen belang bij verzoek, nu vorderingen waarop voorlopig getuigenverhoor is gericht geen kans van slagen hebben. Herroeping. Gezag van gewijsde. Artt. 186 Rv, 3:303 BW,
Afwikkeling samenlevingsovereenkomst; vordering feitelijk strekkend tot herroeping arrest gerechtshof. Vordering ex artikel 843a Rv afgewezen.
Vordering tot herooeping arrest avondklok-zaak. Verwijzing naar OMT-advies met daarin niet de mest actuele grafiek is geen bedrog
Vordering tot herroeping Hof Amsterdam 11 november 2014, 200.131.346/01. Herroepingstermijn art. 383 lid 1 Rv. In het geding gepleegd bedrog art. 382 sub a Rv. Het verband tussen het gestelde bedrog en de beslissing in het arrest ontbreekt. Vordering tot herroeping afgewezen.
Kort geding opheffing beslag en levering aandelen. Vordering 2:248 BW in dit geval wel overdraagbaar. Ratio van HR 17-9-1990, ECLI:NL:HR:2009:AB9949 gaat hier niet op.
Vordering tot herroeping vonnis o.g.v. artikel 382 Rv; afgewezen.
vordering tot herroeping vonnis: aanvang termijn van artikel 383 lid 1 Rv.