Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullend verzoek in hoger beroep, art. 283, 362 en 130 lid 1 Rv. Rechtsmiddelenverbod, art. 130 lid 2 Rv. Doorbreking niet mogelijk.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 362 Rv
Genoemd in 519 uitspraken · Officiële wettekst
519 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Omvang onderhoudsverplichting beide ouders, invloed inkomen nieuwe partner op draagkracht, draagkracht stiefouder, beschikbare financiële gegevens nieuwe partner
Ontvankelijkheid, Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Procesrecht. Miskenning door hof van de grenzen van de rechtsstrijd. Incidentele cassatieberoep verworpen met toepassing art. 81 RO.
Bevelschrift gevraagd door advocaat na begroting door de Raad van Toezicht. Bevelschrift niet zonder meer af te geven. Eerst moet het bedrag nader worden vastgesteld door de rechter. Advocaat wordt in staatgesteld verzoek nader toe te lichten en aan te vullen. Verweerder hoeft ge
Verjaring en verwerking van het recht op het vorderen van kinderalimentatie.
Wijziging partneralimentatie; samenlevingscontract en aanvullende notariële akte waarbij partijen zijn overeengekomen dat na beëindiging van de overeenkomst tussen hen de bepalingen van de artikelen 1:155 en 1:157 tot en met 1:160 BW gelden; lotsverbondenheid; wijziging van omsta
Faillissement KPNQwest. Hoger beroep van zeven schuldeisers tegen de afwijzing van de rechter-commissaris van het verzoek ex art. 84 Fw een vergadering van schuldeisers te bepalen met als agendapunten de instelling van een crediteurencommissie en de openbaarmaking van de processt
Art. 81 RO. Omgangsregeling; belangenafweging, art. 1:377a lid 3 onder d BW. Gevolgen niet-meewerken aan deskundigenonderzoek, art. 198 lid 3 Rv.
Haags kinderontvoeringsverdrag. Uit artikel 13 van dit verdrag volgt dat de bewijslast met betrekking tot de vraag of de met gezag belaste persoon ( wiens gezagsrecht mogelijk is geschonden) vooraf heeft ingestemd of achteraf heeft berust in de overbrenging of het niet doen terug
Gelet op de hoge prioriteit van kinderalimentatie kan van de man in redelijkheid worden verwacht dat hij inteert op zijn eigen vermogen.
Een ter zitting overeengekomen onderhoudsbijdrage kan niet gewijzigd worden op grond van artikel 1:401 lid 4, maar op grond van artikel 1:401 lid 5. Er moet sprake zijn van grove miskenning van de wettelijke maatstaven.
Hof gaat in op de vraag welk deel van de ontbindingsvergoeding mag worden aangewend voor een aanvullen pensioenvoorziening.
Familierecht. Kinderalimentatie. Door hof vastgestelde bijdrage berust kennelijk op verkeerde berekening. Appelrechter vrij om zonder betoog ouder die bijdrage verzoekt, lagere bijdrage pas op tijdstip beslissing te laten ingaan. Daarvoor nodig dat stellingen oordeel dragen dat z
Procesrecht. Schending beginsel hoor en wederhoor nu verweerder door onjuiste adressering brieven hof niet is gehoord. Verweerder als niet verschenen belanghebbende ten onrechte niet bij aangetekende brief opgeroepen voor mondelinge behandeling; art. 272, 362 Rv.
Afstorting van het in de onderneming opgebouwde pensioen onder een verzekeraar
Wet griffierechten burgerlijke zaken. Te laat betalen van het griffierecht leidt - bij gebreke van beroep op de hardheidsclausule - in dit geval tot niet-ontvankelijkheid.
Moeder op verschillende gronden niet-ontvankelijk verklaard met haar verzoek om de verklaring voor recht dat de uithuisplaatsing van de minderjarige in strijd met de wet is.
Huwelijksvermogensrecht. Echtscheiding. Periodiek verrekenbeding. Art. 1:141 lid 3 BW; bewijsvermoeden. Verwerping beroep man op “tenzij”-clausule. Beleggingsleer.
Vader niet ontvankelijk in zijn verzoek m.b.t. co-ouderschap/omgang. Voor zover de in eerste aanleg geuite wens al als verzoek kon worden opgevat, had dat niet tot een beslissing kunnen leiden, nu zodanig verzoek door een advocaat moet worden gedaan, die vader niet had.
Dat de minderjarige zonder toestemming van de man door de vrouw zou zijn meegenomen naar haar nieuwe woonbestemming in Engeland, wat daar ook van zij, maakt niet de onderhoudsverplichting van de man voor de minderjarige reeds daardoor is komen te vervallen
Vaststelling zorg- en opvoedingsregeling. Kinderen verhuisd naar Denemarken. Bevoegdheid.
Nu de man in beroep is gekomen en hij stelt dat zijn draagkracht ontoereikend is, had hij die stelling in het licht van het verweer van de vrouw met bescheiden moeten onderbouwen. Nu hij dat heeft nagelaten heeft hij geen inzicht gegeven in zijn situatie. Bekrachtigd.
Het Hof is met de man van oordeel dat met de door de vrouw opgevoerde schulden geen rekening moet worden gehouden, nu zij niet zijn ontstaan tijdens het huwelijk van partijen, maar t.t.v. haar huidige huwelijk. Ook niet aangetoond dat het noodzakelijk was die schulden aan te gaan
Nu het op grond van een lopend wetenschappelijk onderzoek niet mogelijk is gebleken de ouders aan het ouderschapsonderzoek te laten meedoen, heeft het hof een beslissing omtrent het gezag gegeven op basis van de aanwezige informatie.