Hoger beroep van afwijzing voorlopig getuigenverhoor. Het hof wijst de zaak terug naar de kantonrechter. Het hof doet de zaak af ondanks voorwaardelijk wrakingsverzoek.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 361 Rv
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Alimentatie jongmeerderjarige met curator, afstandsverklaring, behoeftelijst, stiefouderverplichting, draagkrachtvergelijking.
Vader in procedure verlenging ondertoezichtstelling niet-ontvankelijk verklaard. Hij is geen belanghebbende.
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Tiendagentermijn voor het indienen van stukken (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 362 en art. 279 lid 6 Rv). Tweeconclusieregel.
Hoger beroep van gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor over mislukte investering van Ierse beleggers in Amsterdams onroerend goed. Deze beleggers hebben hun vorderingen – nadat er een vaststellingsovereenkomst was gesloten – gecedeerd aan Heredi
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Verzoek gemeente ex art. 26 Wvg tot nietigverklaring samenstel van rechtshandelingen na vervallen voorkeursrecht. Is dit verzoek in strijd met het proportionaliteitsvereiste van art. 1 Eerste Protocol EVRM? Stelplicht en bewijslast. Oproepen pa
Procesrecht. Goederenrecht. Geschil over erfgrens. Comparitie na aanbrengen in hoger beroep. Onmiddellijkheidsbeginsel. Had het hof partijen moeten wijzen op hun recht op een mondelinge behandeling ten overstaan van de drie raadsheren die zouden gaan beslissen? Verkrijgende verja
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Internationale echtscheiding. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter (Brussel II-bis)? Brengt bevoegdheid als echtscheidingsrechter ook bevoegdheid mee m.b.t. als nevenvordering gevorderde afgifte van renpaarden. Huwelijksvermogensrecht of burgerlijk
Vergoedingsvordering conform artikel 1:87 BW kan het hof niet vaststellen. de vordering van de vrouw wordt derhalve afgewezen. Wie eigenaar is van de renpaarden dient beantwoord te worden door de Oostenrijkse rechter nu de paarden zicht bevinden in Oostenrijk en de eigendom aldaa
Opheffing curatele en ambtshalve onderbewindstelling.
Vader heeft minderjarige, die direct na de geboorte uithuis is geplaatst, erkend. Vader geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 RV.
Familierecht. Partneralimentatie na tweede huwelijk, verlenging van alimentatieduur; duur eerste huwelijk ingevolge art. 1:166 BW meetellen bij duur huwelijk als bedoeld in art. 1:157 lid 6 BW; uitleg echtscheidingsconvenant; hoger beroep, grievenstelsel, ontvankelijkheid inciden
Procesrecht. Goederenrecht. Parate executie bij hypotheek (art. 3:268 BW). Verlof voor onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW. Wijze waarop aan belanghebbende op grond van art. 548 lid 3 Rv mededeling moet worde
Burgerlijk procesrecht. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Schending van beginsel van hoor en wederhoor door na wijziging van het verzoek geen nadere gelegenheid te bieden aan de (beoogde) wederpartij om een reactie te geven op het gewijzigde verzoek?
Bewind en mentorschap. Schending van het beginsel van hoor en wederhoor door twee belanghebbenden niet in de procedure te betrekken? Criterium bij het afwijken van de wettelijke voorkeursregeling (art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW).
procesrecht. Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank tot het niet ontvankelijk verklaren van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen en houdt de zaak aan zich voor verdere inhoudelijke behandeling.
Executiegeschil ex artikel 438 Rv. Toepassing van de maatstaven van het Strandhotel-arrest van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026.
Gezagsbeëindiging. Procesrecht. Behoorlijke oproeping.
Termijn voor indienen van hoger beroep in echtscheidingsprocedure als één van de echtgenoten in eerste aanleg niet is verschenen (artikel 820 Rv). De echtscheiding en de nevenvoorzieningen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; de beschikking vormt één geheel, want de nevenvoor
Kort geding. Dwangsom. Executiegeschil over de vraag of eiseressen dwangsommen hebben verbeurd vanwege overtreding van een eerder opgelegd gebod om het gebruik van een door verweerster ontwikkelde formule voor chloordioxideproducten te staken. Verjaring dwangsommen (art. 611g Rv)
Geschil tussen (voormalig) bestuurders van een stichting. Toetsing aan artikel 2:298 (oud) BW in verband met ontslag. Regels verzoekschriftprocedures. Belanghebbenden hebben ingevolge artikel 362 Rv niet het recht voor het eerst in hoger beroep een zelfstandig verzoek te doen.
AVG. Verzoek gericht tegen een samenwerkingsverband van verschillende overheidsinstanties. Ontvankelijkheid. Het samenwerkingsverband is volgens het hof geen ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van art. 4 onder 7 AVG.
Artikel 3 lid 1 Fw juncto artikel 15b lid 1 Fw. Artikel 288 lid 1, aanhef en onder b Fw. Artikel 288 lid 3 Fw Afwijzing verzoek opheffing faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling. Ontvankelijk. Indiening verzoek buiten 14 dagentermijn niet toerekenbaar. Verzoek inh
Rechtspositie van niet met gezag over een minderjarige belaste vader in een procedure tussen de uit het gezag ontheven moeder en de gecertificeerde instelling; vader in die procedure steeds door de rechtbank als informant aangemerkt en niet als belanghebbende; ook niet op het mom
Wvggz. Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Wie is procespartij in beroep tegen crisismaatregel? Ontvankelijkheid cassatieberoep. Toelaatbaarheid nieuwe crisismaatregel met aanvullende vormen van verplichte zorg tijdens de geldigheidsduur van de machtiging tot voortzett