Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 361 Rv
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Ondertoezichtstelling minderjarige. Procespartijen verzoekschriftprocedure, belanghebbenden. Kostenveroordeling ten gunste van belanghebbende, art. 289 Rv.
Personen- en familierecht. Echtscheiding. Procesrecht. Verzoek van vrouw om vaststelling van ‘prestation compensatoire’ naar Frans recht. Had verweer van man bij mondelinge behandeling op grond van tweeconclusieregel buiten beschouwing moeten blijven?
Personen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop woning van onder curatele gestelde moeder, waarin hij zou wonen?
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders over gezag en/of omgang belanghebbende?
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Tiendagentermijn voor het indienen van stukken (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 362 en art. 279 lid 6 Rv). Tweeconclusieregel.
Burgerlijk procesrecht. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Schending van beginsel van hoor en wederhoor door na wijziging van het verzoek geen nadere gelegenheid te bieden aan de (beoogde) wederpartij om een reactie te geven op het gewijzigde verzoek?
Bewind en mentorschap. Schending van het beginsel van hoor en wederhoor door twee belanghebbenden niet in de procedure te betrekken? Criterium bij het afwijken van de wettelijke voorkeursregeling (art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW).
procesrecht. Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank tot het niet ontvankelijk verklaren van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen en houdt de zaak aan zich voor verdere inhoudelijke behandeling.
Termijn voor indienen van hoger beroep in echtscheidingsprocedure als één van de echtgenoten in eerste aanleg niet is verschenen (artikel 820 Rv). De echtscheiding en de nevenvoorzieningen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; de beschikking vormt één geheel, want de nevenvoor
Geschil tussen (voormalig) bestuurders van een stichting. Toetsing aan artikel 2:298 (oud) BW in verband met ontslag. Regels verzoekschriftprocedures. Belanghebbenden hebben ingevolge artikel 362 Rv niet het recht voor het eerst in hoger beroep een zelfstandig verzoek te doen.
AVG. Verzoek gericht tegen een samenwerkingsverband van verschillende overheidsinstanties. Ontvankelijkheid. Het samenwerkingsverband is volgens het hof geen ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van art. 4 onder 7 AVG.
Rechtspositie van niet met gezag over een minderjarige belaste vader in een procedure tussen de uit het gezag ontheven moeder en de gecertificeerde instelling; vader in die procedure steeds door de rechtbank als informant aangemerkt en niet als belanghebbende; ook niet op het mom
WWZ-zaak. Beëindiging arbeidsovereenkomst na weigering kantonrechter te ontbinden.
Verdeling gemeenschap van goederen. Niet-ontvankelijkheid incidenteel hoger beroep. Procesreglement.
Toewijzing verzoek tot wijziging gebruiksregeling madelige zaak (artikel 3:168 BW).
Wijzigingsverzoek kinderalimentatie. Onjuiste adressering van door hof verstuurde oproepingsbrieven. Niet-verschenen belanghebbende in verzoekschriftprocedure, oproeping bij aangetekende brief, art. 272 in verbinding met 362 Rv. (HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3086, NJ 201
Vernietiging erkenning door stiefvader. Vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige door de biologische vader.
Verweerschrift, tevens inhoudende incidenteel appel, één dag te laat ingediend. Hof houdt rekening met het verweer, maar niet met het incidenteel appel.
Minderjarige belanghebbende niet-ontvankelijk in incidenteel appel tegen verlenging machtiging uithuisplaatsing, nu een referte niet te verenigen is met het instellen van incidenteel appel.