Echtscheidingszaak; mogelijkheid van beroep tegen in eerste aanleg uitgesproken echtscheiding, herstel van de band tussen het verzoek tot echtscheiding en de verzochte nevenvoorzieningen; partneralimentatie, motiveringseisen; ontvankelijkheid in hoger beroep, deelbeschikking?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 358 Rv
Genoemd in 566 uitspraken · Officiële wettekst
566 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/113HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advo
Appellante niet ontvankelijk in haar hoger beroep, nu zij in hoger beroep is gekomen van een eindbeslissing niet zijnde een eindbeschikking in de zin van artikel 358 lid 1 Rv en de uitzonderingen als vermeld in artikel 358 lid 4 Rv zich niet voordoen.
De man komt in hoger beroep van een tussenbeschikking waarbij de rechtbank de zaak heeft terugverwezen naar de Raad voor de Kinderbescherming, teneinde proefcontacten tussen de gewezen echtgenote van de man en het kind van partijen te organiseren. De man voert aan dat, hoewel het
Proceseconomische reden, bestaande in toetsing in hoger beroep van beslissing in eerste aanleg omtrent bevoegdheid van de Nederlandse rechter kennis te nemen van het inleidend verzoek voordat op de zaak zelf verder wordt ingegaan en beslist, levert geen bijzondere omstandigheid o
Uitleg verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden. Art 1:141 lid 4 BW is niet van toepassing.
Verdeling huwelijksgemeenschap. In dit geval zijn er bijzondere omstandigheden die afwijking van de hoofdregel van verdeling bij helfte rechtvaardigen.