Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten (cautio judicatum solvi), 224 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 353 Rv
Genoemd in 1.848 uitspraken · Officiële wettekst
1.848 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
De beslagene die in kort geding opheffing van het beslag vordert kan – zonder enig aanknopingspunt in de wet – voor de toepassing van artikel 353 lid 2 Rv niet als ‘oorspronkelijke gedaagde’ in de zin van die bepaling worden beschouwd. Voorts volgt uit artikel 353 lid 2 jo. 224 l
Incident tot zekerheidstelling voor de proceskosten; toepassing van artikel 224 Rv ‘naar analogie’?; afwijzing.
incident ex artikel 224 Rv
Incident ex artikel 224 Rv tot zekerheidsstelling voor proceskosten en tot vernietiging van de appeldagvaarding. Zekerheidsstelling afgewezen op grond van artikel 353 lid 2 Rv: appellant was in eerste aanleg gedaagde. Beroep op nietigheid van de appeldagvaarding wegens het niet v
Incident ex artikel 224 jo. 353 Rv. Geen zekerheidstelling proceskosten door de oorspronkelijke gedaagde, eiser in verzet en in hoger beroep.
Incident ex artikel 224 Rv tot zekerheidsstelling voor proceskosten. Geen zekerheidsstelling voor de kosten van de eerste aanleg waarin de vreemdeling in hoger beroep veroordeeld zou kunnen worden. Geen voorwaarde dat zekerheid pas kan worden ingeroepen als het arrest in de hoofd
Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten hoger beroep toegewezen (art. 224 Rv jo art. 353 lid 2 Rv). Geen sprake van situatie dat redelijkerwijs aannemelijk is dat verhaal in Nederland mogelijk zal zijn (art. 224 lid 2, aanhef en onder c, Rv). Bij vaststellin
Aandeelhoudersgeschil; onrechtmatig handelen jegens aandeelhouder. Kort geding. Onrechtmatige concurrentie via andere vennootschap. Zekerheid voor proceskosten; hoger beroep. Afstemmingsregel. uitleg vonnis. Executiekortgeding. Rechten op e-mailaccounts.
Incidenten ex artikel 224 tot stellen zekerheid voor de proceskosten en ex artikel 351 Rv tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Vordering tot stellen zekerheid voor de proceskosten toegewezen. Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat er o
Incidentele vordering tot zekerheidsstelling voor proceskosten.
Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten. Niet aannemelijk geworden dat appellant woonachtig is in een land waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten als bedoeld in art. 224 lid 2 Rv. Geen strijd met art. 6 EVRM omdat de hoogte van de te stellen zekerheid (18.000 euro)
Vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling. Bewijsopdracht Het opstellen en het toezenden van een factuur geldt niet als een prestatie in de zin van art 6:89 BW (HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565). De klachtplicht is derhalve niet van toepassing op de klachten die Fra
Incidentele vordering van appellanten tot zekerheidsstelling door geïntimeerde voor hun proceskosten ex art. 224 Rv jo art. 353 lid 2 Rv toegewezen. Geen sprake van een van de uitzonderingen van art. 224 lid 2 Rv. Geïntimeerde heeft niet zijn woonplaats of gewone verblijfplaats d
beroep op dwaling
koop paardentruck
Geschil over zekerheidstelling voor schade en proceskosten. Internationale en relatieve bevoegdheid aangenomen. Geschil ziet op handhaving octrooirecht waarvoor Haagse rechter volgens art. 70/80 ROW bevoegd. Vorderingen worden afgewezen.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:1259. Zekerheidstelling. Art. 224 Rv. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:4060 en ECLI:NL:GHAMS:2020:109.
Incident ex artikel 224 jo. 353 Rv, zekerheidstelling proceskosten. Door X is gesteld dat zich de uitzondering als bedoeld in artikel 224 lid 2 onder d Rv voordoet. Een schending van de effectieve toegang tot de rechter, als bedoeld in artikel 224 lid 2 sub d Rv, is vooral aan de
veroordeling proceskosten van het incident
In hoger beroep heeft geïntimeerde een incident opgeworpen, inhoudende dat appellant (een Australische vennootschap) zekerheid dient te stellen voor de proceskosten. De incidentele vordering is door het hof beoordeeld op de voet van art. 224 Rv. Het hof heeft de vordering toegewe
Hof merkt een opgeworpen incident tot “uitlaten hoedanigheid ex artikel 2:19 BW” aan als te zijn gericht op de vraag welke materiële procespartij als wederpartij beschouwd dient te worden. Nu de procedure tegen de betreffende rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van haa
Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep. Hof oordeelt dat art. 224 Rv van overeenkomstige toepassing is in de verzoekschriftprocedure.
Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep. Hof oordeelt dat art. 224 Rv van overeenkomstige toepassing is in de verzoekschriftprocedure.
Vervolg van tussenarrest 27 oktober 2015. Hof komt niet terug van eerder terugkomen na vervallenverklaring van recht op nemen van memorie van grieven. Zie ECLI:NL:GHAMS:2015:4421 en ECLI:NL:GHAMS:2016:3572.