Procesrecht. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vrijstelling van verplichting tot zekerheidstelling in Vriendschapsverdrag Colombia-Nederland? Verplichting van rechter om te onderzoeken of aangeboden wijzen van zekerheidstelling aanvaardbaar zijn (art. 6:51 BW) en
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 353 Rv
Genoemd in 1.848 uitspraken · Officiële wettekst
1.848 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Incident tot zekerheidstelling proceskosten in art. 69 Fw-procedure in cassatie. Analoge toepassing van art. 289 Rv (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3143) en van art. 224 Rv. Uitzondering van art. 224 lid 2 Rv van toepassing?
Erfrecht. Schenking voor overlijden door gevolmachtigde, tevens erfgenaam, aan zichzelf. Bewijslast (oogmerk van) schenking. Bewijs niet geleverd. Gevolgen daarvan in relatie tot artikel 3:194 lid 2 BW; nu (ook)sprake is van opzet is het aandeel verbeurd aan de andere erfgenaam.
Procesrecht. Zekerheidsstelling voor de proceskosten (art. 224 Rv). Staat Vriendschapsverdrag met Colombia in de weg aan verplichting tot zekerheidstelling? Wie bepaalt welke zekerheid wordt gesteld? Mogelijkheid om bij volgend arrest terug te komen van bevolen zekerheidstelling.
Procesrecht. Incident in cassatie tot zekerheidstelling voor de proceskosten (art. 414 Rv jo. art. 224 Rv). Zekerheidstelling ook voor onbetaald gebleven proceskosten uit een voorgaande instantie?
Procesrecht. Incidenteel verzoek tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep (art. 224 lid 1 en art. 353 lid 2 Rv). Is rechtspersoon gevestigd in Dubai of in Nederland? Vervolg van HR 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3240.
Procesrecht. Incidentele vordering tot (onvoorwaardelijke) uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van art. 234 Rv.; voorwaarde van zekerheidsstelling; omvang stelplicht.
Incident tot zekerheidstelling ex artikel 224 juncto 353 Rv; toewijzing tot aan hoogte proceskosten
Stellen van zekerheid ex artikel 224 lid 1 Rv; beroep op dit artikel is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, nu appellant op vordering van geïntimeerde zijn standplaats heeft moeten ontruimen en aldus zijn woonplaats is kwijtgeraakt. Daarnaast volgt uit
Parallel met de positie van eiser respectievelijk gedaagde, gaat niet zover dat de beslagene die in kort geding opheffing van het beslag vordert – zonder enig aanknopingspunt in de wet – aangaande zekerheidstelling als ‘oorspronkelijk gedaagde’ worden beschouwd.
Misbruik van volmacht en/of niet-nakoming samenwerkingsovereenkomst in het kader van verwerking risicovol afval in Afrika? Aanspraak op winstafdracht? Opdracht tot uiteenzetting van kosten ter bepaling van het resultaat van de projecten.
Tussenarrest. Incidenten tot zekerheidsstelling (art. 224 Rv) en tot openlegging van (financiële) administratie (art. 162 Rv en art. 6 EVRM). Vonnis rechtbank: ECLI:NL:RBMNE:2023:5330 Zie ook arrest Hof van 27 augustus 2024: ECLI:NL:GHARL:2024:5461
Tussenarrest na verwijzing door Hoge Raad. Bevel tot zekerheidstelling ex artikel 224 jo 353 lid 2 Rv conform minnelijke regeling.
Geen geslaagd beroep op ontbindende voorwaarde van financiering in koopovereenkomst woning. Geen aanleiding tot matiging van de contractuele boete.
Incidenten.
voldoende overtuigend toegelicht dat sprake is van dezelfde onderneming, vordering tot niet-ontvankelijkheid afgewezen
Indidentele vorderingen. Schorsing tenuitvoerlegging. Voorwaarde van zekerheidstelling. Bijzondere exhibitieplicht.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2016:7841. Incidentele vordering van de geïntimeerde tot niet-ontvankelijkverklaring inzake appel dan wel zekerheidstelling proceskosten o.g.v. art. 224 Rv. Afgewezen. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:3707.
Bij brief van 21 mei 2015 heeft de advocaat van appellant verzocht uitvoering te geven aan de verkoop en overdracht van haar aandeel in de percelen, hetgeen geintimeerde 1 heeft geweigerd. Cambridge heeft vervolgens geintimeerde 1 en geintimeerde 2 in kort geding gedagvaard tenei
e moeilijkheden die [geïntimeerden] beschrijven, betreffen echter problemen die in hun algemeenheid optreden als een Nederlandse partij een proceskostenveroordeling op een Amerikaanse partij tracht te verhalen. Op grond van de strekking van artikel V van het Verdrag en artikel 5
incident ex artikel 224 Rv - vordering tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten.
Incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv en incident tot zekerheidstelling voor de proceskosten ex artikel 224 Rv; van geïntimeerde kan op grond van artikel 353 lid 2 Rv geen zekerheid worden gevraagd; afwijzing.
Incident tot zekerheidstelling voor de proceskosten; beroep ‘naar analogie’ op artikel 224 Rv; afwijzing.
Eiser in het incident vordert zekerheid voor de proceskosten, omdat appellante inmiddels in Thailand is gevestigd. Het hof wijst deze vordering toe.
Incident tot zekerheidsstelling voor proceskosten (artikel 224 Rv)