Verjaring. Bezit (art. 3: 305 lid 1 BW). Verkeersopvatting en uiterlijke feiten bepalend. Snoeien – gedurende vele jaren - van een haag onvoldoende om als bezitsdaad te kunnen gelden.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 353 Rv
Genoemd in 1.848 uitspraken · Officiële wettekst
1.848 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 32 · live
Telefonisch beroep op financieringsvoorbehoud. Instemming met deze wijze van ontbinding door de makelaar van de verkoper. In de koopovereenkomst is bepaald dat de verkoop en koop tot stand is gekomen via bemiddeling van de makelaar als vertegenwoordiger van de verkopende partij.
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht. Incasso van facturen voor boekhoudkundige werkzaamheden. Passeren bewijsaanbod en waardering getuigenbewijs.
incident ex artikel 222 Rv ECLI:NL:GHSHE:2017:3059 200.207.442_01 (tussenuitspraak)
incident ex artikel 222 Rv zie ook ECLI:NL:GHSHE:2017:3058 (tussenuitspraak)
In eerste aanleg is de ontbinding van de huurovereenkomst uitgesproken vanwege structurele huurachterstand en is de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning. De daartegen gerichte grieven in hoger beroep slagen niet. Wel dient nog geantwoord te worden in incidenteel appel
kennelijke onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst.
Afwikkeling samenleving. Verschil van mening over inhoud gemaakte afspraken. Vooralsnog niet aannemelijk gemaakt dat man diende zorg te dragen voor ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor kredietschuld. Vorderingen m.b.t. verkoop woning alsnog afgewezen.
bij vordering wegens overbedeling geen wettelijke rente per afzonderlijk vermogensbestanddeel.
Echtscheiding. Verdeling. Uitvoering van de (eerder door het hof) vastgestelde verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en afwikkeling van onderscheiden verrekenposten, onder andere huuropbrengsten woningen.
Aanneming. Vraag of sprake is van een vaste aanneemsom of regie. Bewijslast daaromtrent in hoger beroep, in het licht van de grieven. Betekenis van een geoffreerde ‘totaalprijs’. Waarschuwingsplicht; regels omtrent de mogelijkheid van nadere bewijsvoering, nadat in eerste aanleg
Verzet tegen verstekarresten. Verzetexploot bevat geen antwoord in principaal appel en geen grieven in incidenteel appel. Beoordeling blijft beperkt tot het door de grief in principaal appel ontsloten deel van het geschil. Opposant op de voet van artikel 168 Rv toegelaten tot het
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2016:2375. Bekrachtiging. Geen verkrijgende verjaring van deel van kadastraal perceel. Ook geen verjaring van de vordering tot beëindiging van het bezit.
Eiswijziging in incidenteel hoger beroep toegestaan. De nieuwe vordering is geen ontoelaatbare uitbreiding van het partijdebat. Dat enkel door het hof als feitelijke instantie recht wordt gedaan op de gewijzigde eis, is inherent aan het wettelijk stelsel. Het gemis van een feitel
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Vervolg van HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1488, NJ 2007/62. Onrechtmatige daad door zwijgen over juiste omvang van huwelijksvermogen bij verdeling van de gemeenschap? Passeren bewijsaanbod.
Vermeerdering van eis door appellant bij memorie van grieven nadat tegen geïntimeerde verstek is verleend. Niet blijkt of appellant de vermeerdering van eis op de voet van artikel 130 lid 3 Rv aan de geïntimeerde heeft laten betekenen. Appellant krijgt alsnog de gelegenheid om ee
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2014:8827. Faillissement. Anders dan de eerste rechter oordeelde is de vordering van de curator deels slechts voorwaardelijk toewijsbaar. Deels lening en deels schenking.
Vrijwaringsincident in appel. In eerst aanleg is reeds de vrijwaring van een aantal partijen toegestaan. Die partijen zijn in eerste aanleg echter nimmer opgeroepen, omdat daar geen belang (meer) bij bestond. Thans wil de geïntimeerde in de hoofdzaak opnieuw toestemming om dezelf
Eiswijziging in strijd met de “in beginsel strakke regel”.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2015:8952. Overeenkomst voor een alarminstallatie met bijkomende diensten. Anders dan de eerste rechter oordeelde wordt de overeenkomst niet nietig bevonden wegens strijd met de Colportagewet (oud). Opzegging bevrijdt niet van voordien ontstane betalingsve
Eiswijziging in hoger beroep toegestaan. De nieuwe vordering is geen ontoelaatbare uitbreiding van het partijdebat. Dat enkel door het hof als feitelijke instantie recht wordt gedaan op de gewijzigde eis, is inherent aan het wettelijk stelsel. Het gemis van een feitelijke instant
Verbintenissenrecht. Is er voldoende grondslag voor de gestelde geldvordering?
Koper beroept zich op dwaling na koop van beleggingspanden om huuropzeggingen zijn verzwegen door verkoper.
Eiswijziging in hoger beroep toegestaan. De nieuwe vordering is geen ontoelaatbare uitbreiding van het partijdebat. Dat enkel door het hof als feitelijke instantie recht wordt gedaan op de gewijzigde eis, is inherent aan het wettelijk stelsel. Het gemis van een feitelijke instant
Kort geding Uitleg minnelijke regeling Voor het eerst een vordering in reconventie in hoger beroep (art. 353 lid 1 Rv)