Uitleg van boetebeding (artikel 25.3) uit de ‘ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST WINKELRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW’. Het in dat artikel genoemde minimumbedrag van € 300,-- per maand moet enkelvoudig worden berekend over het totaal aantal huurt
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 353 Rv
Genoemd in 1.848 uitspraken · Officiële wettekst
1.848 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Octrooirecht. Procesrecht. Verenigbaarheid van de tweeconclusieregel met art. 138 lid 3 Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 138 lid 3 EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Toepassing van de tweeconclusieregel naar aanleiding van bij akte in hoger beroep aangebra
Procesrecht. In ogenschouw genomen het roljournaal en het door partijen ingevulde H10-formulier kan de op het audiëntieblad aangetekende beslissing van de rolraadsheer tot verwijzing van de zaak naar de rol voor dagbepaling arrest, mede gelet op art. 209 Rv. in verbinding met art
Artikel 2:9 BW interne aansprakelijkheid van bestuurders van een stichting voor huisvesting van bejaarden voor beleggingen met vermogen van de stichting
Procesrecht. Hoger beroep, ontvankelijkheid; niet (tijdig) inschrijven ter rolle, aanhangigheid; herstelmogelijkheid; gebrek als bedoeld in art. 120 lid 2 en geldig herstelexploot ex art. 125 lid 4 Rv.
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Procesko
Aansprakelijkheid wegbeheerder (gemeente); ongeval bromfietser; oneffenheden door boomwortelopgroei in het wegdek van het fietspad; voldeed het fietspad aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en leverde het fietspad een gevaar op voor weggebruikers
Verbintenissenrecht. Medische behandelingsovereenkomst. Complicaties ontstaan door gebruik van 'Miragelplombe' bij oogoperatie. Vraag of sprake is van tekortkoming indien een zaak is gebruikt die ten tijde van de behandeling 'state of the art' is maar op grond van later opgekomen
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04794.
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/218HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n WONINGSTICHTING BINNENHOF, gevestigd te Heemstede, VERWEERSTER in cassatie, niet verschene
Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Schadevergoedingsactie van voormalig cliënt tegen advocaat wegens het laten verstrijken van een appeltermijn. Toepassing kansschadeleer. Stelplicht en bewijslast ter zake van het causaal verband tussen beroepsfout en schade. Voldoende gespecific
Artikel 130 Rv. Wijziging van eis in memorie van grieven. Wijziging van eis is niet betekend aan de niet verschenen geïntimeerde in hoger beroep. Verwijzing zaak naar rol zodat appellant de vermeerdering van eis alsnog in het geding kan brengen.
Spoed kort geding over de vraag of het de Staat en Schiphol moet worden verboden om maatregelen vast te stellen c.q. uit te voeren die de Staat onlangs heeft aangekondigd inzake geluidbelasting van Schiphol voor het gebruiksjaar dat loopt van 1 november 2023 tot en met oktober 20
Geen onrechtmatig handelen van de Gemeente. Vordering van [appellant] om Gemeente te verbieden de gemeentehuislocatie aan [geïntimeerde 2] te leveren, zonder haar (en andere gegadigden) ook in de gelegenheid te stellen deze locatie te verwerven. Geen aanbestedingsplichtige opdrac
Aansprakelijkheidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid voor schade als gevolg van asbestblootstelling. Art. 7:658 BW. Causaal verband tussen blootstelling aan asbest en ontstaan van mesothelioom? Arbeidsrechtelijke omkeringsregel. HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717, NJ 2014/98
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging to
Val over door gemeente op stoep naast parkeervakken geplaatste betonnen “varkensrug”. Geen aansprakelijkheid gemeente. Artt. 6:174 en 6:162 BW.
“Letselschadezaak. Overwegingen over de eindleeftijd bij verlies verdienvermogen, de rekenrente, de kosten van huishoudelijke hulp en het verlies zelfwerkzaamheid en over de betekenis van de richtlijnen van de Letselschade Raad voor de begroting van de twee laatstgenoemde schadep
Procesrecht. Verstekverlening. Termijn van dagvaarden (art. 115 Rv. in verbinding met art. 63 Rv.). Dagvaardingstermijn voor partij met woonplaats in een buiten Europa gelegen, bij het Haags Betekeningsverdrag aangesloten staat, bedraagt, indien de dagvaarding wordt uitgebracht a
onvoldoende concreet gevorderde verklaring voor recht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Rechtskracht van voorlopige voorziening op de voet van art. 223 Rv nadat einduitspraak in de hoofdzaak is gedaan en tegen die einduitspraak hoger beroep is ingesteld. Voldoende belang bij nieuwe voorlopige voorziening in hoger beroep?
Alimentatie. Terugbetaling van te veel ontvangen kinderalimentatie? Moet gebruiksvergoeding voor voormalige echtelijke woning worden betrokken bij bepaling van behoefte? Betekenis van exploitatielasten van buitenlandse woning bij bepaling van behoefte. Indexering van partneralime
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van d
Procesrecht. Verbintenissenrecht. Art. 3:51 lid 2 BW. Rechtsvordering tot vernietiging van koopovereenkomst; had het hof de rechtsvordering mogen behandelen en daarover mogen oordelen zonder dat alle partijen bij de koopovereenkomst in het geding waren betrokken? Vgl. HR 10 maart