Verweer in appel faalt vanwege gerechtelijke erkentenis (art. 154 lid 1 Rv)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 348 Rv
Genoemd in 138 uitspraken · Officiële wettekst
138 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Art. 81 RO. Eerst in appel aangevoerde stelling dat eisende partij verkeerde partij in rechte heeft betrokken. Rechtsverwerking.
Art. 81 RO. Verzoek tot wijziging kinderalimentatie op de voet van art. 1:401 BW. Voorrangsregeling art. 1:400 lid 1 BW.
Vennootschapsbelasting. Bedrijfsfusiefaciliteit. Art. 14 Wet Vpb 1969.
erfdienstbaarheid van weg, akte geeft uitsluitsel over betrokken percelen, erfdienstbaarheid omvat niet het recht om de weg ook te gebruiken als uitweg voor een aan het heersend erf grenzend industrieterrein dat de eigenaar van het heersend erf mede in eigendom heeft.
Familierecht. Belang bij hoger beroep. Partij heeft ondanks inschrijving van uitspraak in eerste aanleg waarbij echtscheiding is uitgesproken belang bij hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking, nu de echtscheiding slechts tot stand komt door inschrijving in de registers v
Vervolg op LJN BN4774. Wet op het consumentenkrediet. Betalingsregeling staat niet aan algehele opeising in de weg.
Studiefinanciering. Terugvordering. Overgangsrecht. Verhouding dwangbevel - beroepsprocedure.
Geen samenvatting bijgevoegd.
Tussenarrest. Wet op het consumentenkrediet. Doorlopend geldkrediet. Kredietovereenkomst op grond van het bepaalde in artikel 33 aanhef en sub e WCK in verbinding met artikel 40 lid 1 WCK nietig voor zover daarbij de rechten uit de spaarpolis aan Vola zijn verpand.
Brandschade; schadevordering tegen verhuurder opslagruimte; onzorgvuldige reparatie aan opslagruimte?
Kilometervergoeding. Berekeningsgrondslag. Geen sprake van prijsgegeven verweer doordat in eerste aanleg verweer niet langer is gevoerd.
Medische aansprakelijkheid. Immateriële schadevergoeding. Beroepsfouten gynaecologen in het kader van een bevalling. Ongewenste sterilisatie van de vrouw na de geboorte van het kind. Informatieplicht arts. Niet alleen de vrouw, maar ook haar echtgenoot is in de persoon aangetast
Partijen zijn in november 1994 gescheiden, nadat zij al geruime tijd niet meer samenwoonden. Bij convenant is een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw samengesteld, waabij is aangesloten aan de 'wettelijke termijnen'. Vlak voor het einde van de termijn ex. 1: 157 lid 4 BW
Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van zodanige feiten en omstandigheden dat de opzegtermijn van zes maanden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kort was en dat DT AG een opzegtermijn van twaalf maanden ha
(...)Het geschil tussen partijen vloeit voort uit een in februari 2002 tussen hen gesloten overeenkomst waarbij [appellanten] aan [geïntimeerde] verkochten het appartementsrecht ter zake van een bovenwoning aan [adres]. Ten tijde van de verkoop is namens [appellanten] een garanti
Doch ook indien het voorgaande anders zou zijn, is het hof van oordeel dat de notaris een beroepsfout heeft gemaakt door partijen niet te attenderen op het echtelijk toestemmingsvereiste (welke toestemming ontbrak) en de gevolgen daarvan voor de onaantastbaarheid van vaststelling
St. Nicholas baseert haar vorderingen tegen Get Nosed op de stelling dat zij exclusief rechthebbende is met betrekking tot het auteursrecht op de tekst van het liedje 'Rudolph the red-nosed reindeer' en op de titel 'Rudolph the red-nosed reindeer' (punt 1 inl.dagv.). Door Get Nos
Niet in geschil is dat de coöperatie haar verplichtingen uit de - inmiddels beëindigde - arbeidsovereenkomst met [geïntimeerde] niet (volledig) is nagekomen en dat [geïntimeerde] recht heeft op de door hem in de inleidende dagvaarding gevorderde bedragen aan loon en overige emolu
De gemeente voert bij haar memorie na verwijzing als disculperende, tot derogerende werking leidende omstandigheid aan dat zij naar eerst achteraf blijkt ten onrechte is uitgegaan van een verjaringstermijn van 20 jaren, dus tot 9 december 2006, en dat de Hoge Raad pas bij zijn ar
Aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van bodemverontreiniging onder bedrijfspand. Eiswijziging toegestaan. Verjaring vordering.
De standpunten van partijen lopen uiteen met betrekking tot de vraag of [appellant] [geïntimeerde] op bedoelde fiscale consequenties heeft gewezen en met betrekking tot de vraag of [geïntimeerde] vanaf 1996 de polis nog drie jaar in stand gehouden zou (kunnen) hebben door betalin
Overgaande tot beschouwing van het beroep op verjaring vanuit de door de Hoge Raad geformuleerde gezichtspunten, stelt het hof het volgende vast (waarbij de letteraanduidingen refereren aan die van de Hoge Raad ): (a) Er is hier sprake van een vordering tot vergoeding van louter
Nu [appellant] geacht moet worden uiterlijk op 24 november 1997 een daad van bekendheid met betrekking tot het verstekvonnis van 25 juli 1995 te hebben verricht, had het verzet tegen dat vonnis ingevolge artikel 81 (oud) Rv binnen veertien dagen daarna moeten worden ingesteld. Aa
Schadeclaim na dodelijk ongeval tijdens een bedrijfsuitje tegen het organisatiebureau door een nabestaande van de overleden werkneemster met wie deze samenwoonde; ‘behoefte’ als vereiste voor een aanspraak op levensonderhoud op de voet van art. 6:108 lid 1, aanhef en onder c, BW;