Incident. Vrijwaring. Geïntimeerde sub 1 niet-ontvankelijk in vrijwaringsincident. In eerste aanleg ook vrijwaringsincident opgeworpen en door de rechtbank toegewezen. In hoger beroep een nieuw vrijwaringsincident openen is niet de aangewezen route. Geïntimeerde sub 1 kan op gron
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 339 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Ondernemingsrecht. Unierecht. Kort geding. Beperking van Russische vennootschap, die is opgenomen op sanctielijst bij Verordening (EU) nr. 269/2014, in uitoefening van vergader- en stemrechten als certificaathouder in certificaathoudersvergadering van STAK mede inzake wijziging v
Overheidsaansprakelijkheid. Overschrijding van de redelijke termijn door de burgerlijke rechter.
Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Incident tot tussenkomst in onteigeningszaak. Art. 3 lid 2 en 3 Ow.
ECLI:NL:GHSHE:2022:302 en ECLI:NL:GHSHE:2023:832. Terugkomen op bindende eindbeslissingen over de omvang van de aan het hof voorgelegde rechtsstrijd.
Vrijwaringszaak. Samenhang met 22/01886 (mogelijke aansprakelijkheid voor schade aan naastgelegen pand door plaatsing afzinkkelder; inbreuk op een recht?; maatschappelijk onzorgvuldig gehandeld?). Ene door eiser in hoofdzaak aangesprokene, de aannemer, heeft andere in hoofdzaak a
Gezag
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd om van de vordering van eiseres kennis te nemen.
Art. 332 lid 1 en 3 Rv. Appelgrens.
termijn hoger beroep na verbetering vonnis ex art. 31 Rv
Vervallen verklaard vonnis. Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen kan de rechter niet zelf de rechtskracht van zijn uitspraak aantasten (Hoge Raad 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3476). Gevolgen voor het onderhavige hoger beroep.
Art. 332 lid 1 en 3 Rv. Appelgrens.
aandelenlease; verjaring, wetenschap Dexia van advisering door tussenpersoon Spaar Select; verwijzing naar schadestaatprocedure
Artikel 339 lid 5 Rv. Incidentele vordering oproeping in vrijwaring in hoger beroep afgewezen.
Conclusie AG. Intrekking hoger beroep. Raadsman machtigt dag voor ttz per fax griffiemedewerker hoger beroep in te trekken. Tijdens behandeling ttz ontbreekt akte van intrekking. Middel klaagt over voortzetting inhoudelijke behandeling terwijl zaak was ingetrokken. Betekenis van
De tweede appeldagvaarding, uitgebracht binnen 14 dagen na de bij de eerste appeldagvaarding aangezegde rechtsdag, kan niet worden aangemerkt als een geldig inschrijvingsherstelexploot. Appellante niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Overtreding relatiebeding na verkoop assurantieportefeuille.
Niet-ontvankelijkheid, hoger beroep instellen binnen veertien dagen na betekening of bekendraken met uitspraak, veroordeling bij verstek, vonnis op tegenspraak (art. 140 lid 3 Rv), toerekening kennis van UBO met uitsluitende zeggenschap aan rechtspersoon.
Procespartijen in hoger beroep. Verjaring. Geldlening. Het (incidenteel) hoger beroep kan zich niet richten tegen een partij die niet als procespartij in het principaal hoger beroep is betrokken. Op grond van artikel 3:307 lid 2 BW (hoofdsommen) en 3:308 BW (rente) zijn vordering
Kracht van gewijsde; geen mogelijkheid tot oproeping op basis van 118 Rv.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad en zekerheidstelling op de voet van art. 235 Rv. Art. 611a Rv. Opheffen van dwangsommen op de voet van art. 611d Rv.
Berustte de Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19 (Stcrt. 2021, 4191) op een deugdelijke wettelijke basis? Uitleg van art. 1 in verbinding met art. 8 van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.
Anticipatie door eiser mogelijk? Gedaagde onredelijk in belangen geschaad? Art. 126 Rv
In eerste aanleg heeft een koper vorderingen ingesteld tegen drie partijen. Slechts tegen één partij zijn de vorderingen toegewezen. Die veroordeelde partij (verkoper 1) stelt hoger beroep in. Koper stelt incidenteel hoger beroep in en vordert dat verkopers 2 en 3 alsnog ook (hoo
Fiscaal verschoningsrecht (art. 53a AWR). Inlichtingenplicht advocaat als administratieplichtige derde (art. 47 AWR in verbinding met 52 lid 2, onder a en b, AWR). Strekt verschoningsrecht advocaat jegens belastingdienst zich uit tot informatie over derdengeldrekening?