Huurrecht. Geschil tussen verhuurder en huurder over de ontbinding van een huurovereenkomst; onbegrijpelijk oordeel van de appelrechter tot niet-ontvankelijkverklaring van de huurder in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter wegens overschrijding van de appelterm
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 339 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Kort geding. Geschil tussen twee buitenlandse organisaties en Nationale Sporttotalisator (Lotto) over de rechtmatigheid van de zonder vergunning via het internet aan Nederlandse ingezetenen aangeboden gelegenheid tot deelname aan weddenschappen op uitslagen van sportwedstrijden e
Vonnis gefaxd aan partij, drie dagen na de dag waarop eerder de uitspraak was bepaald. Hof: 'De omstandigheid dat de griffier in strijd met het bepaalde in artikel 231 Rv niet op 9 november 2004 een afschrift van het vonnis aan [appellante] heeft verstrekt, heeft niet tot gevolg
Jaarrekeningenrecht. Kort geding, geschil tussen een vermogensbeheerder voor obligatiehouders en Ahold c.s. over het beschikbaar stellen van enkelvoudige jaarstukken, gevolgen van groepsvrijstelling van art. 2:403 lid 1 BW voor debitrice van obligatielening; Fondsenreglement is r
Geschil over totstandkoming van koopovereenkomst m.b.t. woning, perikelen in appel (81 RO).
Kort geding, geschil met de Staat over de registratie van antroposofische geneesmiddelen die niet homeopathisch zijn bereid, prejudiciële vragen aan Hof van Justitie EG (richtlijn 2001/83/EG).
Afspraak tussen partijen komt erop neer dat de uitkomst van het hoger beroep zonder enig belang zal zijn voor de rechtsverhouding tussen partijen. Onvoldoende belang bij het ingestelde rechtsmiddel. Het gestelde principiële belang kan evenmin als voldoende belang worden aangemerk
gemeenschapsrecht; overeenkomsten tussen gemeente en voetbalclub bij de realisatie van een nieuw voetbalstadion; onderzoek door Europese Commissie ingevolge art. 88 lid 2 EG naar een niet-aangemelde (nieuwe) steunmaatregel; bouwverbod in kort geding op grond van art. 88 lid 3 EG
24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/101HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet versche
25 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/034HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. S.F. van Sagel, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. ALPHAMO BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ
18 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/015HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Mr. E. van Staden ten Brink, wonende te 's-Gravenhage, OPPOSANT op de voet van art. 25 Wet tarieven in burgerlijke zaken. 1. De feiten...
17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/245HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassa
17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/224HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat
In geschil is of de provincie aansprakelijk is voor de schade die [appellanten] lijden doordat Reef c.s. gebiedsvreemde grond die besmet was met aardappelcysteaaltjes - de veroorzaker van aardappelmoeheid - hebben gebruikt ter ophoging van de bermen van de N363 tussen Ranum en Ro
3 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/018HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie), gevestigd te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr. H.A. Groen, t e g e n 1. DE
9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C02/323HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. VERENIGING BERGERS BELANGEN, gevestigd te Amersfoort, 2. [Eiseres 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [Eiseres 3], gevestigd te [vestigingsplaats], 4. [Eiseres 4], gevestigd te [
18 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/273HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n 1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats], België, 2. [Verweerder 2], wonende te [wo
In hoger beroep is de vraag aan de orde of de Nederlandse rechter in casu rechtsmacht heeft, nu het kind ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek zijn gewone verblijfplaats had in België, maar tijdens de procedure zijn gewone verblijfplaats in Nederland verkrijgt. Het
[appellanten] c.s. hebben bij inleidende dagvaarding, op grond van een tweetal arresten van de Hoge Raad(...) gevorderd dat Noorderzijlvest wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase, welke zij na vermeerdering van eis hebben gesteld op €
7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/032HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE GEMEENTE HEERDE, gevestigd te Heerde, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.A.M.
7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/033HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE GEMEENTE HEERDE, gevestigd te Heerde, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1.
23 april 2004 Eerste Kamer Nr. C03/053HR RM/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n de stichting STICHTING FONDS VRIJWILLIG VERVROEGD UITTREDEN OVERHEIDSPERSONEEL, gevesti
19 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/166HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. A.G. Castermans, thans mr. M.C.J. Jehee, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VER
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/195HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie), gevestigd te 's-Gravenhage
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C03/115HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het