Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdzaak. Samenhang met HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 en HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1139.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 339 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Verstek en verzet. Werkt het door de ene gedaagde ingestelde verzet tegen een verstekvonnis ook door in de verhouding tussen de oorspronkelijk eiser en de andere gedaagden? Regel van openbare orde. Ambtshalve onderzoek in hoger beroep.
Procesrecht. Art. 419 lid 2 Rv. Afstemming kortgedinguitspraak op uitspraak bodemprocedure; HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128. Executiekortgeding, art. 438 lid 2 Rv. Juridische misslag. Misbruik van (executie)bevoegheid. HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoeks
Procesrecht. Opheffing dwangsom. Art. 611d Rv. Is het de dwangsomrechter toegestaan om de dwangsom op te heffen omdat de hoofdveroordeling is uitgevoerd? Taakverdeling tussen dwangsomrechter en executierechter. Geen grief tegen onjuiste maatstaf vonnis voorzieningenrechter.
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitvoering bouwproject. Borgtocht door DGA voor schuld opdrachtgevende BV volgens door partijen opgemaakte tussentijdse afrekening. Aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf van de BV (art. 1:88 lid 5 BW)? Vaststellingsovereenkomst
Verband met ECLI:NL:RBAMS:2018:8609. Procesrecht. Kort geding. Incidenteel vonnis in kort geding, dat ter zitting waar ook de hoofdzaak werd behandeld, mondeling is uitgesproken. Overschrijding appeltermijn niet verschoonbaar, ook al is het proces-verbaal dat van dit vonnis is op
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Art. 843a Rv, vordering tot afgifte van bankrekeningafschriften. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking; HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB/Novisem) en HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834 (Synthon/Astellas). Rechtsbetrekking ui
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Dwangsom. Art. 611a lid 1 Rv. Veroordeling om zich te onthouden van opschorting, inhouding of verrekening op straffe van dwangsom. Is daarbij in wezen een dwangsom verbonden aan tevens uitgesproken veroordeling tot betaling van een geldsom? Onver
Niet-ontvankelijk omdat dagvaarding te laat is betekend.
Dagvaarding hoger beroep te laat betekend. Appellant niet-ontvankelijk.
niet-ontvankelijk in hoger beroep (1 dag te laat). Ook niet-ontvankelijk in incidenteel appel. Ambtshalve toepassing.
Aanbestedingsrecht. Vraag of concessieovereenkomsten in regio Rotterdam openbaar moeten worden aanbesteed. ‘Duidelijk grensoverschrijdend belang’ (art. 1.7, onder c, Aanbestedingswet 2012); daaraan te stellen eisen; aansluiting bij rechtspraak HvJEU. Mee te wegen omstandigheden;
Aanbestedingsrecht. Vraag of concessieovereenkomsten in regio Rotterdam openbaar moeten worden aanbesteed. ‘Duidelijk grensoverschrijdend belang’ (art. 1.7, onder c, Aanbestedingswet 2012); daaraan te stellen eisen; aansluiting bij rechtspraak HvJEU. Mee te wegen omstandigheden;
Niet-ontvankelijkheid wegens te laat indienen appeldagvaarding. Mondelinge uitspraak, motivering vonnis volgt later.
Art. 81 lid 1 RO. Advocatentuchtrecht. Bevoegdheid Deken disciplinair onderzoek in te stellen naar onbehoorlijke uitlatingen van advocaat. Kantoorbezoek, kantoor aan huis. Voldoet art. 46 Advocatenwet als wettelijke grondslag voor inbreuk op vrijheid van meningsuiting? Art. 7 Gw;
Beroep op niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de appeltermijn. De op het deurwaardersexploot vermelde datum ligt een dag na het verstrijken van de appeltermijn. Het deurwaardersexploot levert dwingend bewijs op, waartegen tegenbewijs open staat. Appellante slaagt in h
Onrechtmatige overheidsdaad; strafrecht. Tenuitvoerlegging voorwaardelijk gedeelte gevangenisstraf onrechtmatig? Veroordeling tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf (art. 14a Sr), waarbij voorarrest langer heeft geduurd dan onvoorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf. Zie
Arbeidsrecht. Loonvordering in kort geding na ontslag op staande voet. Kosten buitengerechtelijke rechtsbijstand.
Art. 81 lid 1 RO. (Vervolg op tussenarrest over griffierecht: HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:607.) Kort geding in verband met voorgenomen strafrechtelijke ontruiming van kraakpand (art. 551 Sv) waarin uitgeprocedeerde asielzoekers verblijven. Is bed-bad-broodregeling voldoende
Internationaal publiekrecht. Executoriaal beslag ten laste van vreemde staat. Omvang immuniteit van executie. Stelplicht en bewijslast m.b.t. bestemming van goederen die beslag en executie toestaat. Verwijzing naar HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2236 en HR 11 juli 2008, EC
IPR. Toepasselijk recht op (on)rechtmatigheid van internetpublicaties. Kan als ‘land waar de schade zich voordoet’ (art. 4 lid 1 Verordening Rome II) worden aangemerkt het ‘centrum van de belangen’ van de gelaedeerde (conform art. 5, onder 3, EEX-Vo, zoals uitgelegd in HvJEU 25 o
Procesrecht. Appeltermijn van 8 dagen bij reële executie ex art. 3:300 lid 2 BW en art. 433 Rv Indien in het dictum van het vonnis toepassing is gegeven aan de regel van art. 3:300 lid 2 BW (vonnis vervangt akte van levering woning), dan dient op straffe van niet ontvankelijkheid
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Executiegeschil. Dwangsommen verbeurd omdat onrechtmatige publicatie tijdelijk weer toegankelijk was vanwege technische fout? Art. 611d lid 1 Rv.
In dit kort geding heeft de Belastingdienst van Nederlandse belastingplichtigen inlichtingen gevorderd over tegoeden in het buitenland. Ter discussie staat of deze eis in strijd is met het ‘nemo tenetur’-beginsel.
Art. 81 lid 1 RO. Executierecht. Vordering tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang ter incasso van kinderalimentatie, art. 585-590 Rv. Mogelijkheid tot verhaal; begrip ‘woonplaats’, art. 440 lid 1 onder a Rv, art. 1:10-11 BW. Feitelijke grondslag.