Intellectueel eigendomsrecht. Procesrecht. Octrooizaak. Is art. 1019h Rv van toepassing op werkzaamheden die uitsluitend betrekking hebben op de vraag of de overschrijding van de appeltermijn verschoonbaar is? Kosten van het cassatieberoep: art. 1019h Rv of het liquidatietarief?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 339 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Kort geding; geschil over onrechtmatig gebruik bedrijfsgeheimen; verlof conservatoir bewijsbeslag; inzagevordering art. 843a Rv; vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’ voor inzagevordering; samenhang tussen vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’?;
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Uitleg van clausule in distributieovereenkomst (voetbal)televisiekanalen.
Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud de korte cassatietermijn van acht weken (art. 200 lid 2 Rv) die de nieuwe wet voor
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Executiegeschil n.a.v. beslag op schilderijen. Vernietigbaarheid van (vaststellings)overeenkomst in notariële akte wegens dwaling?
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Veroordeling tot medewerking aan verkoop en levering van woning, met bepaling dat vonnis in plaats van de akte kan komen. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat rechtsmiddel niet tijdig is ingeschreven in rechtsmiddelenregister? Art. 3:300 lid 2 en 3:
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Kort geding. Executie van dwangsommen, verschuldigd ingevolge HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ 2013/559. Wijze waarop de belastingplichtige aan de veroordeling tot verschaffen van inlichtingen moet voldoen. Oproeping voor onderhoud to
Procesrecht. Incidentele vordering tot (onvoorwaardelijke) uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van art. 234 Rv.; voorwaarde van zekerheidsstelling; omvang stelplicht.
Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan VS voor vervolging wegens moord. Uitlevering in strijd met art. 3 EVRM wegens mogelijkheid levenslange gevangenisstraf of wegens detentieomstandigheden? Kan beroep op omstandigheden na arrest hof o.g.v. a
Kort geding. Internationaal publiekrecht. Onrechtmatige daad. Gebod aan Staat tot staken uit- en doorvoer F-35-onderdelen naar Israël. Beoordelings- en beleidsruimte Staat op terrein buitenlandse politiek en defensie; verplichting herbeoordeling verleende vergunning o.g.v. EU Gem
Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Stuit voeging in cassatie af op omstandigheid dat partij die voeging vordert, (na voeging in eerste aanleg) in hoger beroep partij was en niet zelf cassatieberoep heeft ingesteld? Belang bij voeging? Afwijzing vordering
Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut bij voeging in procedure over uitleg Regeling zorgverzekering? HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306.
Procesrecht. Verstekprocedure waarin een derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt. Toepasselijkheid art. 140 lid 3 Rv. Verplichting derde de niet verschenen gedaagde van de voeging/tussenkomst op de hoogte te stellen. Omstandigheden waaronder niet-ontvankelijkverk
Art. 81 lid 1 RO. Executiegeschil. Uitleg dictum. Reikwijdte van gebod tot verschaffen van toegang aan de eigenaar van een perceel (ADM-terrein) door de gebruikers daarvan. (Samenhang met 16/04400)
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Vordering Belastingdienst tegen belastingplichtige tot het verstrekken van inlichtingen (art. 47 AWR) over buitenlandse bankrekening (KB-Lux). Restrictie t.a.v. gebruik gegevens; bewaarplicht t.a.v. gegevens ouder dan tien jaar? Fishing expeditio
Arbeidsrecht. Loondoorbetaling; overgang van onderneming in zin van art. 7:663 BW, toelaatbaarheid afstand dienstbetrekking met gelijktijdige indiensttreding in nieuwe onderneming; wijze van informatievoorziening in strijd met goed werkgeverschap ex art. 7:611 BW?
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/264HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. XS4ALL INTERNET B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [eiser 3], wonende te [woonplaats], 4. [eiser 4], wonende te [woonplaats], België, 5. [eiser
Cassatieprocesrecht. Incidentele vordering tot weigering van stukken omdat deze geen stukken van het geding zijn in de zin van art. 419 lid 2 Rv. Oneigenlijke beïnvloeding cassatierechter?
Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan Rwanda voor vervolging wegens genocide op grond van Genocideverdrag en Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven. Uitzondering op het vertrouwensbeginsel wegens voldoende concrete aanwijzingen dat risico
Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Aanvullende rechtsbescherming burgerlijke rechter. Detentie hangende behandeling vordering achterwege laten v.i. o.g.v. art. 6:6:8 lid 5 Sv oud. Grond voor buiten toepassing laten van deze bepaling wegens strijd met art. 5 EVRM? Kan bij burgerli
Onrechtmatige overheidsdaad. Is de (voorgenomen) verkoop van een perceel grond door de gemeente in strijd met de in de bestuursrechtspraak ontwikkelde 'mededingingsnorm' en 'transparantienorm' bij toekenning door de overheid van schaarse publieke rechten in gevallen waar de vraag
Procesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen incidenteel arrest waarbij zekerheidstelling is bevolen m.b.t. uitvoerbaarheid bij voorraad van veroordeling in eerste aanleg. Geen toestemming tussentijds beroep gegeven. Betreft incidenteel arrest een voorlopige voorziening als
Strafrecht. Kort geding over afgewezen gratieverzoek m.b.t. levenslange gevangenisstraf. Toetsing door burgerlijke rechter van de motivering van de beslissing van de minister omtrent gratieverlening, mede in het licht van art. 3 EVRM. Beoordelingsruimte van minister bij de beslis
Procesrecht, executierecht. Kort geding. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot ontruiming van een hotel-restaurant (art. 438 lid 2 Rv). Maatstaf: misbruik van bevoegdheid op de gronden genoemd in HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen
Intellectueel eigendomsrecht. Procesrecht. Octrooizaak. Is art. 1019h Rv van toepassing op werkzaamheden die uitsluitend betrekking hebben op de vraag of de overschrijding van de appeltermijn verschoonbaar is? Kosten van het cassatieberoep: art. 1019h Rv of het liquidatietarief?