Procesrecht. Aanvang, lengte en einde van rechtsmiddeltermijnen (art. 339 lid 1, 358 lid 2, 402 lid 1 en 426 lid 1 Rv).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 339 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Dagvaarding tegen foutieve verschijndag; herstelexploot niet tijdig aangebracht; herstel mogelijk door tweede herstelexploot dat vóór oorspronkelijk aangezegde foutieve verschijndag is uitgebracht? Art. 125 Rv (HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7203, NJ 2011/528
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid van beroep tegen een uitspraak van het hof Leeuwarden in een pachtzaak tot ambtshalve onbevoegdverklaring tot kennisneming van het hoger beroep met verwijzing naar de pachtkamer van het hof Arnhem; verwijzingen tussen de gewone rechter en d
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Geldigheid appeldagvaarding bij kennelijke vergissing. Ontvankelijkheid milieuorganisa
(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en vonnis aan bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan verstrijken appeltermijn. Hoger beroep binnen red
Procesrecht. Veroordeling bij verstek bij vonnis op tegenspraak, art. 140 lid 3 Rv. Termijn waarbinnen de veroordeelde met het vonnis bekend is geraakt (HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894). Verschoonbare termijnoverschrijding hoger beroep.
Vordering benadeelde partij in civielrechtelijk hoger beroep (na vermeerdering van eis) alsnog toegewezen (artikel 421 lid 4 Sv)
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. onttrekking minderjarige aan wettig gezag (art. 279.1 Sr) en ontucht (art. 247 Sr). 1. Heeft hof vonnis van Rb ten onrechte niet ambtshalve vernietigd v.zv. daarin i.v.m. oplegging van schadevergoedingsmaatregel is bevolen dat vervangende hech
Procesrecht. Art. 3:301 BW en 433 Rv. Veroordeling tot levering registergoed met bepaling dat vonnis in de plaats treedt van rechtshandeling als veroordeelde niet meewerkt (art. 3:300 lid 1 BW). Geldt sanctie van niet-ontvankelijkheid van beroep tegen vonnis bij niet-ingeschreven
Ontvankelijkheid in hoger beroep. Appellante is in eerste aanleg bij verstek veroordeeld. Omdat een mede-gedaagde wel is verschenen, was sprake van een vonnis op tegenspraak. Appellante heeft eerst na het verstrijken van de appeltermijn hoger beroep ingesteld. Zij stelt dat sprak
Ontvankelijkheid in hoger beroep; overschrijding appeltermijn; beroep op verschoonbare termijnoverschrijding wegens apparaatsfout; hoger beroep is niet ingesteld binnen veertien dagen na de datum waarop appellanten stellen bekend te zijn geraakt met het bestreden vonnis; gestelde
exceptie van niet-ontvankelijkheid
Tegen appellant (en een aantal andere personen) zijn bij de kantonrechter vorderingen ingesteld. Appellant is in eerste aanleg niet verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend en de vorderingen zijn toegewezen. Het vonnis van de kantonrechter is van 19 februari 2019. De termi
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. Beroepschrift bij hof per fax ingekomen met blanco bladzijden.
Gezag van gewijsde. Tweede schadestaatprocedure.
Procesrecht. Aanvang, lengte en einde van rechtsmiddeltermijnen (art. 339 lid 1, 358 lid 2, 402 lid 1 en 426 lid 1 Rv).
Hoger beroep is buiten de appeltermijn ingesteld, de vraag is of niet-ontvankelijkverklaring volgt. Indien de gedaagde bij verstek is veroordeeld bij een vonnis dat volgens artikel 140 lid 3 Rv een vonnis op tegenspraak is, de inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en
Effectenlease. Tekortkoming Dexia in nakoming zorgplicht. Lease-overeenkomst legde onaanvaardbare zware financiële last op contractuele wederpartij. Omvang verplichting Dexia tot schadevergoeding. Hof past uitgangspunten toe die zijn neergelegd in richtinggevende arresten van 1 d
Beroepsaansprakelijkheid deurwaarder. Procesrecht, geen herstel van (processuele gevolgen van) fout van een deurwaarder die appeldagvaarding eerst na afloop van appeltermijn heeft betekend; geen toerekening aan de Staat nu deurwaarder geen orgaan of vertegenwoordiger van de Staat
Hoger beroep is te laat, want na afloop van de termijn van drie maanden van artikel 339 lid 1 Rv, ingesteld; het hoger beroep is ook niet ingesteld binnen veertien dagen na de datum waarop het bestreden vonnis volgens appellante aan haar is verzonden, zodat zij, ook als de termij
Vorderingen ter zake van (on)rechtmatigheid en (on)verbindendheid totstandkoming wijziging artikel 7.23d Arbobesluit, houdende uitzondering op verbod met een hijs- of hefwerktuig voor goederenvervoer personen te vervoeren; weigering tijdig voor mondelinge behandeling overgelegde
Hoger beroep in vrijwaringszaak. De termijn voor het instellen van hoger beroep is drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dan wel de dag van de mondelinge uitspraak (artikel 339 lid 1 Rv). Er geldt een aantal wettelijke uitzonderingen op die termijn,
Uitleg overgangsbepaling artikel XIIA van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht ter zake de appeltermijn ex artikel 200 (nieuw) lid 1 Rv. Is deze wet vanaf de datum op of na 1 januari 2025 waarop de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan van toepassing of v
Verlengde termijn van art. 339 lid 5 Rv voor het instellen van hoger beroep in een vrijwaringszaak. Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Overeenkomst van opdracht. Anders dan opdrachtgever heeft betoogd, is opdrachtnemer wel ontvankelijk in haar hoger beroep. De grieven die gericht zijn tegen de door de kantonrechter uitgesproken proceskostenveroordeling van € 150,-, falen. De beschikking wordt bekrachtigd en opdr