Overeenkomst tot gecombineerd vervoer. Zee- en wegvervoer (over zee van IJsland naar Rotterdam en vervolgens over de weg naar Italië). De CMR is rechtstreeks toepasselijk op deze overeenkomst. De rechtbank is internationaal bevoegd op grond van art. 31 CMR.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 337 Rv
Genoemd in 792 uitspraken · Officiële wettekst
792 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 27 · live
Bewijswaardering, aanvulling overeenkomst op grond van redelijkheid en billijkheid 6:248 Bw.
Het bepaalde in artikel 337 lid 1 Rv houdt in dat - behoudens verlof van de rechter in eerste aanleg - slechts tussentijds beroep van tussenvonnissen kan worden ingesteld voor zover daarbij een voorlopige voorziening is getroffen. Krachtens HR 30 juni 1995, NJ 1996, 200 heeft een
De rechtbank acht het om redenen van proceseconomie wenselijk om tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis toe te staan. zie ook LJN AZ0398
Rechtsmacht Nederlandse rechter. Volkenrechtelijke immuniteit bij vordering tot nakoming? Beroep op onbevoegdheid verworpen. Een vreemde Staat kan immuniteit van jurisdictie inroepen voor rechtshandelingen die typische overheidstaken bestrijken. Een huurovereenkomst valt daar nie
Aansprakelijkheid werkgever voor ongeval werknemer veroorzaakt door in strijd met de binnen de onderneming geldende voorschriften nuttigen van etenswaar op de werkvloer
De Noordhollandsche kan zich er [..] niet met vrucht op beroepen dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van [A.] en derhalve de vergoedingsplicht van de Noordhollandsche jegens [geïntimeerde] niet meer bestaat. Dat een deel van de schade van [geïntimeerde] reeds is vergoed, t
Uitgangspunt bij de beoordeling van het beroep op rechtsverwerking van [geïntimeerde] is dat enkel tijdsverloop geen toereikende grond oplevert voor het aannemen van rechtsverwerking. Daartoe is immers de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden vereist als gevolg waarvan hetzi
Procesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenarrest waarin een comparitie is gelast.
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkoper en koper van een beleggingspand bestaande uit verhuurde winkel- en woonruimte over wijziging door de rechter op de voet van art. 6:230 lid 2 BW van de gevolgen van hun koopovereenkomst ter opheffing van het nadeel van de koper – een te
[A.] (hierna: [A.]) was enig aandeelhouder van Excelsum. [..] Excelsum heeft de notaris aansprakelijk gesteld wegens schending van zijn zorgplicht dan wel onrechtmatig handelen (artikel 7:401 BW en artikel 6:162 BW), omdat de notaris volgens Excelsum vóór het passeren van de ver
Tussen partijen was een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Hierdoor onderscheidt de onderhavige zaak zich van de casus van HR 16 februari 1996, NJ 1997, 186 (Zürich/Siemen), waar vast stond dat de machinist van de graafmachine op grond van de overeenkomst tussen Siemen
Procesrecht. Bevoegdheidsincident, vernietiging van ’s hofs beslissing tot ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen een tussenvonnis waarin de rechtbank de exceptie van (internationale) bevoegdheid had verworpen en de hoofdzaak naar de rol had verwezen voor voortproceder
Vergoeding brandschade. Merkelijke schuld. Nog geen beroep mogelijk van beslissing inzake vervalbeding.
De vrouw komt in beroep tegen een beschikking waarbij de rechtbank een voorlopige omgangsregeling heeft bepaald, inhoudende dat de man in het kader van het BOR-project elke zaterdag gedurende twee uur omgang zal hebben met zijn zoon, en iedere verdere beslissing voor onbepaalde t
[appellant] heeft bij zijn incidentele conclusie houdende een beroep op de exceptie van onbevoegdheid ter onderbouwing van zijn incidentele vordering een beroep gedaan op een van [geïntimeerde] afkomstige schriftelijke offerte d.d. 17 januari 2001 met bijbehorende algemene voorwa
[appellante] heeft [geïntimeerde] (alsmede zijn echtgenote en een werknemer van [appellante], [werknemer]) in rechte betrokken en gevorderd hen hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag in hoofdsom van E. 110.068,70, met wettelijke rente daarover, alsmede een bedrag v
Bevoegdheidsincident; cassatieberoep door een appellant tegen het arrest waarin het hof hem ontvankelijk oordeelde in zijn tussentijds appel tegen een tussenvonnis waarin de rechtbank diens exceptie van onbevoegdheid vanwege arbitrale bedingen in toepasselijke algemene voorwaarde
Bevoegdheidsincident, verwerping door de eerste rechter van de exceptie van onbevoegdheid op de voet van art. 1022 lid 1 Rv.; ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspraak waarin appellant niet-ontvankelijk is verklaard in tussentijds appel, een tussenarrest?, strekking art. 40
Bevoegdheidsincident.
Vechtpartij tussen treinreiziger en twee hoofdconducteurs, waarbij laatstgenoemden letsel hebben opgelopen. Strafrechtelijke veroordeling gedaagde. Bewijslastverdeling.
In de procedure staat vast dat [de gynaecoloog] een kunstfout heeft gemaakt door niet tijdig tot een keizersnedeverlossing over te gaan. De door de rechtbank geconstrueerde norm die daarbij is geschonden - het zo spoedig mogelijk uitvoeren van de onder de omstandigheden meest geï
Nu in het dictum van het beroepen vonnis niet uitdrukkelijk een einde wordt gemaakt aan enig deel van het ten gronde gevorderde, is niet sprake van een deelvonnis, maar van een tussenvonnis waartegen - krachtens het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv - tussentijds beroep niet is to
verzoek om af te wijken van de in artikel 337 lid 2 Rv neergelegde hoofdregel dat hoger beroep van tussenvonnissen slechts is toegestaan tegelijk met dat tegen het eindvonnis.
Naar het oordeel van het hof dient - nu de hoofdregel is dat tussentijds appel niet mogelijk is - een expliciete rechterlijke beslissing voor te liggen waaruit blijkt dat tussentijds appel wèl is opengesteld. Dit kan hetzij een beslissing zijn die is opgenomen in het desbetreffe