Incident
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 337 Rv
Genoemd in 792 uitspraken · Officiële wettekst
792 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 23 · live
De kantonrechter wijkt af van het contract en de algemene voorwaarden ogv nadere partijafspraak.
Tussentijds hoger beroep mogelijk van afgewezen vordering ex artikel 843a Rv bij wege van voorlopige voorziening in de zin van artikerl 223 Rv?
Projectontwikkelaar Buytenhof spreekt de gemeente aan. De gemeente zou onrechtmatig hebben gehandeld ten eerste omdat ze omwonenden heeft opgeroepen bezwaar te maken tegen een door haar zelf aan Buytenhof verleende bouwvergunning voor de bouw van twee woningen, ten tweede door te
Exceptie van onbevoegdheid; hoger beroep van tussenvonnis; niet-ontvankelijkheid in hoger beroep
Vordering tot schadevergoeding wegens beslag op zeeschip. Verjaring. Aanvang verjaringstermijn.
Art. 843a Rv. Tussentijds hoger beroep mogelijk van toegewezen vordering?
Afwijzing van een verzoek tussentijd appel (Rv 337 lid 2). Verzoeker wijst op de kosten van de deskundige. Omdat de wederpartij die kosten moet voorschieten is dat geen argument volgens de rechtbank. Nieuwe argumenten zijn ook geen reden voor toestemming tussentijds appel.
Werkgever is te kort geschoten in de op haar rustende zorgplicht door onvoldoende toe te zien op naleving veiligheidsinstructies.
Incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv. Rechtbank heeft vordering toegewezen. Hoger beroep niet-ontvankelijk (artikel 337, lid 2 Rv). Hof wijkt af van Hoven Amsterdam en 's-Hertogenbosch.
nakoming pensioenteozegging; opgewekt vertrouwen ingeovlge art. 3:35 BW; toepassing taxi Hofman/Van der Lely, JAR 1998/199;
Vervolg op LJN nummer BM1469. Litispendentie-incident art. 12 Rv.
Bestuurders en commissarissen van failliete vennootschappen worden door de curatoren aangesproken uit hoofde van kennelijk onbehoorlijk bestuur/toezicht. Eerstgenoemden vorderen incidenteel ordening van, inzage in en afschrift van de bedrijfsarchieven, ten behoeve van de formuler
Verzoek om tussentijds hoger beroep te mogen instellen toegewezen. De vraag van de aansprakelijkheid mag in hoger beroep getoetst worden voordat nieuw feitenonderzoek plaatsvindt.
Verzoek tussentijds hoger beroep in te mogen stellen gehonoreerd. In tussenvonnis is oordeel gegeven over controversiële rechtsvraag.
(Rol)beslissingen. Geen tussentijds hoger beroep, ook niet bij klacht schending goede procesorde. Geen dringende argumenten voor onverwijlde behandeling van de klachten ter verzekering van een eerlijk proces.
Arbeidsrecht. Verjaring van op grond van art. 7:658 BW tegen werkgever ingestelde vordering tot vergoeding schade als gevolg van RSI-klachten. Om de verjaringstermijn te doen aanvangen is geen bekendheid van benadeelde met alle schadecomponenten vereist. Voldoende is dat benadeel
Exceptie van onbevoegdheid; hoger beroep van tussenvonnis; niet-ontvankelijkheid in hoger beroep
De kantonrechter oordeelt, na plaatsopneming, dat er sprake is van een zodanig gebrek als bedoeld in artikel 7:204 BW dat vermindering van de huurprijs ingevolge artikel 7:207 lid 1 BW gerechtvaardigd moet worden geacht. De aard en omvang van de gebreken in aanmerking nemende kom
Tussentijds hoger beroep tegen tussenvonnis waarbij appelverbod tegen eerder tussenvonnis werd opgeheven.
Weigeren pleidooiverzoek.
Bevoegdheidsincident met verschillende eisers in incident. Niet-ontvankelijkverklaring in incident als gevolg van eiswijziging in de hoofdzaak. Niet-ontvankelijkverklaring want gronden zijn verweer in de hoofdzaak en kunnen niet worden beoordeeld in een incident. Bevoegdheid ogv
Invordering krachtens bestuursrechtelijke dwangsombesluiten.
In de hoofdzaak stelt eiser dat hij gedaagden heeft aangesteld om als deskundige op te treden in het kader van een door familieleden van hem gevoerde procedure bij het Iran-Us Claims Tribunal te ’s-Gravenhage (IUSCT). Door de handelwijze van gedaagden stelt eiser schade te hebben
Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid van tussentijds hoger beroep tegen twee afzonderlijke, als tussenvonnissen aan te merken incidentele vonnissen, waarin een vordering tot oproeping in vrijwaring van bepaalde personen respectievelijk een verzoek tot pleidooi is afgewezen. (81 RO)