Deelgeschilprocedure, art. 1019w Rv. Doorbreking rechtsmiddelenverbod van art. 1019bb Rv? Doorbrekingsjurisprudentie van overeenkomstige toepassing? Vormt het rechtsmiddel, bedoeld in art. 1019cc lid 3 Rv aanleiding om doorbreking niet toe te staan? HR 28 september 2012, ECLI:NL:
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 337 Rv
Genoemd in 792 uitspraken · Officiële wettekst
792 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Bevoegdheidsincidenten. Internationale en relatieve bevoegdheid. Schadevergoedingsvorderingen ogv vier nationale liften- en roltrappenkartels (Nederland, Duitsland, België, Luxemburg). Inbreuk op art. 81 EG-Verdrag (thans art. 101 VWEU). Aan elk kartel hebben deelgenomen de natio
Ontvankelijkheid; Verkeersongeval; arbeidsvermogenschade; immateriele schade; buitengerechtelijke incassokosten; Beginsel van hoor- en wederhoor niet geschonden bij beslissing rechtbank over het openstellen van hoger beroep. Bruikbaarheid in privaatrechtelijke procedure van rappo
Fraude bij Amerikaanse Ahold-dochter USF. Collectieve actie van de VEB tegen Nederlandse maatschap van accountants die (achteraf te rooskleurige) geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold van een goedkeurende verklaring heeft voorzien. Bevoegdheidsincident. Gevolgen van Amerikaans
Afwikkeling nalatenschap, taken en bevoegdheden executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Schuld van de nalatenschap, kosten van vereffening. Cassatieberoep tegen deelarrest, ontvankelijkheid. Toelating als gevoegde partij in hoger beroep, belang, art. 217 Rv. Toepasselijkheid Nede
Incidentele vordering gedaagden tot verstrekken afschriften administratie toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat wanneer bestuurders en commissarissen van een gefailleerde vennootschap op grond van artikel 2:138 respectievelijk 2:149 BW worden aangesproken op kennelijk onbeh
Procesrecht; art. 22, 162, 223, 337 lid 2 Rv. Incidentele vordering tot overlegging of afgifte van bescheiden; uitsluiting tussentijds beroep, ook voor zover gegrond op art. 843a Rv.
Procesrecht. Ontvankelijkheid in hoger beroep van een tussenvonnis. Tussentijds hoger beroep is mogelijk als de rechter die de uitspraak heeft gedaan dat heeft bepaald, hetzij bij de bestreden tussenuitspraak zelf, hetzij bij een afzonderlijke beslissing op een daartoe strekkend
Tussentijds appèl toegestaan. Verzekeringsrecht. Verjaring. Overgangsrecht. Afwijzing verjaringsverweer op grond van overgangsrecht met betrekking tot art. 7:942 BW. Inhoudelijke beoordeling leidt tot voorshands oordeel dat merkelijke schuld niet bewezen is. Aldus grote gevolgen
Incidentele vordering exhibitieplicht 843a Rv; tussentijds appel; ontvankelijkheid in hoger beroep.
incidenten tot vrijwaring en tot het overleggen van stukken ex artikel 843a Rv/223 Rv/22 Rv/162 Rv.
Coöperatieve vereniging; statuten versus algemene voorwaarden; exoneratieclausules.
Non-conformiteit dressuurpaard; bewijslastverdeling; wettelijk vermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW en de uitzondering daarop op grond van de aard van de zaak en aard van de afwijking.
Aansprakelijkheid grondroerder voor door netbeheerder als gevolg van een stroomstoring aan derden verschuldigde compensatievergoedingen? BW 6:95, 98; 162; Electricitietswet 1998, art. 31
afgebroken onderhandelingen tot een overeenkomst tot realisatie van een Kanaalwaterproject (inclusief de bouw van een permeaatwaterfabriek); geen overeenkomst tot stand gekomen; geen grond voor vergoeding van positief contractsbelang; wel verplichting tot vergoeding van bepaalde
Tussen partijen bestaat een aantal meningsverschillen die - kort samengevat - betrekking hebben op het navolgende. a. Is de winst van de onder het contract verrichte transacties op juiste wijze met [geïntimeerde] afgerekend? b. Hebben [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of Comepsa i
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis van 21 juli 2004 onder meer geoordeeld dat de beherend vennoot (Imogène BV) conform de op het arrest HR 4 januari 1937, NJ 1937, 586 gebaseerde ‘Erik Schaaper leer’ failliet is verklaard en niet de cv, en dat de curator overeenkomstig de
Erfdienstbaarheden.
17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C04/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE GEMEENTE BEEK, gevestigd te Beek (Limburg), EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n COMMERCIAL REALTY ASSOCIATES B.V., gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in
17 december 2004 Eerste Kamer Nrs. C04/064HR en C04/100HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaken van: BOSTA B.V., gevestigd te Veghel, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. W. Taekema, t e g e n [verweerder], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advo
Faillissementsrecht; Onrechtmatige daad; Vraag of curator onrechtmatig heeft gehandeld. Er bestaat in de literatuur enige onzekerheid over de inhoud van enerzijds de norm voor aansprakelijkheid van de curator in hoedanigheid, waarvoor de boedel tot verhaal dient, en anderzijds de
19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/108HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], in zijn hoedanigheid van hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voorheen genaamd de Binnenlandse Veiligheidsdienst, werkzaam te Leidschendam, EISER tot ca
-
-
-