Huur woonruimte; verhuur kamer aan student; geen huurovereenkomst naar aard van korte duur (7:232 lid 2 BW); restrictieve toepassing; terughoudendheid temeer geboden, gelet op mogelijkheid die artikel 7:274 lid 4 BW biedt tot beëindiging verhuur aan student na afloop van studie.z
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. Appelgrens indien over het gevorderde in meer (deel)vonnissen is beslist; art. 332 lid 1 Rv.
Verwarring omtrent appellabiliteit.
artikel 127 Rv; inschrijven zaak door gedaagde m.o.o. proceskostenveroordeling; misbruik van recht?
Art. 81 lid 1 RO. Appelgrens na vermindering van eis in eerste aanleg. Art. 332 lid 1 Rv.
Art. 81 lid 1 RO. Cassatieberoep tegen kantonrechtersvonnis; art. 80 lid 1 RO. Feitelijke grondslag? Onbegrijpelijk oordeel?
arbeidsrecht, pensioenrecht, ontvankelijkheid in hoger beroep? verplichte deelneming bedrijfstakregelingen Metaal en Techniek? rechtsverwerking, geen onrechtmatig handelen door subsidie-aanvragen af te wijzen.
niet-ontvankelijk, vordering onder de appelgrens, deelvonnis.
Betalingsperikelen rond afdracht van pensioenpremie. Bewijslast i.v.m. beroep op verrekening met beweerdelijk teveel betaalde door rechtsvoorganger.
Herroeping. Uitleg art. 388 lid 2 Rv. Reikwijdte. Mogelijkheid van doorbreking appelverbod op in rechtspraak erkende gronden? Aard van de beslissing. Mogelijkheid van cassatieberoep; art. 398 Rv. Omvang toetsing in cassatie; art. 80 lid 1 RO.
Incassozaak met vordering onder de appelgrens. Met welke bedragen moet rekening worden gehouden bij de cumulatieregels. De appelgrens van 332 lid 1 Rv geldt ook ingeval van een 140 lid 2 Rv vonnis (meerdere gedaagden waarvan één of meer niet verschenen)
Verenigingsrecht. Gebondenheid verenigingslid aan door vereniging met derde gesloten overeenkomst? Oordeel kantonrechter dat vereniging krachtens statuten bevoegd was haar leden te binden, onbegrijpelijk. Bedoelde statutaire bepaling ziet uitsluitend op vertegenwoordiging van de
Bankbrieven. Eerste en latere verkrijgers van ontvreemde bankbrieven niet te goeder trouw in de zin van art. 3:86 BW.
Beroep op verrekening met achterstallige huurpenningen. Onvoldoende gesteld m.b.t. nalatigheid verhuurder gebreken in de zin van art. 7:206 BW te verhelpen. Evenmin voldoende gesteld aangaande verplichtingen verhuurder in verband met door huurder zelf aangeschafte geiser.
Art. 81 RO. Onrechtmatige daad. Cassatie tegen kantonrechtersvonnis; art. 398 Rv., art. 78, 80 RO.
Art. 81 RO. Cassatieberoep tegen beschikking kantonrechter op verzoek tot herroeping; artt. 382, 388, 390, 391 Rv.
Niet-betaalde advocatennota's. Ontvankelijkheid. Geen declaratieprocedure ex artikel 31 Wet tarieven in Burgerlijke Zaken. Artikel 24 Gedragsregels voor advocaten. Advocaat hoefde geen toevoeging aan te vragen nu rechtsbelang een bedrijfsmatig karakter had. Artikel 26 Gedragsrege
Effectenlease. Art. 1:88/89 BW. Is een effectenlease-overeenkomst betreffende certificaten die geen recht geven op dividend ("certificaatproducten") koop op afbetaling? Het hof: ja, want de certificaten worden aan de lessee afgeleverd zoals bedoeld in art. 7A:1576 lid 1 BW doorda
Verzet tegen verstekarrest op hoger beroep tegen verstekvonnis. Incidenteel appel tegen verstekvonnis ook mogelijk als geïntimeerde in hoger beroep eerst verstek heeft laten gaan. Vertegenwoordigingsbevoegdheid advocaat. Bevoegdheid Nederlandse rechter op grond van art. 767 Rv. H
WSNP. Verzoek verhoging beslagvrije voet. Uitsluiting rechtsmiddel op de voet van art. 360 F. Doorbrekingsgrond. Schending door rechtbank van fundamenteel rechtsbeginsel van hoor en wederhoor.
Art. 332 Rv appellabiliteit vonnis kantonrechter.
Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep; de kantonrechter heeft zich ten onrechte onbevoegd verklaard in zaak over advocatendeclaratie; doorbrekingsjurisprudentie geldt niet voor het algemeen geldende appelverbod van art. 332, lid 1 Rv.
Verhouding artikelen 93 lid 1 en 332 lid 1 Rv. Betwiste rechtstitel en nominale bedrag van de vordering.
Optelregel niet van toepassing.
[appellant] is door de voorzieningenrechter in de proceskosten veroordeeld en heeft om die reden in zoverre, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, een zelfstandig belang gekregen bij het instellen van appel. Ofschoon [appellant] in de procedure in eerste instantie geen pa