Appelgrens (332 lid 1 Rv). Optellen vordering in conventie en reconventie (332 lid 3 Rv), tenzij sprake is van een in reconventie ingestelde vordering die geen andere strekking heeft dan om de gedaagde in conventie te bevrijden van de verplichting tot betaling van het in conventi
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
appelgrens, doorbreking appel verbod (hoor en wederhoor)
Veroordeling van eiser in de proceskosten van het kort geding dat hij heeft aangespannen en vervolgens één dag voor de geplande mondelinge behandeling heeft ingetrokken. Het hoger beroep dat eiser tegen die proceskostenveroordeling heeft ingesteld, wordt verworpen. Toepassing van
Tussenarrest. Appellabiliteit; optelregel. Telt te laat ingestelde reconventionele vordering mee voor het bepalen van de totale waarde van de vordering?
Verbouwingswerkzaamheden. Verzuim en zuivering van verzuim. Vervangende en aanvullende schadevergoeding. Vaste aanneemsom.
Ontvankelijkheid in hoger beroep; artikel 332 Rv; toepassing optelregel; uitsluitend de (totale) waarde van de vordering(en) waarover in eerste aanleg geoordeeld diende te worden is bepalend; waarde vordering in reconventie.
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Sport- en spelsituatie. Aansprakelijkheid voor schade als gevolg van sliding tijdens voetbalwedstrijd?
Vordering tot ontslag van instantie ex artikel 27 lid 2 FW. Advocaat appellant houdt bedrag op derdengeldrekening dat uitsluitend bestemd is om daarmee een eventuele proceskostenveroordeling in feitelijke instanties van appellant te voldoen. Afwijzing na belangenafweging.
Huurrecht - Vraag of de doorberekening van een teruggave energiebelasting tot de servicekosten behoort - Ontvankelijkheid
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van d
Kort geding. Hoger beroep alleen tegen proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Appelgrens. Artikel 332 Rv.
Schadestaatprocedure die volgt de veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat die uitgesproken is bij het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 5 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:795.
Afzonderlijke vorderingen van drie eisers bij één dagvaarding. Ambtshalve beoordeling of vonnis vatbaar is voor hoger beroep, wegens totale waarde van de vorderingen in conventie en in reconventie. Vorderingen tot betaling van achterstallige bijdragen alsnog toegewezen.
Tien huurders vorderen bij één dagvaarding elk afzonderlijk terugbetaling door verhuurder van een bedrag van € 302,50, welk bedrag zij uit hoofde van twee bedingen in de huurovereenkomst die zij ieder met verhuurder sloten, bij het aangaan van de overeenkomst hebben betaald. In d
-
Niet-ontvankelijk in hoger beroep. Kort geding. Afgifte hond van € 900,-. Vordering beneden appelgrens.
appelgrens, optelregel art. 332 lid 3 Rv., strekking reconventie
Incidentele vordering om de wederpartij in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren afgewezen. Financieel belang hoog genoeg om in het hoger beroep te kunnen worden ontvangen.
Niet voldaan aan de stelplicht ten aanzien van een beweerd gebrek.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2018:926. Appellant is niet ontvankelijk in het hoger beroep. Art. 332 Rv.
Procesrecht. Niet-ontvankelijk hoger beroep tegen vonnis van de kantonrechter houdende afwijzing van een vordering onder de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv. Geen doorbreking van appelverbod. Voor schending van fundamentele rechtsbeginselen staat op de voet van artikel 80 lid
Appelgrens Appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat duidelijke aanwijzingen bestaan dat vordering van onbepaalde waarde (verklaring voor recht) onder appelgrens blijft.
Procedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PbEU L 199, Stb. 2009, 234). Deze procedur
Procedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PbEU L 199, Stb. 2009, 234). Deze procedur
Procedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PbEU L 199, Stb. 2009, 234). Deze procedur