Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Niet-ontvankelijk hoger beroep tegen kantongerechtsvonnis houdende afwijzing van een vordering onder de appelgrens van art. 332 lid 1 Rv.; géén doorbreking van appelverbod bij toepasselijkheid art. 80 lid 1 RO door mogelijkheid van cassatie bij schending van fundamen
Procesrecht. Geldt verzet tegen verstekarrest als memorie van antwoord, waarbij geïntimeerde incidenteel hoger beroep mag instellen buiten het door principaal hoger beroep bestreken gebied? Art. 143 e.v. Rv jo. art. 353 lid 1 Rv. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Kan art. 767 Rv r
Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen ontvank
Procesrecht; absolute competentie, ambtshalve oordeel; appellabiliteit (art. 332 lid 1 Rv.), invloed van verklaring voor recht; HR doet zelf de zaak af.
Unierecht. Overheidsaansprakelijkheid. Vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU); gemeentelijke forensenbelasting. Staatsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak hoogste rechter; maatstaf (HvJEU C-224/01, ECLI:EU:C:2003:513, Köbler). Verplichting hoogste rechter prejudic
Appellant maakte als eiser kort geding aanhangig en trok dat één dag voor de geplande mondelinge behandeling in. Geïntimeerde verzocht en kreeg als gedaagde bij de voorzieningenrechter proceskostenveroordeling in lijn met HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087. Ontvankelijkheid app
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van d
Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkt
De uitoefening van de erfdienstbaarheid is onmogelijk geworden door de aanleg van een nevengeul. Vordering tot wijzing van de erfdienstbaarheid ingesteld door het Waterschap en de eigenaar van het dienende erf. Het heersende erf wordt lopende het hoger beroep verkocht. Belang van
Europese procedure voor geringe vorderingen (Vo EG nr. 261/2004). Strekking art. 2 lid 2 Uitvoeringswet. Memorie van toelichting (K.31596). Appel tegen beschikking rechtbank niet-ontvankelijk. Beroep doorbrekingsjurisprudentie HR faalt.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of een tussentijds beroep in cassatie tegen de beslissing van de geheimhoudingskamer van het Hof, ontvankelijk te achten is. Het betreft de beslissing van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2021, nr. 20/00569, ECLI:NL:GHA
Vordering benadeelde partij in civielrechtelijk hoger beroep (na vermeerdering van eis) alsnog toegewezen (artikel 421 lid 4 Sv)
Vordering tot compensatie wegens vertraging vlucht (Verordening 261/2004). Is het door verwachte zeer slechte weersomstandigheden ingegeven verzoek van Schiphol aan KLM tot reductie van de capaciteit een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 Verordening? Heeft
A-G IJzerman heeft een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter, waarin deze is gekomen tot het oordeel dat de dwangsomregeling bij het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, niet van toepassing is ten aanzien van ve
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Groep passagiers eist bij gezamenlijke dagvaarding compensatie voor vertraagde vlucht op grond van EU-verordening 261/2004. Het schadebedrag per passagier ligt beneden de appelgrens van art. 332 Rv. Is de luchtvaartmaatschappi
afrekening servicekosten en nutsvoorzieningen 7:259 BW 7:237 lid 2 BW
Incident in hoger beroep van een IE-zaak. Is de appelgrens behaald? Verklaring voor recht vertegenwoordigt geen afzonderlijke waarde naast de gevorderde schadevergoeding. In hoeverre telt de proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv in eerste aanleg worden mee bij de beoordeling
Vrouwenstandpunt SGP t.a.v. passief kiesrecht vrouwen voor gekozen algemeen vertegenwoordigende overheidsorganen. Art. 7, aanhef en onder a en c VN-Vrouwenverdrag. Algemeen belangactie 3:305a BW. Ontvankelijkheid cassatieberoep partij die zich voegt in een tussen andere partijen
Niet ontvankelijkheid. Appelgrens niet bereikt. Toegekende proceskosten blijven daarbij buiten beschouwing (HR 24 februari 1938, NJ 1938/52), ook indien die proceskosten zijn bepaald met inachtneming van art. 1019h Rv. Richtlijn 2004/48/EG voert niet tot een ander oordeel.
Vordering heeft waarde beneden appelgrens, dus niet ontvankelijkheid in hoger beroep.
Procesrecht. Voeging in hoger beroep van partij die al in eerste aanleg gevoegde partij was. Vervolg van HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:601.
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv). Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassat
Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkt
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; u