Vorderingen o.g.v. art. 234 en 223 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 32 Rv
Genoemd in 408 uitspraken · Officiële wettekst
408 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Kort geding. Afgifte legaat. Ontruiming woning.
Aanvulling op de beschikking d.d. 24 oktober 2012, zie LJN:BZ6027.
Toerekenbare tekortkoming verhuurder bedrijfsruimte? In eerste aanleg zijn de desbetreffende vorderingen van de huurders afgewezen. Grenzen rechtsstrijd in hoger beroep gelet op de grieven van de huurders. De door huurders overgelegde ordners met producties blijven buiten beschou
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Man verzoekt in beschikking op te nemen dat de frequentie van de ouderlijke zorg over de kinderen zo is verdeeld dat ieder van de ouders ongeveer 50% van de zorgtaken op zich neemt en de kinderen ongeveer de helft van het aantal dagen in
Verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek omdat de rechter op het moment dat het verzoek werd ingediend (4 oktober 2012) de zaak van verzoekers niet meer behandelde; immers de rechter had op 3 oktober 2012 eindvonnis gewezen.
Vaststelling kinderalimentatie; wijzigingsbeschikking, terugbetaling van teveel betaalde bedragen. Klachten geen feitelijke grondslag in de in cassatie bestreden beschikking.
Uitleg dictum vonnis
Afwijzing verzoek aanvullende beslissing ex artikel 32 Rv.
Geschil over uit te betalen provisie over verkochte telefoonabonnementen. Klachten falen wegens gebrek aan feitelijke grondslag; deels art. 81 RO.
Schadevordering wegens beroepsfout notaris bij koop en overdracht van onroerend goed. Slagende motiveringsklachten omvang schade. Tekortschieten notaris in taakvervulling.
geen opschortingsrecht ex art 6:52 BW
Verdeling gemeenschap tussen broers; afrekening met betrekking tot gevoerd beheer van onroerende zaken.
Verzoek ex art. 32 Rv om een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel (EET) afgewezen, omdat de omstandigheid dat geen cassatieberoep is ingesteld van het op tegenspraak gewezen arrest niet met zich brengt dat sprake is van een niet-betwiste schuldvordering.
Rechtbank vult vonnis aan met volledige gegevens tenaamstelling hypotheek. Hoewel precies was toegewezen hetgeen was gevorderd, vult de rechtbank het dictum op verzoek van eisers en na bezwaar van gedaagde aan met enkele naamsgegevens die eisers in hun petitum waren vergeten. Nu
Vrijwaring. In hoger beroep andere uitkomst in hoofdzaak. Reeds op die grond afwijzing van de oorspronkelijke vordering in vrijwaringszaak. Geen belang meer bij afzonderlijke beoordeling van de grieven in de vrijwaringszaak.
Art. 81 RO. Beëindiging huur woonruimte. Huurbescherming. Beroep verhuurder op beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Art. 6:248, 7:232, 272 BW.
Art. 81 RO. Cassatie tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad van eerdere beslissing wat betreft daarin uitgesproken veroordeling tot ontruiming.
Beslissing ex art. 32 Rv. Verzoek om aanvulling eindarrest in verband met nakosten. Geweigerd, omdat proceskostenveroordeling een beslissing over nakosten includeert.
Incidenteel verzoek tot herstel en aanvulling. C200500176/MA & R200600322/MA T1 18-04-2006 LJN AZ5033 C20000176/MA T2 27-11-2007 LJN BC4956 R200600322/MA E 05-02-2008 voorlopig getuigenverhoor LJN BQ3488 HD 103.001.529 T3 10-08-2008 LJN BQ3490 HD 103.001.529 T4 31-08-2010 LJN BQ3
Herstelarrest. Eiswijziging niet aangegeven op H-formulier in strijd met Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.
Verbintenissenrecht. Afwijzing vordering tot vergoeding schade ter zake van wanprestatie wegens weigeren teruggave paard, onbegrijpelijk. Verwijzing naar hetzelfde hof.
Alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren is een aanvulling; geen verbetering. Appel mogelijk, maar geen belang meer.
Huurrecht. 1. Rekening houden met gebreken in huurprijswijzigingsprocedure sluit latere vordering ex 7:207BW niet uit; 2. Geen grond voor wettelijke handelsrente over teruggevorderde ex 7:207BW te verminderen huurprijs.
rentevordering vanaf vonnisdatum; betekenis afwijzing van het "meer of anders gevorderde" in vonnis; vergelijking met HR 10 april 2009, JBPr 2009,25