Onrechtmatige daad. Verkoop door man van aan vrouw toebehorende auto. Afwijzing vordering tot schadevergoeding op grond dat vrouw onvoldoende heeft gesteld om hoogte schade te kunnen vaststellen. Hof heeft te hoge eisen gesteld aan stelplicht vrouw omtrent haar schade. Hof had he
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 31 Rv
Genoemd in 954 uitspraken · Officiële wettekst
954 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Vonnis van meervoudige kamer rechtbank mede gewezen door rechter die inmiddels tot raadsheer in hof was benoemd. Is dat vonnis nietig op grond van art. 5 lid 2 RO? Is het vonnis ‘gewezen’ op moment dat de schriftelijke weergave van
Overeenkomstenrecht. Uitleg en uitvoering Profit Sharing Agreement (PSA). Haviltex-maatstaf. Beoordeling van alle relevante omstandigheden, waaronder wijze totstandkoming PSA, bewoordingen PSA en bedoeling partijen. Feitelijke oordelen niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Huwelijksgoederenrecht. Vermogensrechtelijke afwikkeling na echtscheiding. Waarderingsmethode van in het kader van een onderneming gebruikte onroerende zaken. Waardering belastinglatentie in verband met stille reserves. Onbegrijpelijk oordeel? Kennelijke vergissing. Mogelijkheid
Procesrecht. Herstelarrest hof waarin overweging in overeenstemming is gebracht met dictum. Doorbreking rechtsmiddelenverbod. Is sprake van kennelijke fout als bedoeld in art. 31 Rv? Onjuist oordeel dat dictum bepalend is. Samenhang met 18/00574.
Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Klachtplicht. Art. 6:89 BW. Werknemer vordert uitbetaling van overuren. Vordering is afgewezen op grond dat hij niet heeft voldaan aan klachtplicht. Klachten werknemer over toepassingsbereik van klachtplicht van art. 6:89 BW en toepassing daarva
Procesrecht. Hof trekt eindarrest in en wijst nieuw arrest. Gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Schending van hoor en wederhoor is geen kennelijke fout als bedoeld in art. 31 Rv (HR 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8693, NJ 2012/625). Rechter kan niet zelf de rechtskracht van zijn
Procesrecht. Een verzoek een met schending van het beginsel van hoor en wederhoor gegeven beslissing te herstellen door die terug te nemen of te herzien valt niet binnen het bereik van art. 31 Rv. Als zonder behoorlijke oproeping van de curator, op de voet van art. 27 F. wordt be
Personen- en familierecht. Huwelijksgoederenrecht. Verdeling eenvoudige gemeenschap; vernietigbaarheid wegens dwaling (art. 3:196 BW), vereisten. Toepasselijkheid art. 6:288-230 BW? Art. 3:199 BW (HR 7 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1697, NJ 1996/499). Vergoedingsrecht bij vermoge
Familierecht; verzoek tot wijziging overeenkomst betreffende levensonderhoud op de voet van art. 1:401 leden 1 en 5 BW en tot beëindiging van de alimentatieverplichting op de voet van art. II lid 2 WLA. Beslissing tot alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van uitspraak kan wo
Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de onvolkomenheden bij deze beëdigingen geen grond voor nietigheid opleveren.
Verzoek tot herstel (art. 31 Rv) dan wel aanvulling (art. 32 Rv) van HR 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1864 (zaken met nummers 18/02225, 18/02224, 18/02226 en 18/02236), omdat niet alle cassatiemiddelen zouden zijn behandeld.
Familierecht. Art. 1:247 en 1:253a BW. Vervangende toestemming moeder verhuizing met minderjarige kinderen naar Finland? HR 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7407, NJ 2010/398. Belang van minderjarige overweging van eerste orde. Uitzondering gelijkwaardig ouderschap ook buiten art.
Procesrecht. Raadsheer hof gedefungeerd tussen de in tussenarrest vermelde datum van wijzen (tevens datum pleidooi) en datum uitspraak. Is hof uitgegaan van de juiste betekenis van het begrip 'wijzen'? Toepassing van HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607 en 2614 (Meavita), en
Personen- en familierecht. Procesrecht. Ter zitting bereikte schikking. Onbegrijpelijk oordeel in einduitspraak in het licht van het proces-verbaal over wat partijen zijn overeengekomen.
WSNP. Procesrecht. Betekenis art. 350 lid 5 Fw: van rechtswege faillissement? Mogelijkheid tot herstel einduitspraak: art. 31 en 32 Rv en gesloten stelsel van rechtsmiddelen. HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3476. Hoge Raad doet zelf zaak af.
Goederenrecht. Bestanddeelvorming in de zin van artikel 3:4 lid 2 BW. Criterium “beschadiging van betekenis”. Gestold aluminium in elektrolyseovens is geen bestanddeel geworden van het elektrolysefabrieksgebouw. Faillissementsrecht. Positie van de pandhouder na het verstrijken va
Enquêterecht. Wanbeleid. Tijdelijke overdracht ex art. 2:356 BW van aandelen van in buitenland gevestigde aandeelhouder in vennootschap die onderwerp is van enquête. Bevoegdheid bestuurder om namens die buitenlandse aandeelhouder op te treden, te beoordelen o.g.v. Wet conflictenr
Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Verbetering kennelijke fout? Art. 31 Rv. Ingangsdatum kinderalimentatie. Hoge Raad doet zelf af.
Insolventierecht, procesrecht. Herstel kennelijke fout door analogische toepassing van art. 31 Rv? Is brief rechter-commissaris aan rechtbank aan te merken als beschikking?
Megahome. Herstelvonnis zaaknummer C/08/244145 / HA ZA 20-79 (ECLI:NL:RBOVE:2022:774). Kennelijke fouten in kruisverwijzingen en veroordeling tot betaling ontbreekt.
Procesrecht. Raadsheer hof gedefungeerd tussen de in tussenarrest vermelde datum van wijzen (tevens datum pleidooi) en datum uitspraak. Is hof uitgegaan van de juiste betekenis van het begrip 'wijzen'? Toepassing van HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607 en 2614 (Meavita), en
Procesrecht. Het betoog dat het hof bij zijn afwijzing van het verzoek tot verbetering van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout art. 31 Rv. verkeerd zou hebben toegepast, rechtvaardigt geen uitzondering op de uitsluiting van een hogere voorziening tegen
Groepsaansprakelijkheid, art. 6:166 BW. Serie ladingdiefstallen. Invloed strafrechtelijke veroordeling wegens lidmaatschap criminele organisatie (art. 140 Sr).