Procesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor mondelinge uitspraken.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 290 Rv
Genoemd in 73 uitspraken · Officiële wettekst
73 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Art. 81 lid 1 RO. Voorlopig getuigenverhoor. Valt afwijzing van verzoek tot aanhouding van voorlopig getuigenverhoor onder rechtsmiddelverbod van art. 188 lid 2 Rv? Doorbrekingsgrond? Weigering tot aanpassing proces-verbaal mondelinge behandeling in hoger beroep. Art. 362 jo. 279
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Uitleg schikkingsovereenkomst ter comparitie. Dwingende bewijskracht proces-verbaal comparitie; art. 157 Rv.
Procesrecht. BOPZ. Plicht tot verstrekken afschrift proces-verbaal mondelinge behandeling (art. 290 lid 2 Rv).
Wrakingsverzoek afgewezen. Aan het toesturen van het proces-verbaal is geen termijn verbonden. Zo al juist zou zijn dat het proces-verbaal niet zo spoedig mogelijk aan partijen is toegestuurd, dan blijkt daaruit niet van vooringenomenheid van de rechter jegens verzoekster. Het is
Ontvankelijkheid (artikel 34 Rv), machtiging uithuisplaatsing, schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad.
Ontvankelijkheid (artikel 34 Rv), machtiging uithuisplaatsing, schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad.
Verzoekster in hoger beroep niet-ontvankelijk wegens schending van goede procesorde, namelijk door niet overleggen van stukken eerste aanleg ondanks herhaalde verzoeken daartoe.
Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Heeft minderjarige recht op inzage en afschrift van processtukken in procedure met betrekking tot zijn ondertoezichtstelling? Positie minderjarige als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv. Art. 811 lid 1 aanhef en onder d Rv.
Tweede verzoek tot wraking in dezelfde zaak: niet-ontvankelijk in verzoek. De wrakingskamer ziet geen aanleiding te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking niet in behandeling zal worden genomen. Zie voorts LJN: BX8424 en BX8210.
Verzet ex artikel 28 lid 6 Rv (verzet door een getuige tegen weigering afgifte afschrift van het proces-verbaal van zijn getuigenverhoor) ongegrond verklaard.
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep ondanks termijnoverschrijding? Partij aan te merken als verschenen belanghebbende als bedoeld in art. 358 lid 2 Rv., nu zij als wederpartij genoemd in het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, zich in de proced
Beschikking voorlopig getuigenverhoor.
De oud-notaris had een verzoek tot wraking dienen in te dienen zodra de feiten en omstandigheden waardoor – naar zijn mening - de rechterlijke onpartijdigheid schade kan hebben geleden aan hem bekend zijn geworden. Nu mr. Vrieze de zaak heeft voorgelegd aan de kamer op grond van
Hoger beroep van een beschikking waarbij de rechtbank een verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor heeft toegewezen. Overschrijding appeltermijn; verschoonbaar gelet op de beschikking van de HR van 28 november 2003 (NJ 2005, 465)?
Bopz. Verlening voorlopige machtiging; hoor en wederhoor (81 RO).
BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf; mogelijkheid van reageren op en kennis van gegevens waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd; motiveringsklachten ten aanzien van de stoornis, het gevaar en de afwijzing van een verzoek om contra-expertise (81 RO).
Geschil tussen fitnesscentra over voeren van de handelsnaam “Life” of andere naam waarvan dit woord onderdeel uitmaakt; gedingstukken, hoor en wederhoor; proces-verbaal onjuist en onvolledig?; rechtsstrijd in hoger beroep, levert de vermelding in een proces-verbaal dat partijen d
Bopz-zaak; cassatie, ontvankelijkheid van het beroep, overschrijding van beroepstermijn ex art. 426 lid 1 Rv. (drie maanden).
Van de kant van gedaagde (een rechtspersoon) verschijnt in kort geding voor de voorzieningenrechter een werknemer van de rechtspersoon, vergezeld van een gerechtsdeurwaarder. De voorzieningenrechter oordeelt, onder meer op grond van de parlementaire geschiedenis, dat gedaagde
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
27 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C00/185HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. E. Meijer, t e g e n de stichting WONINGSTICHTING HAAG WONEN, als rechtsopvolgster van WONINGSTICHTING "VERBETER
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/255HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n AMEV SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr.