WSNP. Procesrecht. Procesbevoegdheid tijdens beschermingsbewind. Is de schuldenaar wiens goederen onder bewind zijn gesteld zelfstandig bevoegd om te procederen over de omvang van het vrij te laten bedrag? Verschoonbare termijnoverschrijding in hoger beroep? Mag de rechter-commis
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 290 Rv
Genoemd in 73 uitspraken · Officiële wettekst
73 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
WSNP. Procesrecht. Procesbevoegdheid tijdens beschermingsbewind. Is de schuldenaar wiens goederen onder bewind zijn gesteld zelfstandig bevoegd om te procederen over de omvang van het vrij te laten bedrag? Verschoonbare termijnoverschrijding in hoger beroep? Mag de rechter-commis
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Moet gerecht op verzoek inzage geven in of afschriften verstrekken van stukken uit dossier van afgesloten civiele familie- en jeugdprocedures? Art. 29, 194 e.v., 290 en 811 Rv; art. 15 AVG. Positieve verplichting (art. 8 EVRM); rechtsvormende ta
Wzd-zaak. Art. 24 lid 3 Wzd. Art. 38 lid 5 Wzd. Procespositie echtgenote: belanghebbende of informant? Eisen van art. 24 lid 3 Wzd. Deskundigenonderzoek nodig?
Bopz, procesrecht. Machtiging voortzetting inbewaringstelling. Doorbreking rechtsmiddelverbod van art. 29 lid 5 Wet Bopz, essentiële waarborg? Mondelinge uitspraak ter zitting; strijd met art. 30p Rv? HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
Bopz; verlening van een observatiemachtiging op de voet van art. 14h Wet Bopz in verband met art. 5 EVRM slechts aanvaardbaar indien op grond van de overgelegde medische verklaring met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de betrokkene aan een in het kader van de observa
Verzoek om de beschikkingsdatum te verbeteren. De rechtbank wijst het verzoek af. De beschikking is gedagtekend op 9 juli 2025 en verzonden op 31 juli 2025. Op grond van de wet moet de uitspraak in het openbaar geschieden. Aan dit vereiste is voldaan als de uitspraak in geschreve
Jeugdrecht. Hoorrecht minderjarige (art. 809 Rv). Vader zonder gezag belanghebbende in procedure over ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing (art. 798 Rv)? Family life (art. 8 EVRM).
Verzoek tot leggen conservatoire beslagen deels toegewezen op grond van summierlijk blijken van vorderingsrecht gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor mondelinge uitspraken.
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep ondanks termijnoverschrijding? Partij aan te merken als verschenen belanghebbende als bedoeld in art. 358 lid 2 Rv., nu zij als wederpartij genoemd in het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, zich in de proced
Beschikking voorlopig getuigenverhoor.
Hoger beroep van een beschikking waarbij de rechtbank een verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor heeft toegewezen. Overschrijding appeltermijn; verschoonbaar gelet op de beschikking van de HR van 28 november 2003 (NJ 2005, 465)?
BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf; mogelijkheid van reageren op en kennis van gegevens waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd; motiveringsklachten ten aanzien van de stoornis, het gevaar en de afwijzing van een verzoek om contra-expertise (81 RO).
Bopz-zaak; cassatie, ontvankelijkheid van het beroep, overschrijding van beroepstermijn ex art. 426 lid 1 Rv. (drie maanden).