Uithuisplaatsing. Duur rechterlijke machtiging verstreken; cassatieberoep niet-ontvankelijk; maatstaf dat de ouder(s) niet ongeschikt of onmachtig is (zijn) het kind te verzorgen en op te voeden en terugplaatsing geen bedreiging vormt voor de zedelijke of geestelijke belangen van
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 282 Rv
Genoemd in 329 uitspraken · Officiële wettekst
329 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
BOPZ. Afwijzing verzoek tot vermelding dat de kosten van het verblijf en de verzorging van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis volledig ten laste dienden te komen van de Minister van Justitie.
BOPZ. Afwijzing verzoek tot vermelding dat de kosten van het verblijf en de verzorging van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis volledig ten laste dienden te komen van de Minister van Justitie.
Faillissementsrecht. Machtiging als bedoeld in art. 68 lid 2 F. tot aanspannen van procedure door curator; partij in de zin van art. 69 F.; wederpartij geen recht van hoger beroep ex art. 67 lid 1.
Afwijzing van een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek.
Gevolgen van intrekking van het verzoek tot echtscheiding in eerste aanleg. Verweerster in eerste aanleg heeft niet tijdig een zelfstandig verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank had de vrouw niet-ontvankelijk moeten verklaren. Artikelen 129,130, 282 en 283 Rv.
Huur bedrijfsruimte. Ontruimingsbescherming, ontvankelijkheid van een voorwaardelijk verzoek van de huurder op de voet van art. 7:230a BW. Procesrecht; niet-ontvankelijk zelfstandig verzoek dat in hoger beroep voor het eerst is gedaan; ontvankelijkheid cassatieberoep, vermelding
1. Verval van instantie krachtens Rv (oud) 2. Geen grond voor het oordeel dat een aan een kantoorgenoot gerichte akte van proocureur tot procureur het beoogde rechtsgevolg mist, omdat er geen twijfel over kan bestaan dat de akte mr. Smit heeft bereikt, aangezien hij een antwoorda
Voorts is door [geïntimeerde] niet gesteld dat de zaak niet is voortgezet gedurende de termijn die door artikel 279 Rv (oud) wordt gesteld. Uit de roladminstratie kan niet worden afgeleid dat de zaak gedurende drie jaar niet is voortgezet. Nadat de zaken op verzoek van [appellant
Enquêteverzoek. Eisen voor en in aanmerking te nemen belangen bij het bevelen van onder¬zoek als bedoeld in art. 2:345 BW. Strekking van art. 2:349 lid 1 BW in verband met ontvankelijkheid. Tegenverzoek en vrijheid van de Ondernemingskamer bij de bepaling van de omvang en periode
Vervolg op Rb. Amsterdam 17 augustus 2006 (LJN: AY6494). Een van de beslagleggers stelt voor dat de aandelen van Yukos Oil in Yukos Finance worden verkocht aan Yukos International tegen een prijs gelijk aan de gerealiseerde c.q. te realiseren opbrengst van de verkoop, door Yukos
Procesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenbeschikking waarin niet aan het geding omtrent de verzochte faillietverklaring met een uitdrukkelijk dictum een einde is gemaakt.
Op basis van hetgeen partijen over en weer ter zitting hebben verklaard, houdt de rechtbank het ervoor dat de kinderen met inbegrip van vakanties en vrije dagen ongeveer 50% bij de man en 50% bij de vrouw verblijven, terwijl er thans geen aanwijzingen zijn dat zulks binnen afzien
Arriva heeft bij verweerschrift in het incident, ingekomen ter griffie van het hof op 25 oktober 2005, de verzoeken van CNV Bedrijvenbond bestreden en verzocht, primair CNV Bedrijvenbond niet ontvankelijk te verklaren in het door haar onder I en II verzochte en subsidiair, ingeva
Yugansk wordt als belanghebbende toegelaten in de procedure met rekestnr 320964. Geen misbruik van procesrecht.
Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Geschil tussen Arriva en haar ondernemingsraad (OR) over werktijdregeling. OR heeft instemming aan de werktijdregeling onthouden. Deze weigering van instemming wordt door de kantonrechter als onredelijk beschouwd. Vervangende instemming van kant
De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking de arbeidsovereenkomst ontbonden per 4 februari 2005 en aan [geïntimeerde] een vergoeding toegekend van Euro 51.666,98. In de beschikking heeft de kantonrechter niet aangegeven dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de
11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/048HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaten: mrs. J.A.M.A. Sluysmans
11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/034HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: De stichting MENTRUM, instelling voor geestelijke gezondheidszorg te Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verwee
[appellant 1] heeft in hoger beroep primair verzocht het besluit van de algemene vergadering van de VvE van 2 juni 2003 te vernietigen en wel op de grond dat de wijze van totstandkomen van dit besluit in strijd is met de splitsingsakte door de eigenaren van de appartementsrechten
Voetbalveld is geen gebouwde onroerende zaak.
Voorwaardelijk ontbindingsverzoek. Werknemer, actief vakbondslid, komt bescherming toe op grond van opzegverbod.
De eis van de curator tot vervallenverklaring van de appèlinstantie moet derhalve worden toegewezen. Het door de rechtbank te Maastricht gewezen tussenvonnis van 20 februari 1997, waartegen [appellant] hoger beroep heeft ingesteld, verkrijgt hierdoor kracht van gewijsde (artikel
27 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/320HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: BOUW- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ ROHAM B.V., gevestigd te Bussum, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n Mr. Nils Sebastiaan REERINK, in zijn hoedanigheid van curator i
-