Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 282 Rv
Genoemd in 329 uitspraken · Officiële wettekst
329 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Arbeidsrecht. Transitievergoeding, art. 7:673 lid 1 BW. Regeling UWV ontslagprocedure, art. 8 lid 1. Overbruggingsregeling, art. 7:673d BW. Is vervaltermijn van art. 7:686a lid 4, onder b, BW ook van toepassing bij beroep op overbruggingsregeling in reactie op verzoek tot toekenn
Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
Enquêterecht. Vervolg HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370. Certificering van aandelen die ex art. 2:356 BW tijdelijk ten titel van beheer waren overgedragen. Verzoek om onmiddellijke voorziening tot vernietiging besluit tot certificering. Verzoek als bedoeld in art. 2:349a l
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
OK; enquêtezaak; IGZ wordt niet ontvankelijk verklaard in haar enquêteverzoek; er wordt een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken; bij wijze van onmiddellijke voorziening wordt de voorzitter/een lid van de raad van toezicht geschorst en worden een voorzitter van
Ondertoezichtstelling minderjarige. Procespartijen verzoekschriftprocedure, belanghebbenden. Kostenveroordeling ten gunste van belanghebbende, art. 289 Rv.
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ondernemingskamer heeft concernenquête gelast naar beleid en gang van zaken van zowel SNS Reaal als haar dochtervennootschap SNS Bank. Maatstaf voor concernenquête. Verwijzing naar oordeel in zaak 18/04509 (ECLI:NL:HR:2020:478).
OK. Enquête. Onderzoek bevolen naar beleid en gang van zaken van stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering (SRK) en de Vereniging Groep Rechtsbijstandverzekering. Bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, mr. B.F.M. Knü
Vervangende toestemming erkenning, gemotiveerd uitvoerbaar bij voorraad verklaard met uitleg aan de ABS dat er géén wachttermijn geldt voor de akte van erkenning. Gezamenlijk gezag zal worden toegekend na inzending erkenningsakte. Opbouwende zorgregeling. Tegenverzoek (kinderalim
voorwaardelijk verzoek huurder om verlenging ontruimingstermijn ex art. 7:230a Rv; verhuurder vraagt met tegenverzoek ex 282 lid 4 Rv om onvoorwaardelijkheid; kantonrechter wijst tegenverzoek af; appellabel.
Arbeidszaak. Verzoek billijke vergoeding na niet-verlengen van tijdelijke arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft in redelijkheid tot oordeel kunnen komen dat van ‘goed functioneren’ onvoldoende sprake was. Terughoudende beschouwing van heimelijk gemaakte opnames van gesprekken. And
OK ; enquêterecht ; tweede fasebeslissing ; de Ondernemingskamer verstaat dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid bij Eukairos Holding B.V. (voorheen Centric Holding B.V.) en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk is ; de Ondernemingskamer treft eindvoorzieningen.
Schadevergoeding als bedoeld in artikel 10:12 lid 3 Wvggz. In hoger beroep ligt voor wie belanghebbende is in deze zaak en wie aanspraak kan maken op vergoeding van materiele schade.
Procedure ex art. 10:7 jo. 10:11, lid 2, Wvggz. Het verzoekschrift kan ook uitsluitend zien op de hoogte van de door de klachtencommissie toegekende schadevergoeding. Inhoudelijk verweer door de zorgaanbieder is ook mogelijk als deze niet zelf in beroep is gegaan. Ook is een tege
Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Procedurele vragen; wie is belanghebbende in de procedure? Opeenvolgende crisismaatregelen toelaatbaar? Wijzen van horen door of namens de burgemeester als bedoeld in art. 7:1 lid 3 Wvggz.
Procesrecht. Executiegeschil, verbeurte van dwangsommen. Gezag van gewijsde van beschikking in enquêteprocedure (art. 2:349a lid 2 BW) waarin ondernemingskamer als dwangsomrechter optrad? Rechts- en motiveringsklachten.
Exequaturverzoek arbitraal vonnis. "Asymmetrisch appelverbod” bij in eerste aanleg toegewezen exequaturverzoeken die vallen onder het Verdrag van New York. Doorbrekingsgronden appelverbod?
Exequaturverzoek tav arbitrale vonnissen, wordt toegewezen. Toepassing Verdrag New York en art. 1075 (oud) Rv. Beroep van verweerster op weigeringsgronden van VNY wordt verworpen.
Personen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop woning van onder curatele gestelde moeder, waarin hij zou wonen?
Arbeidsrecht. Mogelijkheid van voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst. Herstel van een onjuistheid in de Mediantbeschikking (HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998). Overweging ten overvloede over de vraag of ook de appel- of verwijzingsrechter bevoegd is de voorwaarde
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
Gedeeltelijke gezagsuitoefening. Art. 1:265e lid 1 sub b BW. GI verzoekt gedeeltelijke gezagsuitoefening mbt medische behandelingen (tandarts en huisarts) en aanmelding specialistische jeugd ggz (en vervolg). Rechtbank wijst verzoeken toe.
Gedeeltelijke gezagsuitoefening. Art. 1:265e lid 1 sub a en b BW. GI verzoekt gedeeltelijke gezagsuitoefening mbt aanmelding minderjarige van 13 jaar oud bij een onderwijsinstelling en medische behandelingen (orthodontist en tandarts). Rechtbank wijst verzoeken gedeeltelijk toe.