Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie. Procesrecht. Hoger beroep, bevoegdheid vrouw tot wijziging van eis tegen in geding niet verschenen man zonder bekende woon- of verblijfplaats (art. 130 lid 3 Rv.), hernieuwde oproeping na eiswijziging; to
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 279 Rv
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Personen- en familierecht. Procesrecht. Ter zitting bereikte schikking. Onbegrijpelijk oordeel in einduitspraak in het licht van het proces-verbaal over wat partijen zijn overeengekomen.
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verlenging uithuisplaatsing. Afwijzing verzoek om contra-expertise (art. 810a lid 2 Rv) en weigering producties.
Wvggz. Verlenen van zorgmachtiging. Hoorplicht, art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechter aannemen dat betrokkene niet in staat of niet bereid was zich te doen horen?
Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Procedurele vragen; wie is belanghebbende in de procedure? Opeenvolgende crisismaatregelen toelaatbaar? Wijzen van horen door of namens de burgemeester als bedoeld in art. 7:1 lid 3 Wvggz.
Erfrecht/executeurschap. Bekrachtiging in hoger beroep van ontslag executeur ex 4:149 lid 2 BW. Het hof acht in voldoende mate aannemelijk dat betrokkene in zijn functie van executeur c.a. wel de diverse “steken” heeft laten vallen terwijl hij volgens het testament steeds moest o
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbegins
Verbintenissenrecht. Franchiseovereenkomst. Precontractuele informatieplicht franchisegever. Europese Erecode inzake Franchising. Omzetprognose zorgvuldig tot stand gekomen? Motiveringsklachten. Gedekt verweer?
Personen- en familierecht, procesrecht. Hof beslist de zaak zonder (verdere) mondelinge behandeling; gerechtvaardigd door misbruik van procesrecht van advocaat? Art. 279 en 362 Rv.
Appelprocesrecht, rechtspersonenrecht. Schorsing bestuurder en benoeming vervanger (art. 2:298 en 2:299 BW). Begrip “belanghebbende” en begrip “grief” (vgl. HR 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ3242, NJ 2004/76).
Beschikking Ondernemingskamer d.d. 6 november 2013; VEB NCVB / AGEAS SA/NV
Arbeidsrecht WWZ / tussenbeschikking / verkeerde rechtspersoon (binnen concern) genoemd in verzoekschrift: wel ontvankelijk omdat aanstonds kenbaar voor (bestuurder van) beide rechtspersonen tegen wie verzoek zich feitelijk richtte / in hoger beroep juiste rechtspersoon opgeroepe
Caribische zaak (Sint Maarten). Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Afwijzing enquêteverzoek bij vierde beschikking o.b.v. belangenafweging.
Personen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop woning van onder curatele gestelde moeder, waarin hij zou wonen?
Wvggz. Zorgmachtiging. Weigering door betrokkene van bijstand toegevoegde advocaat (art. 1:7 lid 1 Wvggz). Vgl. HR 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2998 en HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3663.
non-conformiteit, uitleg inhoud overeengekomen prestatie, CISG
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag en omgangsregeling. Had hof verzoek om deskundigenonderzoek moeten inwilligen? Art. 810a lid 2 Rv. Motiveringsklachten. Samenhang met zaak 18/01172.
Incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging arbitraal vonnis. Verkeerde rechtsingang. Toepassing wisselbepaling van 69 Rv.
BOPZ. Verzoek voorlopige machtiging (art. 2 Wet Bopz). Mondelinge behandeling zonder dat betrokkene werd bijgestaan door advocaat. Art. 5 EVRM, art. 8 lid 3 Wet Bopz. Motiveringseisen.
Familierecht. Verzoek tot wijziging alimentatie tussen gewezen echtgenoten; behoedzaam gebruik bevoegdheid (appel)rechter tot wijziging alimentatie met ingang van een vóór de rechterlijke uitspraak gelegen datum; geen mogelijkheid tot aanvulling cassatiemiddel wegens ontbrekend p
Geschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie, wederpartij in de vorige instantie die door juridische fusie is opgehouden te bestaan, dagvaarding van een niet-bestaande procespartij?, onjuiste partijaanduiding?, geen bela
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/087HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. M.D. Winter, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. T.F.E
Stichtingenrecht. Procesrecht. Wijziging statutaire doel van stichting door rechter (art. 2:294 BW). Herroepingsprocedure (art. 390 Rv). Belanghebbendebegrip.
Wzd-zaak. Art. 24 lid 3 Wzd. Art. 38 lid 5 Wzd. Procespositie echtgenote: belanghebbende of informant? Eisen van art. 24 lid 3 Wzd. Deskundigenonderzoek nodig?
Personen- en familierecht. Wijziging partneralimentatie met terugwerkende kracht (art. 1:401 BW). Berekening draagkracht. Geen wettelijke indexering van rechtswege met terugwerkende kracht (art. 1:402a BW). Passeren pleitnota?