Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 279 Rv
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht, procesrecht. Concurrentiebeding in overeenkomst van onderaanneming. Juiste uitlegmaatstaf toegepast? Had het hof een inhoudelijk p-v van de pleitzitting moeten afgeven?
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie. Procesrecht. Hoger beroep, bevoegdheid vrouw tot wijziging van eis tegen in geding niet verschenen man zonder bekende woon- of verblijfplaats (art. 130 lid 3 Rv.), hernieuwde oproeping na eiswijziging; to
Verbintenissenrecht. Franchiseovereenkomst. Precontractuele informatieplicht franchisegever. Europese Erecode inzake Franchising. Omzetprognose zorgvuldig tot stand gekomen? Motiveringsklachten. Gedekt verweer?
Wvggz. Zorgmachtiging. Weigering door betrokkene van bijstand toegevoegde advocaat (art. 1:7 lid 1 Wvggz). Vgl. HR 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2998 en HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3663.
Geschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie, wederpartij in de vorige instantie die door juridische fusie is opgehouden te bestaan, dagvaarding van een niet-bestaande procespartij?, onjuiste partijaanduiding?, geen bela
Heeft een erfgenaam/belanghebbende in de procedure tot opheffing van de vereffening recht op stukken? Artt. 4:209 BW, 279 lid 2 Rv, 290 Rv.
Verzoekschrift procedure. Doorbreking appelverbod. Onjuiste wijze van oproeping belanghebbende. Geen hoor en wederhoor. Artikelen 3: 268 lid 3 BW, 271, 272, 279 Rv.
-
Procesrecht. Goederenrecht. Parate executie bij hypotheek (art. 3:268 BW). Verlof voor onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW. Wijze waarop aan belanghebbende op grond van art. 548 lid 3 Rv mededeling moet worde
Jeugdrecht. Hoorrecht minderjarige (art. 809 Rv). Vader zonder gezag belanghebbende in procedure over ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing (art. 798 Rv)? Family life (art. 8 EVRM).
procesrecht; erfrecht; voordracht tot opheffing vereffening nalatenschap (art. 4:209 lid 1 BW); heeft erfgenaam recht op stukken waarnaar in de voordracht van rechter-commissaris tot opheffing vereffening wordt verwezen?
Art. 81 RO. Bopz. Verzoek tot verlenen voorlopige machtiging.
Arrest na verwijzing. Verval van instantie.
-